Skip to content

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 5 maart 2021 | ‘Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Uthman (ra)’

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Uthman (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij verder zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Uthman (ra) en de wanorde die destijds ontstond.

Zijne Heiligheid (aba) presenteerde citaten van de Tweede Kalief, Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad (ra), die dit onderwerp in detail adresseerdde. De ordeverstoorders probeerden om Hazrat Uthman (ra) afstand te laten doen van zijn mantel van Khilafat, maar Hazrat Uthman (ra) zei dat dit niet mogelijk was. De rebellen gingen twintig dagen door met deze poging, maar Hazrat Uthman (ra) zei dat hij de mantel die hem door God was geschonken niet kon verwijderen. Hij probeerde met de rebellen te redeneren en adviseerde hen hun pogingen te staken. Maar aangezien ze niet wilden ophouden, zei Hazrat Uthman (ra) dat er een tijd zou komen wanneer hij weg was, waarin dezelfde mensen zich zijn tijd zouden herinneren en zouden wensen dat hij niet zo snel was vertrokken, want ze zouden met grote moeilijkheden worden geconfronteerd. Dit is precies wat later het geval zou zijn.

Het huis van Hazrat Uthman (ra) belegerd

Zijne Heiligheid (aba) zei dat, aangezien de rebellen geen succes hadden, zij na twintig dagen besloten Hazrat Uthman (ra) in zijn huis gevangen te houden en alle toevoerlijnen naar hem af te snijden. Ze hoopten daarbij dat Hazrat Uthman (ra) aan hun eisen zou toegeven. Tegelijkertijd begonnen de rebellen ook andere moslims ontberingen toe te brengen, in zo een mate dat niemand ongewapend hun huis durfde te verlaten uit angst voor hun eigen veiligheid. De rebellen hadden zelfs alle watertoevoer naar Hazrat Uthman (ra) afgesloten en dus stuurde hij een buurman om water voor hem te halen.

Hazrat Ali (ra) waarschuwt de belegeraars

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen Hazrat Ali (ra) hiervan hoorde hij naar het huis van Hazrat Uthman (ra) ging en aan de rebellen, die op dat moment het huis belegerden, uitlegde dat de manieren die ze hadden aangenomen verkeerd waren en dat ze hiermee moesten ophouden. De rebellen antwoordden echter aan Hazrat Ali (ra) door te zeggen dat ze niet zouden toestaan ​​dat zelfs een enkele druppel water Hazrat Uthman (ra) zou bereiken. Toen zelfs Hazrat Umm Habibah (ra), een vrouw van de Heilige Profeet (sa), met wat water probeerde te spreken en redeneren met de rebellen, begonnen zij de ezel aan te vallen waarop ze reed en keerden zich op zo’n manier tegen haar, dat als bepaalde Madinieten niet in de buurt waren geweest om redding te brengen, Hazrat Umm Habibah (ra) misschien vertrapt zou worden door de rebellen. Dit was de wijze waarop de rebellen zelfs de vrouw van de Heilige Profeet (sa) behandelden.

Hazrat A’ishah (ra) bereidt zich voor op de Hajj

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen de moslims dit gedrag zagen, de moslims zich realiseerden dat er geen kans was om met deze rebellen te redeneren. Hazrat A’ishah (ra) was op weg naar de Hajj, toen de moslims haar vroegen om toch te blijven en af te zien van haar reis, want dat zou kunnen helpen bij het oplossen van de wanorde. Echter antwoordde Hazrat Aisha (ra) met de vraag of ze wilden dat zij op dezelfde wijze zou worden behandeld als Hazrat Umm Habiba (ra). Op haar weg naar de Hajj ondernam Hazrat A’ishah (ra) echter een poging en deed iets dat de wanorde had kunnen verminderen, namelijk een van hen uitnodigen om samen met haar naar de Hajj te gaan, maar de rebel wees dit aanbod af.

Hazrat Uthman (ra) stuurt een circulaire naar provinciale gouverneurs

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Uthman (ra) een brief aan moslims schreef waarin hij zei dat er enkelen waren die wanorde onder de moslims wilden creëren. Deze mensen realiseerden zich echter niet dat het God Zelf was die een Kalief aanwijst, zoals Hij heeft beloofd in de Heilige Koran. Bovendien heeft God geboden om vast te houden aan dit touw van Allah, maar deze rebellen negeren dit volledig. Hij zei dat hij de ondergeschikte van de Heilige Profeet (sa) was, en zoals God heeft gezegd in de Heilige Koran, degene die trouw beloofde aan de Heilige Profeet (sa) in feite trouw beloofde aan God. Deze rebellen bleven echter niet trouw aan hun belofte van trouw. Hazrat Uthman (ra) zei dat de rebellen drie eisen aan hem stelden; dat hij op dezelfde manier zou worden berispt voor elke straf die hij iemand had gegeven. Als hij het hier niet mee eens was, zou hij zijn positie van Kalief moeten opgeven. Als hij het hier ook niet mee eens was, dan zouden de rebellen hun mannen sturen en de gemeenschap vertellen te stoppen met gehoorzaam te zijn aan Hazrat Uthman (ra).

Als antwoord op deze eisen zei Hazrat Uthman (ra) dat eerdere Kaliefen nooit werden berispt voor beslissingen die ze namen, maar de rebellen wilden hem wel berispen. Dit betekende enkel dat dit een excuus was om hem te vermoorden. Wat betreft het verlaten van de mantel om de Kalief te zijn zei hij dat ze zijn lichaam konden verminken als ze dat wilden, maar hij zou deze mantel, die hem door God was geschonken, nooit verlaten. Wat de derde kwestie betreft, zei Hazrat Uthman (ra) dat hij nooit iemand dwong om trouw aan hem te beloven. Maar als ze mensen hun eden wilden laten breken, dan zouden ze zelf de gevolgen daarvan op zich afroepen.

De rebellen bekogelden het huis van Hazrat Uthman (ra) met stenen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen alle andere streken faalden, de rebellen probeerden Hazrat Uthman (ra) aan te zetten tot het nemen van wraak waardoor ze een excuus zouden hebben om tegen hem te vechten. Ze gingen zelfs zo ver dat ze midden in de nacht stenen in zijn huis begonnen te gooien, in de hoop dat iemand in zijn huis een steen naar hen terug zou gooien. Dat zou dan een vrijwaring zijn voor hen om te vechten. Echter had Hazrat Uthman (ra) iedereen de opdracht gegeven om zich te onthouden van represailles in welke vorm dan ook.

Toen ze zagen dat de rebellen een excuus zochten om Hazrat Uthman (ra) te vermoorden, verzamelden moslims zich rond zijn huis en hielden de wacht. Echter was Hazrat Uthman (ra) zo onzelfzuchtig dat hij een leger van 3.000 mannen dat was gekomen om hem te beschermen vertelde dat zij hun levens niet in gevaar moeten brengen, aangezien de rebellen alleen een probleem met hem hadden. Hij wist dat de metgezellen en zoveel als mogelijk andere mensen nodig zouden zijn om de boodschap van de islam in eer te houden en te bevorderen, en daarom verlangde hij niet dat zij hun levens in gevaar zouden brengen. Maar alsnog, telkens wanneer moslims langs zijn huis kwamen, deden ze hun plicht om hun Kalief te beschermen. Bovendien begonnen moslims het woord te verspreiden en elkaar aan te moedigen om op te komen voor de bescherming van de islam. Grote legers van moslims begonnen zich voor te bereiden.

Waardige inspanningen van de metgezellen om de wanorde tegen te gaan

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen de rebellen zagen dat de moslims vastberaden waren om hun kalief te beschermen, begonnen de rebellen rebellen zich zorgen te maken om hun eigen bestwil en bedachten dat ze snel zouden moeten handelen in hun poging om Hazrat Uthman (ra) te doden. Zo vielen de rebellen op een nacht het huis van Hazrat Uthman (ra) aan. Er waren een aantal metgezellen buiten zijn huis die dapper verdedigden. Hazrat Uthman (ra) kwam naar buiten met zijn schild en nam die metgezellen mee naar binnen. Hij vertelde hen dat er grotere doelen waren die ze nog moesten vervullen en dat ze dus niet moesten vechten. Toen sommige metgezellen vertrokken in opdracht van Hazrat Uthman (ra), voelden enkele van de seniore metgezellen dat het hoe dan ook hun plicht was om daar te blijven en hun Kalief te beschermen. De rebellen staken vuur aan en brandden de poort aan de voorzijde van het huis af. Toen ze dit zagen, grepen de overgebleven metgezellen hun wapens en gingen naar de rebellen. Hoewel ze met een klein aantal waren, vochten de metgezellen dapper.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij deze incidenten in de toekomst zou blijven belichten.

Zijne Heiligheid (aba) deed opnieuw een oproep voor gebeden voor de Ahmadi’s in Pakistan, die geconfronteerd worden met immer verslechterende omstandigheden.

Gebed voor overledenen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de dodengebed (in afwezigheid) zou leiden van de volgende dienaren: Maulvi Muhammad Najeeb Khan Sahib, Nazir Ahmad Khadim Sahib, Al Hajj Dr Nana Mustafa Boateng Sahib en Ghulam Nabi Sahib

Samengesteld door Afdeling Isha’at van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya Nederland