Op 10 november 2024 organiseerde Majlis Nunspeet haar maandelijkse bijeenkomst (Ijlaas-e-Aam) in de Baitunnoer Moskee. Het evenement kende actieve deelname van 20 khuddam. Na de bijeenkomst werd een Amila-vergadering gehouden, waarin de nieuwbenoemde Amila-leden hun respectievelijke afdelingen doornamen en plannen maakten voor aankomende initiatieven en evenementen.
Regionaal flyer–programma
Op 16 november 2024 nam Majlis Nunspeet deel aan het regionale flyer-programma in Regio Noor. In totaal deden 10 khuddam van Majlis Nunspeet mee aan dit initiatief, waarbij elke khadim ongeveer tweehonderd flyers uitdeelde.
Tweede Ijlaas-e-Aam en sportactiviteiten
Om inclusiviteit te waarborgen organiseerde Majlis Nunspeet op 24 november 2024 een tweede Ijlaas-e-Aam, speciaal voor khuddam die niet bij de eerste bijeenkomst aanwezig konden zijn. Het evenement, gehouden in de Baitunnoer Moskee, kende een totale opkomst van 16 deelnemers, waaronder 8 khuddam die de eerste Ijlaas-e-Aam hadden gemist. Tijdens de bijeenkomst verdiepten de deelnemers zich in boeken van de Beloofde Messias (as). Het evenement werd afgesloten met sportactiviteiten, waaronder tafeltennis en cricket.
Regionale Waqar-e-Amal– Schoonmaakdag
Op 30 november 2024 organiseerde Regio Noor een regionale Waqar-e-Amal (schoonmaakdag) in de Baitunnoer Moskee in Nunspeet. Het programma werd bijgewoond door ongeveer 30 deelnemers, waaronder 13 khuddam van Majlis Nunspeet. Tijdens dit programma droegen de khuddam bij aan de onderhoud van de moskee door de binnenruimte, het dak en het buitenterrein schoon te maken. De gezamenlijke inspanning duurde in totaal zes uur en weerspiegelde de sterke toewijding en dienstbaarheid van de khuddam.
In de zoektocht naar vrede organiseerden leden van Ahmadiyya Moslim Gemeenschap uit verschillende regio’s onlangs een Vredeswandeling in Hilversum. Khuddam speelden een actieve rol bij het verspreiden van de boodschap van vrede door het uitdelen van flyers en het aangaan van interacties met het publiek.
De vredeswandeling begon met Khuddam en andere leden van de gemeenschap die gezamenlijk een wandeling maakten door het stadscentrum van Hilversum, vergezeld door twee grote spandoeken en enkele borden. Op deze spandoeken stond #VoicesForPeace. Het doel van deze actie was het laten zien aan de wereld dat Islam niet voor geweld staat, maar voor vrede en rechtvaardigheid.
Khuddam vestigen zichzelf in het stadscentrum, komen in contact met mensen en verspreiden de boodschap van vrede. Deze interactieve aanpak leidt tot betekenisvolle gesprekken, doorbreekt barrières en creëert een positieve sfeer.
Met de genade van Allah hebben Khuddam uit Majlis Amsterdam Zuidoost geholpen om van deze actie een succesvol en plezierig evenement te maken. Ter voorbereiding gingen meerdere Khuddam van de Majlis naar Hilversum om de te lopen route te verkennen. Ook hebben de khuddam uit Majlis Amsterdam Zuidoost geholpen bij het maken van de tussendoortjes die werden benuttigd tijdens het distribueren van de folders. Tijdens de loop hebben zij ook hun bijdrage geleverd aan de organisatie door de hele loop van begin tot eind te begeleiden.
Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah zei Zijne HeiligheidHazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij door zou gaan met het vertellen van incidenten uit het leven van de Heilige Profeet (vzmh)die plaatsvonden na de Slag bij Badr.
Acceptatie van Hazrat Abu al- Aas (ra)
Zijne Heiligheid (aba) zei dat in Jamadi al-Ula 6 AH de Heilige Profeet (vzmh) een compagnie onder bevel van Zaid bin Harithah naar een plaats stuurde genaamd Ees, die zich op een afstand van een zesdaagse reis bevond. Dit bedrijf werd ingezet omdat de Heilige Profeet (vzmh) hoorde dat een Mekkaanse karavaan terugkeerde uit Syrië, met goederen die bedoeld waren om gebruikt te worden om de moslims aan te vallen. Toen deze compagnie de karavaan eenmaal had onderschept, was Abu al- Aas een van de gevangengenomen mensen.
Zijne Heiligheid (aba) citeerde Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra), die hierover in de volgende woorden schrijft:
“Abul al- Aas’ bin Ar -Rabi (ra) behoorde ook tot de gevangenen die gevangen werden genomen tijdens de expeditie naar ‘Is. Hij was de schoonzoon van de Heilige Profeet (vzmh) en een naaste verwant van wijlen Hazrat Khadijah (ra) uit de Quraish. Daarvoor werd hij ook gevangengenomen in de Slag bij Badr, maar de Heilige Profeet (vzmh) liet hem vrij op voorwaarde dat hij, wanneer hij Mekka bereikte, zijn dochter – Hazrat Zainab (ra) – naar Medina zou sturen. Abul al- Aas’ (ra) vervulde zijn belofte, maar was nog steeds persoonlijk een polytheïst. Toen Zaid bin Harithah (ra) hem gevangen nam en naar Medina bracht, was het nacht, maar op de een of andere manier slaagde hij erin om Hazrat Zainab (ra) te laten weten: “Ik ben gevangen genomen en hierheen gebracht. Kijk indien mogelijk of u iets kunt regelen voor mijn vrijlating.’ Dus net toen de Heilige Profeet (vzmh) en zijn metgezellen bezig waren met hun ochtendgebed, kondigde Zainab (ra) met luide stem vanuit haar huis aan: “O jullie moslims! Ik heb de bescherming van Abul al- Aas verleend ”. Toen de Heilige Profeet (vzmh) zijn Salat had voltooid, wendde hij zich tot zijn metgezellen en zei: “Wat Zainab ook heeft gezegd, jullie hebben het gehoord. Bij God, ik had hier geen voorkennis van, maar de gemeenschap van de gelovigen is als één enkele ziel. Als een van hen bescherming verleent aan een ongelovige, is zijn eer verplicht.” Toen wendde de Heilige Profeet (vzmh) zich tot Zainab (ra) en zei: “Wij hebben bescherming verleend aan wie jij bescherming schenkt.” De rijkdom die tijdens deze expeditie van Abul al- Aas’ (ra) werd verworven, werd aan hem teruggegeven. Toen ging de Heilige Profeet (vzmh) het huis van Zainab (ra) binnen en zei tegen zijn dochter: “Wees zeer gastvrij voor Abul al Aas’ (ra), maar ontmoet hem niet in afzondering. Onder de huidige omstandigheden is het niet geoorloofd dat u intiem met hem bent.” Na een verblijf van een paar dagen ging Abul al-Aas’ naar Makkah, maar deze keer was zijn terugkeer naar Makkah niet voor permanent verblijf, want hij regelde snel zijn zaken en vertrok naar Madinah terwijl hij de Kalimah Shahadah reciteerde, en bij het bereiken van de Heilige Profeet(sa) werd hij moslim. De Heilige Profeet(sa) stuurde Hazrat Zainab(ra) naar hem toe zonder een nieuwe Nikah, dat wil zeggen, hij gaf Zainab(ra) toestemming om de huwelijkse relatie met Abul-‘As weer te hervatten.
In bepaalde overleveringen wordt ook vermeld dat de Nikah van Hazrat Zainab (ra) en Abul al- Aas’ (ra) opnieuw werd uitgevoerd, maar de eerste overlevering is betrouwbaarder en authentieker.” (Het leven en karakter van het zegel der profeten (vzmh), vol. 3, pp. 15-16)
Ondergang van Hazrat Zainab (ra) en Hazrat Abu al- Aas (ra)
Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit aantoont dat als een vrouw haar man verlaat vanwege zijn ongeloof, er geen nieuwe Nikah nodig is als de man later gelooft.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Zainab (ra) overleed niet lang nadat haar man de Islam had aanvaard. Volgens overleveringen heeft de Heilige Profeet (vzmh) geïnstrueerd hoe haar lichaam moet worden gebaad, te beginnen met de rechterkant en volgens de rituelen van de wassing. Volgens een andere overlevering wordt overgeleverd dat de Heilige Profeet (vzmh) opdroeg dat het lichaam drie tot vijf keer gewassen moest worden. Vervolgens leidde de Heilige Profeet (vzmh) het begrafenisgebed van zijn dochter, waarna hij haar begroef.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat de zaken van Hazrat Abu al- Aas (ra) in Mekka waren, waardoor hij niet in Medina kon verblijven en met toestemming van de Heilige Profeet (vzmh) in Mekka bleef. Als zodanig kon hij niet deelnemen aan enige veldslag, maar hij nam wel deel aan één expeditie onder bevel van Hazrat Ali (ra). Hazrat Abu al- Aas (ra) overleed in 12 AH.
Zijne Heiligheid (aba) citeerde Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra) die schrijft:
“De schoonzoon van de Heilige Profeet (vzmh) , Abul al- Aas’ bin Ar – Rabi’ was een naaste verwant van Hazrat Khadijah (ra) van de Quraish, dwz haar neef. Ondanks dat hij een polytheïst was, was zijn behandeling jegens zijn vrouw erg vriendelijk, en nadat hij moslim werd, bleef de relatie tussen man en vrouw ook aangenaam. Daarom prees de Heilige Profeet (vzmh) vaak Abul al Aas’ (ra) in dit opzicht en zei dat hij zijn dochter goed had behandeld. Abul al Aas’ (ra) overleed in het tijdperk van het kalifaat van Hazrat Abu Bakr (ra) in 12 AH. Zijn eervolle vrouw stierf echter tijdens het leven van de Heilige Profeet (vzmh). Haar dochter, Amamah, die de Heilige Profeet (vzmh) zeer dierbaar was, was na de dood van Hazrat Fatimah (ra) getrouwd met Hazrat Ali (ra), maar had geen kinderen.” (Het leven en karakter van het zegel der profeten (vzmh), Vol. 3, pp. 15-16)
De expeditie van Sawiq
Zijne Heiligheid (aba) zei dat de expeditie van Sawiq plaatsvond in Dhu al-Hijjah 2 AH. Er staat vermeld dat Abu Sufyan, nadat de Mekkanen verslagen waren teruggekeerd, beloofde dat hij geen olie zou aanbrengen of zich zou baden totdat hij het verlies van de Mekkanen bij Badr had gewroken. Volgens overleveringen ging hij met 200 of 40 ruiters op pad om zijn gelofte na te komen. Hij stopte bij een vallei, 20 kilometer buiten Medina. Toen ging hij ‘s avonds naar de Banu Nadir en ontmoette daar hun chef en zij spraken onder andere over de Heilige Profeet (vzmh). Toen keerde Abu Sufyan terug naar zijn kamp en stuurde een paar mensen naar een dadel boomgaard vijf kilometer verderop van Medina, waar ze dadelbomen verbrandden, en ook een man van de Ansar martelden. Toen hij dacht dat hij zichzelf tot op zekere hoogte had gewroken, keerde Abu Sufyan terug naar Mekka. Toen de mensen hiervan hoorden, nam de Heilige Profeet (vzmh) 200 Muhajirin en Ansar en vertrok achter Abu Sufyan aan totdat ze Qarqaratul Kudr bereikten. Abu Sufyan en zijn compagnie bleven ongrijpbaar vluchten en de moslims konden hen niet bereiken. De Heilige Profeet (vzmh) keerde terug naar Medina.
Zijne Heiligheid (aba) citeerde Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra) die schrijft:
“Bijna alle leiders van de Quraish waren gedood, en nu was de heerschappij van Medina ten deel gevallen aan Abu Sufyan bin Harb. Na Badr zwoer hij dat hij, totdat hij wraak had gezocht voor degenen die bij Badr waren gevallen, zich zou onthouden van het hebben van relaties met zijn vrouw en het aanbrengen van olie op zijn haar. Als zodanig vertrok Abu Sufyan een paar maanden na Badr, in de maand Dhul- Hijjah , uit Mekka met een troepenmacht van tweehonderd gewapende mannen van de Quraish en bereikte een plaats dicht bij Medina via de route van Najd. Toen hij daar aankwam, verliet hij zijn leger op enige afstand van Medina en in de sluier van de duisternis van de nacht bereikte hij de verblijfplaats van Hoeyayy bin Akhtab, die het hoofd was van de Joodse stam, de Banu Nadir, en zocht zijn hulp. Omdat Huyayy zich echter nog enigszins zijn verdrag en overeenkomst herinnerde, weigerde hij. Toen ging Abu Sufyan op dezelfde manier in het geheim naar het huis van een ander hoofd van de Banu Nadir genaamd Salam bin Mashkam, en zocht zijn steun tegen de moslims. Deze ellendige man negeerde echter zeer stoutmoedig al zijn verdragen en overeenkomsten en verwelkomde Abu Sufyan hartelijk als gast voor de nacht, en gaf hem geheime informatie over de moslims door. Voor zonsopgang nam Abu Sufyan afscheid en toen hij zijn leger bereikte, stuurde hij een contingent van de Quraish om een vallei genaamd ‘Arid’ te overvallen, die dicht bij Medina lag. Dit was een vallei waar de dieren van de moslims graasden, en die zich op een afstand van slechts vijf kilometer van Medina bevond. Het is waarschijnlijk dat Abu Sufyan hiervan op de hoogte werd gebracht via Salam bin Mashkam . Toen dit contingent van de Quraish de vallei van ‘Arid bereikte, waren de dieren van de moslims op dat moment gelukkig niet aanwezig. Hoewel er op dat moment een moslim uit de Ansar en een metgezel van hem aanwezig waren. De Quraish arresteerden hen beiden en vermoordden hen meedogenloos. Vervolgens staken ze de dadelpalmen in het gebied in brand en staken ze de huizen en kleine hutten die zich daar bevonden in brand, voordat ze terugkeerden naar het kamp van Abu Sufyan. Omdat hij dit succes als een voldoende vervulling van zijn gelofte beschouwde, beval Abu Sufyan het leger terug te keren. Aan de andere kant, toen de Heilige Profeet (vzmh) op de hoogte werd gebracht van de aanval van Abu Sufyan, zette hij de achtervolging in met een groep metgezellen. Omdat Abu Sufyan er echter geen zin in had om de vervulling van zijn gelofte in twijfel te trekken, vluchtte hij zo verwoed dat het moslimleger hem niet kon arresteren. Uiteindelijk keerde de Heilige Profeet (vzmh) na een afwezigheid van een paar dagen terug naar Medina. Deze Ghazwa staat bekend als de Ghazwa van Sawiq omdat toen Abu Sufyan zich naar Mekka haastte, hij vluchtte en zijn rantsoen achterliet, dat voornamelijk bestond uit ‘Sawiq’ of zakken gerst, deels uit angst en ook om zijn last te verlichten.” (Het leven en karakter van het zegel der profeten (vzmh), vol. 2, pp. 279-280)
Zijne Heiligheid (aba) zei dat er ook sprake is van een expeditie met de naam Sawiq die ook plaatsvond na de Slag om Uhud. Dit wordt ook wel Badr al- Mau’id genoemd. Op de dag van Uhud riep Abu Sufyan de Heilige Profeet (vzmh) aan en zei dat zowel de Mekkanen als de moslims elkaar een jaar later weer zouden ontmoeten. Als zodanig vertrok de Heilige Profeet (vzmh) een jaar later richting Badr, waar hij acht dagen bleef. Abu Sufyan kwam echter niet naar voren op het slagveld.
De eerste Eid al-Adha en het huwelijk van Hazrat Fatimah (ra)
Zijne Heiligheid (aba) zei dat de eerste Eid al-Adha werd gehouden in 2 AH. De Heilige Profeet (vzmh) leidde het gezamenlijke gebed en offerde ook een dier.
Zijne Heiligheid (aba) citeerde Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra) die schrijft:
“Tijdens de maand Dhul-Hijjah werd de tweede Islamitische feestdag, dat wil zeggen, Idul-Adha gewijd, dat wordt gevierd op de 10e van Dhul-Hijjah in de hele Islamitische wereld. Op deze ‘Id, naast Salat, wat de ware ‘Id van een echte moslim is, is het voor iedere moslim die over de middelen beschikt, verplicht om een vierpotig dier te offeren en het vlees ervan onder zijn vrienden en verwanten te verdelen. vrienden, buren, enz., en er zelf ook aan deel te nemen. Als zodanig worden op de dag van Idul-Adha, en ook gedurende de twee dagen daarna, in de hele Islamitische wereld honderdduizenden, beter gezegd, miljoenen dieren ter wille van Allah geslacht. Op deze manier kan, bij wijze van oefening, de herinnering aan het schitterende offer gebracht door Hazrat Abraham (as), Hazrat Ismaël (as) en Hazrat Hagar (as) – waarvan het grootste voorbeeld het leven van de Heilige Profeet (vzmh) was – wordt in leven gehouden; en elke moslim wordt aangespoord dat ook hij bereid moet zijn zijn leven, rijkdom en al zijn bezittingen op te offeren op de manier van zijn Meester en Heer.” (Het leven en karakter van het zegel der profeten (vzmh), vol. 2, pp. 280-281)
Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Fatimah (ra) ook in 2 AH getrouwd was. Er staat vermeld dat Hazrat Abu Bakr (ra) en Hazrat Umar (ra) eerst om haar hand vroegen, waarop de Heilige Profeet (vzmh) zweeg, en dat het daarna was dat Hazrat Ali (ra) om haar hand vroeg. De Heilige Profeet (vzmh) vroeg of hij iets als bruidsschat te geven had, waarop hij antwoordde dat hij zijn wapenrusting en zijn paard had. De Heilige Profeet (vzmh) instrueerde dat hij zijn paard moest houden en zijn wapenrusting moest verkopen. De Heilige Profeet (vzmh) werd gevraagd of een dergelijk huwelijk kon plaatsvinden, en de Heilige Profeet (vzmh) bevestigde dat een huwelijk tussen neven en nichten toegestaan was.
Zijne Heiligheid (aba) citeerde Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra) die schrijft:
“Hazrat Fatimah (ra) was het jongste kind van de Heilige Profeet (vzmh), onder de kinderen waarmee hij gezegend was van Hazrat Khadijah (ra) . De Heilige Profeet (vzmh) hield Hazrat Fatimah (ra) het meest dierbaar voor zichzelf, en vanwege haar persoonlijke verdiensten was zij deze bijzondere liefde ongetwijfeld het meest waard. Nu was ze ongeveer vijftien jaar oud en begon ze huwelijksaanzoeken te ontvangen. Het was Hazrat Abu Bakr (ra) die als allereerste een verzoek indiende voor Hazrat Fatimah (ra), maar de Heilige Profeet (vzmh) verontschuldigde zich. Vervolgens deed Hazrat Umar (ra) een voorstel, maar ook zijn verzoek werd niet geaccepteerd. Hierna, toen ze oordeelden dat de bedoeling van de Heilige Profeet (vzmh) met betrekking tot Hazrat Ali (ra) leek te zijn, benaderden beide eervolle mannen Hazrat Ali (ra) en moedigden hem aan een voorstel te doen met betrekking tot Hazrat. Fatima (ra). Hazrat Ali (ra), die misschien al verlangend was, maar uit bescheidenheid zweeg, presenteerde zich onmiddellijk voor de Heilige Profeet (vzmh) en diende een voorstel in. De Heilige Profeet (vzmh) had al een indicatie ontvangengoddelijke openbaring dat het huwelijk van Hazrat Fatimah (ra) zou moeten plaatsvinden met Hazrat Ali (ra). Toen Hazrat Ali (ra) een verzoek indiende, zei de Heilige Profeet (vzmh) dan ook: “Ik heb in dit opzicht al een goddelijke indicatie ontvangen.”
Vervolgens zocht de Heilige Profeet (vzmh) de toestemming van Hazrat Fatimah (ra), die uit bescheidenheid zweeg. In zekere zin was dit ook een uiting van acceptatie. Daarom verzamelde de Heilige Profeet (vzmh) een gemeenschap van de Muhajirin en Ansar, en kondigde formeel het huwelijk aan van Hazrat Ali (ra) en Hazrat Fatimah (ra). Deze gebeurtenis vond plaats in het begin of midden van 2 AH. Daarna, toen de Slag om Badr had plaatsgevonden, werd voorgesteld dat de Rukhsatanah gehouden worden in de maand Dhul-Hijjah 2 AH De Heilige Profeet (vzmh) deed een beroep op Hazrat Ali (ra) en vroeg hem of hij iets had om de bruidsschat te betalen. Hazrat Ali (ra) zei: “O Boodschapper van Allah! Ik heb niets.” De Heilige Profeet (vzmh) antwoordde: “Hoe zit het met die maliënkolder die ik je die dag gaf (dat wil zeggen, van de buit van Badr)?” Hazrat Ali (ra) antwoordde: “Dat heb ik inderdaad.” De Heilige Profeet (vzmh) zei: “Dat is voldoende, breng het.”
Daarom werd dit maliënkolder verkocht voor 480 dirham, en de Heilige Profeet (vzmh) regelde met dit bedrag de kosten van de bruiloft. De bruidsschat die de Heilige Profeet (vzmh) aan Hazrat Fatimah (ra) gaf, bestond uit een geborduurde sjaal, een kussen gemaakt van huid gevuld met droge dadelpalmbladeren, en een waterzak. In één overlevering wordt ook verteld dat de Heilige Profeet (vzmh) ook Hazrat Fatimah (ra) een handmolen gaf als onderdeel van haar bruidsschat.
Toen deze spullen geregeld waren, ontstond er behoefte aan een woning. Tot nu toe woonde Hazrat Ali (ra) misschien samen met de Heilige Profeet (vzmh) in een appartement dat naast de moskee was gebouwd. Er was nu echter een aparte verblijfplaats nodig, waar man en vrouw na het huwelijk konden verblijven. Daarom instrueerde de Heilige Profeet (vzmh) Hazrat Ali (ra) om een plaats te vinden waar zij beiden konden verblijven. Hazrat Ali (ra) regelde tijdelijk een huis en de Rukhsatanah van Hazrat Fatima (ra) plaatsvond. Op dezelfde dag, na de Rukhsatanah , bezocht de Heilige Profeet (vzmh) hun nieuwe huis en riep op om wat water naar hem toe te brengen, bad erover en sprenkelde het vervolgens over zowel Hazrat Fatimah (ra) als Hazrat Ali (ra), terwijl u de volgende woorden herhaalt:
“O mijn Allah! Zegen de onderlinge relaties van hen beiden, en zegen de relaties van beiden die met anderen zijn opgebouwd, en zegen hun nageslacht. ””
Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit gebed zelfs vandaag nog door ouders moet worden uitgesproken ter gelegenheid van het huwelijk van hun kinderen. Tegenwoordig is er een toename van huwelijksproblemen, wat te wijten is aan de toename van wereldse verlangens. Als het geloof echter voorop blijft staan en dit gebed wordt uitgesproken, kunnen deze relaties intact blijven.
Zijne Heiligheid (aba) ging verder met het citeren van Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra):
“Hierna liet de Heilige Profeet (vzmh) het pasgetrouwde stel alleen en keerde terug. Daarna, op een dag, toen de Heilige Profeet (vzmh) Hazrat Fatimah (ra) kwam bezoeken, vertelde ze aan de Heilige Profeet (vzmh) dat Harithah bin Nu’man Ansari (ra) in het bezit was van een paar huizen, en vroeg als de Heilige Profeet (vzmh) hem zou vragen een van hen te verlaten. De Heilige Profeet (vzmh) zei: “Hij heeft al zoveel huizen verlaten omwille van ons. Nu schaam ik mij ervoor om meer van hem te vragen.” Op de een of andere manier, toen Harithah (ra) hier achter kwam, kwam hij naar de Heilige Profeet (vzmh) rennen en zei: “O Boodschapper van Allah! Alles wat ik bezit is van u, mijn Meester. Bij God, alles wat u van mij accepteert, bezorgt mij grotere vreugde dan wat er bij mij overblijft.’ Toen drong deze trouwe metgezel aan, verliet een van zijn huizen en presenteerde het aan de Heilige Profeet (vzmh). Hierna verhuisden Hazrat Ali (ra) en Hazrat Fatimah (ra) naar dit huis.” (Het leven en karakter van het zegel der profeten (vzmh), vol. 2, pp. 281-283)
Gebed geleerd aan Hazrat Fatimah (ra)
Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Fatimah (ra) eens een verzoek deed om een arbeider om in het huis te helpen. De Heilige Profeet (vzmh) bezocht Hazrat Fatimah (ra) en Hazrat Ali (ra) in hun huis en zei: “Zal ik je niet iets beters vertellen dan wat je hebt gevraagd? Wanneer je op bed ligt, reciteer dan 34 keer Allahoe Akbar (Allah is de Grootste), 33 keer SubhanAllah (Heilig is Allah) en 33 keer Alhamdulillah (Alle lof behoort aan Allah). Dit is beter dan een arbeider.”
Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij in de toekomst door zou gaan met het vertellen van deze incidenten.
Oproep voor gebeden in het licht van de oorlog in Palestina en Israël
Zijne Heiligheid (aba) zei: Op dit moment wil ik een oproep doen tot gebed over de huidige situatie in de wereld. Nu hebben sommige journalisten in het Westen, of zelfs in Amerika, in hun kranten geschreven dat er een grens moet zijn aan vergelding. Bovendien moeten Amerika en andere westerse landen hun rol spelen in het voorkomen van de oorlog tussen Israël en Hamas, en proberen zich te verzoenen of tot een staakt-het-vuren te komen. Maar de auteurs schrijven ook dat het erop lijkt dat ze, in plaats van deze oorlog te stoppen, vastbesloten zijn de vlammen aan te wakkeren.
Toch was het gisteren in het nieuws in Amerika dat een van de hoogste ministers van Buitenlandse Zaken zijn ontslag heeft ingediend en zei dat we de grenzen hebben overschreden, dat er onrecht wordt aangedaan aan het onschuldige volk van Palestina, en dat de wereldmachten hier gehoor aan moeten geven. Er zijn dus nog steeds mensen die eervol zijn onder deze mensen.
Bovendien verschijnen er van tijd tot tijd ook joodse rabbijnen in de media, die zich ten gunste van Palestina uitspreken en de onderdrukking veroordelen. De Russische minister van Buitenlandse Zaken verklaarde ook dat als landen zich op deze manier blijven gedragen, deze oorlog zich naar de hele regio zal verspreiden; Ik denk eerder dat het zich over de hele wereld zal verspreiden.
Deze mensen moeten dus tot bezinning komen. Zoals ik al eerder heb gezegd, moeten de moslimlanden zich verenigen als één, met één stem. Als ze als één stem spreken (er wordt gezegd dat er 53 of 54 landen zijn), zullen ze een machtige kracht in de wereld worden, en zullen ze een sterkere impact hebben, anders zijn individuele stemmen hier en daar van geen enkel belang. Dit is een van de manieren om vrede in de wereld te vestigen en deze oorlog te beëindigen. Om de wereld van de ondergang te redden moeten moslimlanden er dus naar streven hun rol te vervullen , moge Allah hen daartoe in staat stellen.
Niettemin moeten wij ook vurig bidden. Moge Allah deze oorlog beëindigen en de onschuldige, onderdrukte Palestijnen beschermen, zodat zij niet aan nog meer onrecht worden onderworpen, en moge Allah een einde maken aan al het onrecht in de wereld, waar het ook is. Moge Allah ons in staat stellen te bidden.
OPMERKING: Ishaat team van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya NL neemt de volledige verantwoordelijkheid voor eventuele fouten of miscommunicatie in deze samenvatting van de vrijdagpreek.
Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba)dat hij incidenten had verteld uit het leven van de Heilige Profeet (sa) met betrekking tot de Slag bij Badr of gebeurtenissen die daarna plaatsvonden.
Huwelijk met Hazrat A’ishah (ra)
Zijne Heiligheid (aba) zei dat deze incidenten ook het huwelijk van de Heilige Profeet (sa) met Hazrat A’ishah (ra) bevatten. Na het overlijden van Hazrat Khadijah (ra) vroeg Hazrat Khaulah (ra) aan de Heilige Profeet (sa) of hij opnieuw wilde trouwen. De Heilige Profeet (sa) vroeg: “Met wie”? Er werd hem verteld dat als hij wilde trouwen met iemand die nog nooit getrouwd was geweest, hij kon trouwen met A’ishah, en als hij wilde trouwen met een weduwe, kon hij trouwen met Saudah. De Heilige Profeet (sa) gaf Hazrat Khaulah (ra) toestemming om beide families te benaderen om te zien of ze geïnteresseerd waren. Toen Hazrat Khaulah (ra) naar Hazrat A’ishah’s (ra) huis ging, was Hazrat Abu Bakr (ra) niet thuis, maar haar moeder Umm-e-Rumman wel. Zij adviseerde om te wachten tot Hazrat Abu Bakr (ra) thuiskwam om over de zaak te spreken. Toen hij thuis kwam, gaf Hazrat Khaulah (ra) het voorstel door aan Hazrat Abu Bakr (ra), waarop hij zich afvroeg of, als broers zijnde met de Heilige Profeet (sa), dit huwelijk kon plaatsvinden. Toen Hazrat Khaulah (ra) de Heilige Profeet (sa) hierover vroeg, antwoordde de Heilige Profeet (sa) en zei dat ze alleen broers waren in geloof, dus er was geen belemmering als het voorstel geaccepteerd zou worden. Na overleg ging Hazrat Abu Bakr (ra) akkoord en vroeg Hazrat Khaulah (ra) om de acceptatie van het voorstel over te brengen aan de Heilige Profeet (sa).
Zijne Heiligheid (aba) vertelt dat na het huwelijk, de Heilige Profeet (sa) tegen Hazrat A’ishah (ra) zei dat hij twee keer over haar had gedroomd voordat ze getrouwd waren. In één droom zag de Heilige Profeet (sa) dat een engel haar droeg in een zijden doek. In de andere droom zei de engel dat dit de vrouw van de Heilige Profeet (sa) was. De Heilige Profeet (sa) dacht dat als dit zou gebeuren, Allah het zo zou maken.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat er een overlevering is dat Hazrat Abu Bakr (ra) eens, nadat het huwelijk geregeld was, aan de Heilige Profeet (sa) vroeg waarom hij niet de Rukhsati deed of Hazrat A’ishah (ra) mee naar huis nam. De Heilige Profeet (sa) antwoordde dat het te wijten was aan de bruidsschat. Daarna gaf Hazrat Abu Bakr (ra) de Heilige Profeet (sa)het vereiste bedrag, dat hij vervolgens als bruidsschat gaf.
Leeftijd van Hazrat A’ishah (ra) ten tijde van haar huwelijk
Zijne Heiligheid (aba) zei dat er veel verschillende meningen zijn over de leeftijd van Hazrat A’ishah (ra) ten tijde van haar huwelijk. Velen uiten hier ook beschuldigingen over. In principe was er niets bijzonders dat plaatsvond, anders zouden de tegenstanders destijds zeker bezwaren hebben geuit. Een dergelijk bezwaar is echter niet terug te vinden in historische verslagen. Wat betreft de gevallen waarin de leeftijd van Hazrat A’ishah (ra) als veel jonger is opgetekend, de Rechter en Rechtvaardige Scheidsrechter van deze tijd, de Beloofde Messias (as) heeft verklaard dat dit ongegronde beweringen zijn. De Beloofde Messias (as) verklaarde dat noch de Koran noch de Hadith de leeftijd van Hazrat A’ishah (ra) als negen jaar oud ten tijde van haar huwelijk onderbouwen.
Zijne Heiligheid (aba) citeerde Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra) die hierover het volgende schrijft:
‘Na het overlijden van Hazrat Khadijah (ra) werd de Heilige Profeet (sa) in een huwelijksband verbonden met A’ishah Siddiqah (ra). Dit was in 10 Nabawi tijdens de maand Shawwal. Op dat moment was Hazrat A’ishah (ra) zeven jaar oud. Echter, zelfs in die tijd lijkt het erop dat haar groei en ontwikkeling opmerkelijk goed was gerijpt; anders was er geen reden voor Khaulah bint Hakim (ra), die dit huwelijk had voorgesteld, om haar te beschouwen als een geschikte vrouw voor de Heilige Profeet (sa). In ieder geval was ze tot dan toe nog niet volledig volgroeid en om deze reden, hoewel de Nikah had plaatsgevonden, moest de Rukhsatanah nog plaatsvinden en dus, volgens de lokale gewoonte, bleef ze bij haar ouders wonen. Echter, nu, in het tweede jaar van Hijrah, nadat vijf jaren waren verstreken sinds de aankondiging van haar huwelijk, was ze volledig volwassen op de leeftijd van twaalf. Als zodanig was het Hazrat Abu Bakr (ra) zelf die de Heilige Profeet (sa) benaderde en verzocht om de Rukhsatanah te laten plaatsvinden. Hierop regelde de Heilige Profeet (sa) dat de bruidsschat werd betaald (in die tijd was het gebruikelijk dat de bruidsschat contant werd betaald) en in de maand Shawwal 2 A.H. nam Hazrat A’ishah (ra) afscheid van het huis van haar ouders en trad binnen in het huishouden van de Heilige Profeet (sa)‘. (The Life & Character of the Seal of Prophets (sa), Vol. 2, pp. 237-238).
Deugden van Hazrat A’ishah (ra)
Zijne Heiligheid(aba) citeerde verder Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra):
‘Ondanks haar jonge leeftijd was de intelligentie en het geheugen van Hazrat A’ishah (ra) absoluut opmerkelijk, en onder de opvoeding en training van de Heilige Profeet (sa) ontwikkelde zij zich verbazingwekkend in een hoogst buitengewoon tempo. In werkelijkheid was dit precies het doel van de Heilige Profeet (sa) om haar op zo’n jonge leeftijd naar zijn huis te brengen; zodat hij haar vanaf een jonge leeftijd kon opleiden volgens zijn wensen en zij de langst mogelijke gelegenheid kon krijgen om in zijn gezelschap te blijven zodat zij geschikt kon worden gemaakt voor het gevoelige en prachtige werk dat op de vrouw van een wetgevende Profeet rustte. Als zodanig slaagde de Heilige Profeet (sa) in dit doel en Hazrat A’ishah (ra) verleende een dergelijke dienst in de hervorming, opvoeding en training van de moslimvrouwen, die ongeëvenaard is in de geschiedenis van de wereld. Een zeer groot en significant deel van de Ahadith van de Heilige Profeet (sa) is gebaseerd op de vertellingen van Hazrat A’ishah (ra). Een zeer groot en belangrijk deel van de Ahadith van de Heilige Profeet (sa) is gebaseerd op de vertellingen van Hazrat A’ishah (ra). In feite is het aantal van haar vertellingen alleen al opgelopen tot een groot totaal van 2.210. Het niveau van haar kennis, wijsheid en diepe begrip van de religie was zodanig dat de meest eminente metgezellen haar accepteerden als een autoriteit en zouden profiteren van haar genade. Het is zelfs beschreven in vertellingen dat na de Heilige Profeet (sa), de metgezellen niet werden geconfronteerd met een enkele wetenschappelijke kwestie waar Hazrat A’ishah (ra) geen antwoord op had. Er is een verklaring van ‘Urwah bin Zubair (ra): “In kennis van de Heilige Koran, in kennis van het erfrecht, in kennis van wettige en onwettige zaken, in de wetenschap van jurisprudentie, in poëzie, in geneeskunde, in kennis van de vertellingen van Arabië, en in de wetenschap van genealogie, heb ik geen grotere geleerde gezien dan A’ishah (ra).”
In deugdzaamheid en tevredenheid bezat ze zo’n grote status dat ze bij een gelegenheid toevallig een bedrag van 100.000 dirham kreeg en voor zonsondergang had ze het hele bedrag aan liefdadigheid geschonken, ook al had ze die avond niets te eten in haar eigen huis. Het was vanwege deze zeer lofwaardige eigenschappen, die hun pracht begonnen te tonen zelfs in het tijdperk van de Heilige Profeet (sa), dat ze bijzonder geliefd was bij de Heilige Profeet (sa). Soms zei hij: “Van alle mensen is A’ishah (ra) voor mij het meest geliefd.” Op een ander moment zei de Heilige Profeet (sa): “Er zijn veel uitstekende modellen onder de mannen, maar heel weinig onder de vrouwen.” Toen noemde de Heilige Profeet (sa) Asiyah, de vrouw van Farao en Maria, de dochter van Imran, waarna hij vervolgde door te zeggen: “A’ishah (ra) bezit zo’n superioriteit over de vrouwen, zoals Tharid, dat tot het beste voedsel van Arabië behoort, bezit over ander voedsel.” Bij een gelegenheid klaagden sommige van de andere Azwaj-e- Mutahharat bij de Heilige Profeet (sa) over Hazrat A’ishah (ra), maar hij zweeg. Echter, toen zijn vrouwen aandrongen, zei de Heilige Profeet (sa): “Wat zal ik doen met deze klachten? Het enige waar ik me bewust van ben is dat ik geen openbaring van mijn God ontvang in het dekbed van een andere vrouw, maar ik ontvang deze openbaring vaak in het dekbed van A’ishah (ra)”. Goede genade! Hoe heilig was de vrouw die begiftigd was met deze onderscheiding en hoe heilig was de man wiens criteria voor huiselijke liefde niets anders was dan heiligheid en zuiverheid!” (The Life & Character of the Seal of Prophets (sa), Vol. 2, pp. 247-249).
Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat A’ishah (ra) nog 48 jaar leefde na het overlijden van de Heilige Profeet (sa).
Incident van Hazrat Zainab (ra)
Zijne Heiligheid (aba) zei dat een ander incident dat kort na de Slag bij Badr plaatsvond betrekking had op de dochter van de Heilige Profeet (sa) Hazrat Zainab (ra). Haar man, Abu al-Aas bin Rabi, werd gevangengenomen door de moslims ter gelegenheid van de Slag van Badr. Hazrat Zainab (ra) stuurde een ketting die aan haar gegeven was door Hazrat Khadijah (ra). Bij het zien van de ketting had de Heilige Profeet (sa) tranen in zijn ogen. Hij zei tegen de Metgezellen dat als ze akkoord gingen, ze Abu al-Aas moesten bevrijden en ook de ketting moesten teruggeven, wat ze deden. Hij werd echter vrijgelaten op voorwaarde dat hij haar vrouw zou toestaan om naar Medina te migreren. Toen de Quraish hoorden dat Hazrat Zainab (ra) wegging gingen ze haar achterna en vonden haar in Dhi Tuwa. Een van hen naderde haar en liet haar kameel schrikken waardoor Hazrat Zainab (ra) viel en omdat ze op dat moment zwanger was, verloor ze het kind. Er zijn ook overleveringen waarin staat dat haar kameel werd geraakt door een speer, waardoor Hazrat Zainab (ra) op een rots viel en zo verloor ze haar kind. Er is opgetekend dat Hazrat Zainab (ra) daarna een paar dagen in Mekka bleef waarna Hazrat Zaid (ra), die door de Heilige Profeet (sa) naar Mekka was gestuurd, Hazrat Zainab (ra) ‘s nachts hielp Mekka te verlaten.
Onrechtvaardigheden begaan tegen Palestijnse en Israëlische burgers
Zijne Heiligheid (aba) zei: ‘Op dit moment wil ik een oproep doen om te bidden met betrekking tot de omstandigheden in de wereld van vandaag. De afgelopen dagen is de oorlog tussen Hamas en Israël aan de gang, waardoor burgers aan beide kanten, waaronder vrouwen, kinderen en ouderen, zonder onderscheid worden gedood of al zijn gedood. Zelfs in tijden van oorlog staat de islam het doden van vrouwen, kinderen of iedereen die op geen enkele manier aan de oorlog deelneemt niet toe. Dit is iets waarover de Heilige Profeet (sa) in zeer sterke bewoordingen richtlijnen gaf. De wereld zegt, en bepaalde zaken bewijzen ook aan, dat Hamas deze oorlog heeft geïnitieerd en schuldig is aan het willekeurig doden van Israëlische burgers. Ondanks het feit dat het Israëlische leger vele onschuldige Palestijnen heeft gedood. Moslims moeten in ieder geval handelen volgens de leer van de islam. Israël is verantwoordelijk voor wat zijn leger heeft gedaan en er zijn veel verschillende manieren om tot een oplossing te komen. Als een oorlog gerechtvaardigd is, dan kan die worden uitgevochten tussen legers en niet met vrouwen, kinderen en onschuldigen. De laatste omstandigheden zijn dat ze hebben gezegd dat meer dan een miljoen mensen Gaza moeten verlaten en sommigen zijn inderdaad vertrokken. Gelukkig heeft de VN, hoe zacht ook, een zekere stem verheven en gezegd dat dit een schending van de mensenrechten zou zijn en verkeerd zou zijn, wat tot veel problemen zou leiden. Israël zou dit bevel dan ook moeten heroverwegen. In plaats van met klem te zeggen dat dit verkeerd is, doet de VN slechts een verzoek. In elk geval hebben de onschuldigen die niet deelnemen aan de oorlog helemaal geen schuld. Als de wereld Israëlische vrouwen, kinderen en gewone burgers als onschuldig beschouwt, dan zijn de Palestijnen net zo onschuldig.
De leerstellingen van deze mensen van het Boek zeggen ook dat zulke moorden onmogelijk zijn. Als er beweerd wordt dat de moslims fout zaten, dan moeten deze mensen ook naar zichzelf kijken. In ieder geval moeten we veel bidden.
De Palestijnse ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk gaf hier een televisie-interview aan de BBC en in antwoord op een vraag zei hij dat Hamas een militante groep is, geen regering, en dat het geen band heeft met de Palestijnse regering. Tegelijkertijd stelde hij de vraag, en terecht, dat als er echte gerechtigheid zou zijn, zulke dingen niet zouden gebeuren; als grote machten niet met dubbele standaarden zouden opereren, dan zou er nooit zoveel onrust en oorlog in de wereld kunnen zijn. Als er dus een einde zou komen aan deze dubbele moraal, dan zou er ook geen oorlog meer zijn.
Dit zijn precies de dingen die ik al geruime tijd beweer in het licht van de leer van de islam. Op het moment dat mensen het ermee eens zijn, zijn ze echter niet bereid om ernaar te handelen. Nu hebben alle grote mogendheden, of Westerse mogendheden, gerechtigheid opzij gezet en verenigen zich om de Palestijnen wreed te behandelen en er wordt gesproken over legers die vanuit alle richtingen worden gestuurd. Er worden beelden getoond van de onderdrukten om het onrecht dat wordt aangedaan uit te beelden en er worden valse berichten getoond in de media. De ene dag is er nieuws over de toestand van Israëlische vrouwen en kinderen en hun erbarmelijke omstandigheden. De volgende dag blijkt dat het geen Israëliërs waren, maar Palestijnen. Toch nemen de media hiervoor geen enkele verantwoording en wordt er sympathie voor hen getoond. Deze mensen volgen gewoon wie de macht heeft. Ze buigen voor iedereen die wereldlijke middelen heeft.
Bij nadere analyse lijkt het erop dat de grootmachten het oorlogsvuur eerder aanwakkeren dan doven; ze willen geen einde maken aan oorlogsvoering. Na de Eerste Wereldoorlog richtten de grootmachten de Volkenbond op om een einde te maken aan oorlogen. De Volkenbond faalde echter omdat hij niet voldeed aan de eisen van rechtvaardigheid en omdat hij zijn eigen dominantie wilde behouden. Toen vond de Tweede Wereldoorlog plaats en er wordt gezegd dat er meer dan 70 miljoen levens verloren gingen. Hetzelfde gebeurt nu met de VN. De VN werd opgericht om gerechtigheid te brengen in de wereld, om de onderdrukten te steunen en om te proberen een einde te maken aan oorlogen. Dit alles is echter nog lang geen realiteit. Iedereen is gewoon bezig met zijn eigen belangen. De gemiddelde persoon kan de schadelijke gevolgen van de oorlog die het gevolg zal zijn van deze onrechtvaardigheden niet eens bevatten; alle grootmachten zijn zich echter terdege bewust van de ernstige gevolgen. Desondanks wordt er geen aandacht besteed aan het tot stand brengen van gerechtigheid. Niemand is zelfs bereid om hier aandacht aan te besteden.
In deze omstandigheden zouden de moslimlanden op zijn minst tot bezinning moeten komen. Ze moeten hun verschillen uit de weg ruimen en een eenheid vormen. Als Allah de Almachtige moslims heeft bevolen om hun relaties met de Mensen van het Boek te verbeteren door te zeggen:
“Kom tot een woord dat gelijk is tussen ons en jullie.” (De Heilige Koran, 3:65)
Verwijzend naar God, hoe komt het dan dat moslims – die allemaal dezelfde geloofsbelijdenis hebben – hun verschillen niet opzij kunnen zetten en zich niet kunnen verenigen? Ze moeten zich bezinnen en een eenheid vormen. Dit kan het middel worden om wanorde in de wereld uit te roeien. Ze moeten zich verenigen en een klinkende stem verheffen voor het vervullen van de vereisten van rechtvaardigheid en het vervullen van de rechten van de onderdrukten, waar die zich ook bevinden. Als ze zich als één verenigen, dan zal er ook kracht achter hun stem staan. Anders zullen deze moslimregeringen verantwoordelijk zijn voor het verlies van onschuldige moslimlevens. Deze machten moeten zich altijd de leiding van de Heilige Profeet (sa) herinneren, dat zowel de onderdrukkers als de onderdrukten geholpen moeten worden. Dit belangrijke punt moet begrepen worden. Moge Allah de Almachtige moslimregeringen verstand en begrip schenken en hen in staat stellen zich te verenigen en rechtvaardigheid te vestigen. Moge Hij de wereldmachten verstand en begrip schenken, zodat zij in plaats van de wereld naar de ondergang te leiden, de wereld proberen te redden van de ondergang. Moge hun doel niet zijn om hun ego’s te bevredigen. Ze moeten altijd onthouden dat wanneer de vernietiging komt, hun eigen krachten niet veilig zullen zijn.
Hoe dan ook, alles wat we hebben is het wapen van het gebed, dat elke Ahmadi nu meer dan ooit zou moeten gebruiken. Sommige Ahmadi-huishoudens in Gaza werden vernietigd. Moge Allah de Almachtige hen beschermen. Moge Hij alle onschuldigen en onderdrukten beschermen, waar zij zich ook bevinden.
Moge Allah de Almachtige begrip schenken aan Hamas, zodat zij niet verantwoordelijk worden voor de wreedheden die hun eigen mensen worden aangedaan, noch mogen zij onrechtvaardigheden begaan tegen wie dan ook. Als ze gedwongen worden om te vechten, dan moeten ze dat doen volgens de voorschriften van de islam. Vijandschap voor een ander volk mag ons er niet van weerhouden om rechtvaardig te handelen, dit is het gebod van Allah de Almachtige.
Moge Allah de Almachtige de grootmachten in staat stellen om rechtvaardigheid te brengen aan beide kanten en zo vrede te stichten. Het mag niet zo zijn dat zij naar één kant neigen en zich zo de rechten van de andere kant toe-eigenen. Mogen zij geen onrecht en wreedheden begaan.
Moge Allah de Almachtige ons de mogelijkheid schenken om getuige te zijn van vrede en veiligheid in de wereld.
Grafreden
Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de begrafenis gebeden zou leiden van de volgende overleden leden:
Dr. Bashir Ahmad Khan
Dr. Bashir Ahmad Khan uit het Verenigd Koninkrijk is onlangs overleden. Hij was de kleinzoon van Mir Ahmad (ra), een metgezel van de Beloofde Messias (as). Hij was regelmatig in het aanbieden van zijn gebeden en het houden van vasten. Hij was zeer vroom en oprecht. Hij diende enige tijd in het Ahmadiyya ziekenhuis in Ghana. Na zijn verhuizing naar het Verenigd Koninkrijk vertaalde en vatte hij de preken van de Vierde Kalief (rh) samen. Hij hield van de Heilige Koran. Hij leerde zijn kinderen ook de vertaling van de Heilige Koran. Hij had verschillende gedichten en uittreksels uit de geschriften van de Beloofde Messias (as) uit zijn hoofd geleerd. Hij wordt overleefd door zijn vrouw, zoon en zes dochters. Hij was regelmatig in het aanbieden van gebeden, was deugdzaam en hield van de Gemeenschap en Khilafat. Hij had een passie voor het verspreiden van de boodschap van islam. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem vergiffenis en barmhartigheid moge schenken en zijn kinderen in staat mag stellen om de erfenis van zijn deugden voort te zetten.
Wasima Begum
Wasima Begum vrouw van Dr. Shafiq Saikal die ook Naib Wakilul Tasnif was. Ze overleeft door haar man en drie zonen. Ze had een diepe liefde voor Khilafat. Ze was altijd bereid om offers te brengen. Haar man was iemand die zijn leven had gewijd aan de zaak van de godsdienst en zou zeggen dat volgens de woorden van de Kalief, de vrouw van een levensdevotee ook een levensdevotee is. Ze zorgde voor de armen en hield van iedereen. Ze was altijd een weldoener voor anderen. Ze droeg ook de verantwoordelijkheid voor het huwelijk van vele meisjes. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah haar vergiffenis en barmhartigheid moge schenken en haar kinderen in staat mag stellen de erfenis van haar deugden voort te zetten.
OPMERKING: Ishaat team van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya NL neemt de volledige verantwoordelijkheid voor eventuele fouten of miscommunicatie in deze samenvatting van de vrijdagpreek.
Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba)dat hij in de vorige preek verhalen had genoemd met betrekking tot de moord op Asma, en Zijne Heiligheid (aba) vertelde ook dat er een tweede verzonnen incident was. Het tweede verzonnen incident is de moord op de Joodse man Abu Afak.
Vermeende moord op Abu Afak
Zijne Heiligheid (aba) zei dat het vermeende incident inhoudt dat de Heilige Profeet (sa) aan zijn Metgezellen vroeg wie van hen Abu Afak van het leven zou beroven. Hij was een oudere man, naar verluidt 120 jaar oud, die de spot dreef met de Heilige Profeet (sa) in zijn gedichten. Hazrat Salim bin Umair (ra), die ook had deelgenomen aan de Slag van Badr, stond bij deze vraag van de Heilige Profeet (sa) op en zei dat hij het leven van Abu Afak zou nemen of zijn eigen leven zou verliezen in deze poging. Op een nacht hoorde Hazrat Salim (ra) dat Abu Afak op de binnenplaats van zijn huis sliep vanwege de hitte en dus ging hij erheen en beroofde Abu Afak van het leven. Dit is het veronderstelde incident volgens de geschiedenis.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit incident door geen enkele authentieke bron wordt gestaafd, noch wordt het vermeld in een van de zes authentieke boeken van overleveringen (Sihah-e-Sittah). Het staat in sommige geschiedenisboeken maar de meeste authentieke geschiedenisboeken hebben dit incident niet vermeld.
Verschillen in de diverse verslagen
Zijne Heiligheid (aba) zei dat er verschillende factoren zijn over het incident zelf die ook de onechtheid ervan bewijzen. Er zijn bijvoorbeeld tegenstrijdigheden in verschillende verslagen over wie de moordenaar eigenlijk was. Sommigen zeggen dat het Salim bin Umair was, en anderen zeggen dat het Salim bin Umar was, of Salim bin Abdillah bin Thabit Ansari. Verder zijn er ook onregelmatigheden over het motief van deze moord. Sommigen zeggen dat Salim gepassioneerd raakte en Abu Afak doodde, anderen zeggen dat het kwam door het verschil in religie, terwijl een andere groep beweert dat de moord werd bevolen door de Heilige Profeet (sa). Verder zijn er meningsverschillen over wanneer dit incident zou hebben plaatsgevonden. Als dit incident werkelijk had plaatsgevonden, dan zou er een verslag zijn geweest van vergelding door het Joodse volk, maar zo’n verslag is niet gevonden. Deze factoren tonen duidelijk aan dat dit een fictief incident is.
Zijne Heiligheid (aba) citeerde Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra), die schrijft over de verzonnen incidenten:
‘Na de gebeurtenissen van de Slag bij Badr, hebben Waqidi en andere historici over twee incidenten geschreven die nergens te vinden zijn in de boeken van Ahadith en authentieke historische verslagen. Zelfs als een persoon overweegt in termen van Dirayat, blijken ze niet correct te zijn. Maar omdat deze kennelijk een middel vormen om een beschuldiging tegen de Heilige Profeet (sa) te uiten, hebben verschillende christelijke historici, zoals gebruikelijk, op een hele nare manier van deze voorvallen gebruikgemaakt. Het eerste van deze verzonnen incidenten heeft betrekking op een dame genaamd Asma die in Medina woonde en een fervent vijand van de islam was. Ze zou kwaad spreken van de Heilige Profeet (sa) en zou mensen tegen hem ophitsen met haar provocerende coupletten en ook zou ze mensen ophitsen om de Heilige Profeet (sa) te vermoorden. Uiteindelijk, in zijn woede, doodde een blinde metgezel genaamd ‘Umair bin ‘Adiyy’ haar thuis terwijl ze sliep. Toen de Heilige Profeet (sa) hiervan op de hoogte werd gebracht, berispte de Heilige Profeet (sa) hem niet. Integendeel, in zekere zin prees hij de daad zelfs.
Het tweede incident dat wordt genoemd is dat van een oudere joodse man genaamd Abu Afak, die in Medina woonde. Deze persoon zou ook provocerende coupletten reciteren over de Heilige Profeet (sa) en zou de ongelovigen oproepen om oorlog te voeren tegen de Heilige Profeet (sa) en hem te vermoorden. Uiteindelijk werd hij ook gedood door een Metgezel genaamd Salim bin Umair in zijn woede, gedurende de nacht, terwijl hij thuis op zijn veranda zat.
Waqidi en Ibni Hisham hebben zelfs enkele van de provocerende coupletten geschreven die Asma en Abu Afak over de Heilige Profeet (sa) hadden gecomponeerd. Sir William Muir en anderen hebben hun boeken op een hele vervelende manier gevuld met deze twee incidenten. De waarheid is echter dat conform nauwkeurig onderzoek en kritiek niet eens kan worden bewezen dat deze incidenten überhaupt hebben plaatsgevonden. Het eerste argument dat de echtheid van deze twee incidenten in twijfel trekt is dat ze nergens te vinden zijn in de boeken van Ahadith. Met andere woorden, er is geen enkele hadith waarin een gebeurtenis van deze aard is beschreven samen met de namen van de moordenaar of het slachtoffer.’
Ook als we de Ahadith terzijde schuiven, hebben zelfs historici geen toespelingen gemaakt op deze incidenten, terwijl als incidenten van deze aard werkelijk hadden plaatsgevonden zouden deze zijn vermeld in de boeken van Ahadith en de verschillende geschiedenisboeken. In dit geval kan niet worden gespeculeerd dat aangezien er een beschuldiging viel over de Heilige Profeet (sa) en zijn Metgezellen, de Muhaddithin en verschillende geschiedschrijvers deze voorvallen waarschijnlijk hebben weggelaten. Ten eerste is de reden hiervoor is dat de omstandigheden waarin deze voorvallen plaatsvinden niet verwerpelijk zijn. Ten tweede: iedereen die zelfs basiskennis heeft van de Ahadith en geschiedenis moet weten dat de Muhaddithin en moslimhistorici nooit een verhaal hebben weggelaten alleen maar omdat het de islam en/of de stichter van de islam in negatieve zin zou weergeven.
Zij hadden de gewoonte om nooit terughoudend te zijn in het vertellen van wat zij authentiek vonden in termen van Riwayat, alleen vanwege het onderwerp. Het was in feite de gewoonte van sommige Muhaddithin en de meeste geschiedschrijvers dat zij eerlijk iedere vertelling die hen bereikte over de Heilige Profeet (sa) en zijn Metgezellen in hun verzamelingen opnamen, zelfs als deze ongefundeerd en onbetrouwbaar was zowel in termen van Riwayat als Dirayat. Ze zouden het dan aan het oordeel van theologen en geleerden van latere tijden overlaten om zelf onderscheid te maken tussen authentieke en zwakke vertellingen. Bovendien was het hun bedoeling dat alles wat aan de Heilige Profeet (sa) en zijn Metgezellen werd toegeschreven, of het nu waar of vals leek te zijn, niet zou worden weggelaten. Het is hierom dat allerlei betrouwbare en onbetrouwbare verhalen zijn verzameld in de vroege werken van de geschiedenis. Dit betekent echter niet dat alles acceptabel is. Integendeel. Nu is het ons werk om onderscheid te maken tussen het zwakke en het authentieke. In ieder geval is er geen greintje twijfel dat een moslim Muhaddith of historicus ooit een vertelling heeft genegeerd alleen maar omdat het in strijd leek te zijn met de grootheid van de Heilige Profeet (sa) of zijn Metgezellen, of omdat de Heilige Profeet (sa) of de islam iets werd verweten als gevolg daarvan.
Als zodanig staan de executies van Ka’b bin Ashraf en Abu Rafi, die volledig lijken op de zogenaamde incidenten van Asma en Abu Afak, en die verderop op de juiste plaatsen zullen worden aangehaald, duidelijk en gedetailleerd in alle geschiedenisboeken en Ahadith en geen moslimverteller, Muhaddith of historicus heeft verzuimd om die te vermelden. Aangezien de executie van Asma en Abu Afak in geen enkele Hadith vermeld zijn en vervolgens verschillende historici ook zwijgen over deze kwestie, is het evident dat dit verzonnen verhalen zijn die op de een of andere manier een weg hebben gevonden in verschillende vertellingen en zo een deel van de geschiedenis zijn geworden. Als we vervolgens de details van deze verhalen bestuderen wordt hun fictionele aard nog duidelijker. Bijvoorbeeld, in het verhaal van Asma is de naam van de moordenaar – zoals verteld door Ibni Sa’d en anderen – Umair bin Adiyy. Echter, de naam van de moordenaar zoals verteld door Ibni Duraid is niet Umair bin Adiyy, maar Ghashmir. Suhaili verklaart dat beide namen onjuist zijn en stelt dat Asma in werkelijkheid werd gedood door haar eigen man, wiens naam Yazid bin Zaid is conform verschillende vertellingen. Vervolgens wordt in andere overleveringen verteld dat geen van de bovengenoemde mensen Asma doodde. In plaats daarvan was de moordenaar een onbekende die tot haar eigen volk behoorde. Ibni Sa’d en anderen hebben het slachtoffer Asma bint Marwan genoemd, maar er is een verklaring van Allamah Abdul-Barr dat zij niet Asma bint Marwan was en dat Umair in feite zijn eigen zus doodde wiens naam Binti Adiyy was. Ibni Sa’d heeft geschreven dat de moord plaatsvond in het midden van de nacht. De overlevering van Zarqani stelt echter vast dat het verhaal overdag plaatsvond of hooguit in het begin van de nacht, omdat in de overlevering wordt vermeld dat het slachtoffer op dat moment dadels verkocht.
Het tweede voorval is de executie van Abu Afak. Ibni Sa’d, Waqidi en anderen hebben hierover geschreven dat de naam van de moordenaar Salim bin Umair was. In sommige vertellingen echter is zijn naam genoteerd als Salim bin Amr terwijl Ibni Aqabah de naam Salim bin Abdullah heeft vermeld. Eveneens met betrekking tot het slachtoffer Abu Afak heeft Ibni Sa’d geschreven dat hij een jood was terwijl Waqidi hem niet als zodanig heeft beschreven. Vervolgens is vastgesteld van zowel Ibni Sa’d als Waqidi dat Salim Abu Afak uit woede en uit eigen beweging doodde. Echter, in één verhaal wordt verteld dat hij werd geëxecuteerd op bevel van de Heilige Profeet (sa). Zelfs over het tijdstip van de executie zeggen Ibni Sa’d en Waqidi dat die na de executie van Asma plaatsvond. Ibni Ishaq en Abur-Rabi verklaren echter dat het plaatsvond vóór de executie van Asma. Al deze tegenstrijdigheden resulteren in een sterke dosis twijfel over de vraag of deze verhalen verzonnen zijn of dat er een kern van waarheid in zit. Hoe dan ook is het zo onduidelijk dat geen uitspraak kan worden gedaan over de details en de aard ervan.
Een ander argument waarom deze incidenten verzonnen zijn is dat het tijdperk waarin beide verhalen zich afspelen een tijdperk is waarover alle historici het unaniem eens zijn dat er in die tijd nog geen confrontatie of geschil was ontstaan tussen de moslims en de joden. De geschiedenis stelt vast dat de Ghazwah van Banu Qainuqa de allereerste veldslag was die plaatsvond tussen de moslims en de joden en dat de joden van Banu Qainuqa de eerste waren die naar voren traden in hun vijandschap jegens de islam. Hoe kan dan worden gesteld dat vóór deze Ghazwah al moorden en bloedvergieten had plaatsgevonden tussen de joden en de moslims? Bovendien, als dergelijke gebeurtenissen werkelijk hadden plaatsgevonden voor de Ghazwah van Banu Qainuqa, dan hadden deze moeten worden genoemd als een factor die tot deze Ghazwah had geleid. Op zijn minst zou het joodse volk op basis hiervan verwijten kunnen maken aan de moslims, namelijk dat het de moslims waren die in eerste instantie een fysiek conflict uitlokten. Maar in geen enkel historisch verslag, en zelfs niet in de werken van de historici die deze verhalen hebben overgeleverd is iets te vinden over joden van Medina die ooit een dergelijke beschuldiging hebben geuit. Als iemand gelooft dat zij misschien wel een bezwaar hebben geuit maar dat moslimhistorici dit gemakshalve hebben weggelaten, is dit een onjuiste en ongefundeerde opvatting. Want zoals reeds vermeld, heeft geen enkele moslim Muhaddith of historicus ooit een sluier gelegd over een beschuldiging van een tegenstander, bijvoorbeeld in het incident van de Sariyyah van Nakhlah. Toen de afgodendienaren van Mekka bezwaar maakten tegen de moslims voor het onteren van de heilige maanden, hebben moslimhistorici deze aantijging met ongekende integriteit in hun boeken opgenomen. Dus als de joden bij deze gelegenheid een dergelijke beschuldiging hadden geuit, dan zouden de geschiedkundige verslagen niet leeg zijn geweest van de vermelding ervan. Daarom blijken deze verhalen vanuit geen enkel perspectief correct te zijn. Het lijkt erop dat een verborgen vijand van de islam deze verhalen heeft verteld terwijl hij deze toeschreef aan een of andere moslim en vervolgens een manier vond om opgenomen te worden in de overleveringen van de moslims. Misschien heeft een zwakke moslim deze verhalen opgenomen in het historisch verslag om zijn eigen stam de valse trots toe te schrijven dat zulke mannen die aan hem werden gerelateerd verschillende schadelijke ongelovigen hebben gedood. Allah weet het beste.
Dit is de feitelijke realiteit van deze incidenten. Maar zoals we hierboven hebben aangegeven, zelfs als deze gebeurtenissen een kern van waarheid zouden bevatten, kunnen ze niet als verwerpelijk worden beschouwd onder de omstandigheden waarin ze plaatsvonden. De kwetsbare staat waarin de moslims zich in die tijd bevonden is reeds beschreven. Hun toestand was als die van een persoon die van alle kanten wordt omsingeld door vuur zonder uitwijkmogelijkheid. In deze uiterst kwetsbare toestand van de moslims, als een kwaadaardig persoon mensen ophitst tegen hun Meester en Leider door provocerende coupletten te reciteren en zijn vijanden uitlokt om hem te vermoorden, wat anders had men kunnen doen gezien de omstandigheden van die tijd, behalve een einde maken aan zo’n persoon? Een dergelijke actie werd alleen uitgevoerd door de moslims in een staat van extreme provocatie – een staat waarin een kleine moord niet genoeg kan zijn voor vergelding.
Als zodanig vindt zelfs een individu als de heer Margoliouth, die over het algemeen een tegengesteld standpunt inneemt in elke kwestie, dat het niet waard is de moslims te veroordelen vanwege deze incidenten. Vandaar dat de heer Margoliouth schrijft: ‘Omdat, als de verzen die aan Asma worden toegeschreven echt zijn, zij opzettelijk de mensen van Medina had aangezet tot een moorddadige aanval op de Profeet, zou haar executie geen onvergeeflijk meedogenloze maatregel zijn geweest, beoordeeld naar welke maatstaf dan ook; en het moet niet worden vergeten dat satire een veel effectiever wapen was in Arabië dan elders…en van het feit dat alleen de schuldige leed, was het een duidelijke verbetering ten opzichte van het bestaande systeem waarbij satire op een individu oorlog tussen hele stammen betekende. In plaats daarvan werd het principe ingevoerd dat iedereen moet lijden voor zijn eigen fout.’
Als de heer Margoliouth al bezwaar heeft tegen deze executies, dan heeft dat alleen betrekking op de manier waarop ze werden uitgevoerd. Met andere woorden, waarom werden ze niet officieel geëxecuteerd na de formele aankondiging van hun misdaden? Het eerste antwoord hierop is dat zelfs als deze incidenten als waar worden beschouwd, die het resultaat waren van individuele acties van bepaalde moslims zelf die door hen werden gepleegd nadat ze enorm waren geprovoceerd. De Heilige Profeet (sa) gaf geen opdracht tot deze acties en dit is categorisch vastgesteld door het verslag van Ibni Sa’d. Ten tweede: als hypothetisch wordt aangenomen dat de Heilige Profeet (sa) deze acties had bevolen, dan nog waren de omstandigheden van die tijd zodanig dat als er formeel een officiële uitspraak was gedaan met betrekking tot de executie van Asma en Abu Afak en de familieleden van de misdadigers van tevoren op de hoogte waren gesteld dat hun mensen zouden worden geëxecuteerd, dit gevaarlijke gevolgen had kunnen hebben. Bovendien was er ook een sterke vrees voor het feit dat deze incidenten een groot oorlogsvuur tussen de moslims en de joden, en zelfs tussen de moslims en de afgodendienaren van Medina hadden kunnen doen ontbranden. Het is vreemd dat, terwijl de heer Margoliouth de loutere handeling van het doden toelaatbaar heeft geacht in het licht van de specifieke omstandigheden van Arabië op dat moment, waarom kan dan met de methode van executie geen rekening worden gehouden gezien de specifieke omstandigheden van dat tijdperk? Ook in dit opzicht, als hij rekening had gehouden met de specifieke omstandigheden van dat tijdperk, zou hij misschien zijn overtuigd dat de gebruikte methode het meest geschikt en noodzakelijk was voor de omstandigheden van dat tijdperk en in het belang van de openbare vrede. Maar, God wil het, we zullen onze lezers een meer gedetailleerde discussie over deze kwestie voorleggen in het verslag van de executie van Ka’b bin Ashraf.
Samenvattend, ten eerste, de incidenten van de executie van Asma en Abu Afak zijn niet eens waar in termen van Riwayat en Dirayat. Stel dat ze hypothetisch als waar worden aangenomen, zelfs dan kunnen ze niet als verwerpelijk worden beschouwd in het licht van de omstandigheden van die tijd. Wat het geval ook is, misschien waren deze moorden de individuele acties van bepaalde moslims die door hen werden gepleegd nadat ze ernstig waren geprovoceerd. De Heilige Profeet (sa) gaf geen enkel bevel in die zin.’
– (The Life & Character of the Seal of Prophets (sa), Vol. 2, pp. 266-273)
Zijne Heiligheid (aba) zei dat het een grote gunst van God is dat Hij ons in staat heeft gesteld om de Imam van ons Tijdperk te herkennen, door wiens leiding we al zulke vertellingen en incidenten analyseren om hun realiteit vast te stellen voordat we ze vermelden. Verder weerleggen we elke beschuldiging die tegen de Heilige Profeet (sa) kan opkomen. Zijne Heiligheid (aba) bad dat moge Allah de Almachtige begrip schenken aan zulke zogenaamde geleerden die licht brengen op zulke incidenten alleen voor hun persoonlijk gewin. Ze zeggen dat ze de islam dienen terwijl ze in werkelijkheid de islam belasteren en daarmee extremistische groeperingen oprichten. Moge Allah hen begrip schenken.
Grafreden
Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij enkele overleden leden van de Gemeenschap zou noemen.
Prof. Dr. Nasir Ahmad Khan
Professor Dr. Nasir Ahmad Khan, ook wel Perwaiz Perwazi genoemd, overleed onlangs in Canada. Hij werd geboren in Qadian en was de zoon van missionaris Maulana Ahmad Khan Naseem. Hij behaalde zijn PhD aan de Punjab Universiteit en begon les te geven op verschillende overheidsscholen. Hij begon ook bij te dragen aan verschillende literaire publicaties. Later wijdde hij zijn leven aan het lesgeven aan het Talimul Islam College in Rabwah, waar hij ook hoofd van de Urdu-afdeling zou worden. Hij ging lesgeven in Japan, waar hij ook hielp bij het oprichten van de Ahmadiyya gemeenschap in Japan. Na zijn terugkeer naar Pakistan gaf hij les aan verschillende universiteiten in Rabwah. Hij ondervond echter veel tegenwerking, waardoor hij gedwongen werd Pakistan te verlaten. Hij ging eerst naar het Verenigd Koninkrijk en vervolgens, onder leiding van de Vierde Kalief (rh), ging hij naar Zweden waar hij les bleef geven aan de universiteit. In Zweden maakte hij ook deel uit van het Nobelprijscomité voor Literatuur. Later verhuisde hij naar Canada.
Hij laat zijn vrouw, twee zonen en drie dochters achter. Zijn vrouw getuigt dat hij een loyale en trouwe echtgenoot was die goed voor zijn gezin zorgde. Hij glimlachte altijd ongeacht de omstandigheden. Hij had een diepe liefde voor het kalifaat. Hij bleef tot zijn laatste dagen schrijven naar Zijne Heiligheid (aba). Hij hield van de Heilige Koran en reciteerde regelmatig dagelijks een heel deel van de Koran. Hij bracht ook liefde voor het kalifaat over op zijn kinderen. Hij liet zijn kinderen en kleinkinderen zien wat het betekent om een band met God te hebben. Tot zijn laatste momenten zei hij voortdurend Alhamdulillah (alle lof behoort aan Allah). Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem vergiffenis en barmhartigheid moge schenken en zijn nageslacht in staat mag stellen de erfenis van zijn deugden voort te zetten.
Sharif Ahmad Bhatti
Sharif Ahmad Bhatti was de zoon van Amir Khan Bhatti uit Rabwah. Hij wordt overleefd door zijn vrouw, twee zonen en twee dochters. Een van zijn zonen, Tahir Bhatti, is een missionaris in Sierra Leone. Sharif Ahmad Bhatti’s vader aanvaardde Ahmadiyyat toen hij de waarheid ervan inzag toen de profetie van Lekh Ram werd vervuld. Sharif Ahmad Bhatti werkte in een textielfabriek en heeft nooit verborgen dat hij een Ahmadi was ondanks tegenwerking. Op een keer kwam iemand naar hem toe en begon scheldwoorden te gebruiken voor de Beloofde Messias (as). De man zei dat slechts een van hen in de textielfabriek zou blijven. Later werd bekend dat de man betrapt was op diefstal uit de fabriek en door de managers werd vrijgelaten. Hij las altijd de literatuur van de gemeenschap. Hij luisterde naar elke richtlijn van het kalifaat, vooral wanneer de kalief een oproep deed om te bidden. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem vergiffenis en barmhartigheid moge schenken en zijn nageslacht in staat mag stellen de erfenis van zijn deugden voort te zetten.
Professor Abdul Qadir Dahri
Professor Abdul Qadir Dahri was de voormalige voorzitter van Nawab Shah. Hij was een zeer moedig en oprecht persoon. Hij behaalde een graad in de taal Sindhi, waarna hij een cursus voor de Sindhi-taal begon. Hij verklaarde openlijk dat hij een Ahmadi was en leerde ook zijn kinderen om nooit bang te zijn om openlijk te verklaren dat ze Ahmadi zijn. Hij had ook de eer om de Heilige Koran in het Sindhi te vertalen onder leiding van de Derde Kalief (rh). Hij was ook lid van de Fazl-e-Umar Stichting. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem vergiffenis en genade moge schenken en zijn nageslacht in staat mag stellen om de erfenis van zijn deugden voort te zetten.
Professor Dr. Umar Sharif Khan
Professor Dr. Umar Sharif Khan is onlangs overleden in de Verenigde Staten. Hij behaalde zijn PhD in zoölogie. Daarna was hij professor aan het Talimul Islam College. Hij had wereldwijd ongeveer 250 wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij ook zijn student was en dat hij de klas meenam om ze te onderwijzen over verschillende insecten, reptielen en dergelijke. In 2002 werd hij uitgeroepen tot zoöloog van het jaar in Pakistan. Hij was erg aardig en bescheiden. Hij ging om met zijn studenten en vrienden. Enkele wetenschappers uit de VS en Canada bezochten hem in Pakistan en zij bevestigden dat er niemand was die meer deskundig was dan hij. Hij bad regelmatig, hield vasten en reciteerde de Heilige Koran. Hij moedigde zijn kinderen en kleinkinderen aan om zich op studies te concentreren. Hij had een speciale liefde voor het kalifaat. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem vergiffenis en barmhartigheid moge schenken en zijn nageslacht in staat mag stellen de erfenis van zijn deugden voort te zetten.
OPMERKING: Ishaat team van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya NL neemt de volledige verantwoordelijkheid voor eventuele fouten of miscommunicatie in deze samenvatting van de vrijdagpreek.
Na het reciteren van Tashahhud, Ta`awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba)dat hij incidenten had genoemd die plaatsvonden na de Slag bij Badr. Niet alleen geven deze incidenten ons een kijkje in de geschiedenis van de Heilige Profeet (sa), ze werpen ook licht op bepaalde historische aspecten en verhelderen ook de niet authentieke vertellingen die sommigen hebben opgevat als een verkeerd beeld van de islam. De tegenstanders van islam gebruiken zulke dingen om de islam te bestrijden, terwijl extremisten zulke verslagen gebruiken om hun acties te ondersteunen.
Het voorval van Umair bin Wahb
Zijne Heiligheid (aba) zei dat het eerste incident betrekking heeft op Umair bin Wahb. Na de veldslag wilde hij het verlies van de Mekkanen wreken en daarom reisde hij van Mekka naar Medina met de intentie om de Heilige Profeet (sa) te doden, maar God’s besluit was zodanig dat Umair de islam accepteerde. Op een dag zaten Umar en een andere man genaamd Safwan bij de Ka’bah en bespraken de nederlaag die de Mekkanen hadden geleden en de vooraanstaande leiders die waren gedood. De zoon van Umar werd ook gevangen gehouden door de moslims. Safwan zette Umair aan om naar Mekka te gaan en de Heilige Profeet (sa) te doden waarbij Safwan aan Umair beloofde zorg te dragen voor het betalen van zijn leningen en het onderhouden van zijn gezin.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat Umair zijn zwaard in gif doopte en naar Mekka vertrok. Daar kwam hij Hazrat Umar (ra)tegen die onmiddellijk kwade intenties vermoedde. Hazrat Umar (ra) bracht onmiddellijk de Heilige Profeet (sa) op de hoogte. In plaats van maatregelen te treffen, nodigde de Heilige Profeet (sa) Umair uit in zijn huis. Nog steeds waakzaam en het handvat van Umair’s zwaard vasthoudend, begeleidde Hazrat Umar (ra) Umair naar binnen. De Heilige Profeet (sa) droeg Hazrat Umar (ra) op Umair’s zwaard los te laten en droeg Umair op dichterbij te komen. De Heilige Profeet (sa)vroeg hem waarom hij was gekomen, waarop Umair antwoordde dat hij daar was om zijn gevangen zoon te bevrijden. De Heilige Profeet (sa) vroeg waarom hij dit zwaard had meegebracht. Umair verzon een smoes door te zeggen dat het zwaard niets voorstelde omdat het eerder nutteloos bleek (verwijzend naar de Slag bij Badr). De Heilige Profeet (sa) was ontevreden met dit antwoord. De Heilige Profeet (sa) zei tegen hem dat hij wist dat Umair en Safwan op een dag bij de Ka’bah hadden gezeten en hadden gesproken over hen die waren gedood in de Slag bij Badr. Op dat moment heeft Umair tegen Safwan gezegd dat als hij geen leningen had om terug te betalen en een gezin om voor te zorgen, hij de Heilige Profeet (sa) zou gaan doden, maar Safwan nam deze verantwoordelijkheid op zich zodat Umar de Heilige Profeet (sa) kon gaan doden. Toen Umair dit hoorde, stond hij op en getuigde dat de Heilige Profeet (sa) zeker de Boodschapper van God was, want hij had nieuws uit de hemel ontvangen. Op die dag was daar namelijk niemand in de buurt behalve hij en Safwan. Er kon dus niemand anders dan God zijn die de Heilige Profeet (sa) op de hoogte bracht. Dus, Umair aanvaardde de islam en de Heilige Profeet (sa) instrueerde de Metgezellen om hem het geloof te leren en zijn zoon te bevrijden.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat Umar heel expliciet was over hoe hij altijd had getracht de islam te doven en de moslims zoveel mogelijk moeilijkheden te bezorgen, maar nu wilde hij terugkeren naar Mekka en het licht van de islam verspreiden. Ondertussen had Safwan de Mekkanen verteld dat er iets stond te gebeuren dat hen heel gelukkig zou maken. Toen hij ontdekte dat Umair de islam had aanvaard, raakte hij zeer ontstemd. Umair keerde terug naar Mekka en verklaarde de islam als zijn geloof.
Zijne Heiligheid (aba) citeerde Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra) die dit incident als volgt beschrijft: ‘Na de slag bij Badr namen hun vijandige inspanningen een meer praktische en gevaarlijke vorm aan. De joden van Medina werden ook opgeschrikt en werden waakzaam. Een andere bedreigende uitkomst van Badr was dat de ongelovigen van Mekka, die tot dan toe streden op basis van schijnbare kracht en arrogantie, nu begonnen te neigen naar geheime samenzweringen nadat ze openlijk waren verslagen door de moslims. Vandaar dat de volgende gebeurtenis, die slechts een paar dagen na Badr plaatsvond, een categorisch bewijs is van deze dreiging. Als zodanig staat geschreven dat een paar dagen na Badr, Umair bin Wahb en Safwan bin Umayyah bin Khalf, die invloedrijk waren onder de Quraish, op de binnenplaats van de Ka’bah zaten te treuren om de slachtoffers van Badr. Plotseling richtte Safwan zich tot Umair en zei: “Het leven is het niet meer waard om geleefd te worden.” Umair begreep deze hint en zei: “Ik ben bereid mijn leven in gevaar te brengen, maar de gedachte aan mijn kinderen en schulden weerhoudt mij. Als dit niet het geval was, zou heimelijk naar Medina gaan en een einde maken aan Muhammad (sa) een kleinigheid zijn. Ik heb ook een smoes om daarheen te gaan, omdat mijn zoon daar een gevangene is.”
Safwan zei: “Ik neem de verantwoordelijkheid voor jouw schulden en voor jouw kinderen. Je moet gaan en deze taak hoe dan ook uitvoeren.” Zo is dit plan gesmeed en nam Umair afscheid van Safwan. Thuis aangekomen doopte Umair een zwaard in vergif en vertrok uit Mekka. Toen hij Medina bereikte, werd Hazrat Umar (ra), die zeer intelligent was aangaande zulke zaken, ongerust. Hij ging onmiddellijk naar de Heilige Profeet (sa) en informeerde hem dat Umair was gekomen en dat hij hierover bezorgd was. De Heilige Profeet (sa) droeg hem op om Umair op te halen. Hazrat Umar (ra) ging Umair ophalen, maar voordat hij vertrok, vertelde hij de Metgezellen dat hij Umair ging halen om hem naar de Heilige Profeet (sa) te brengen zodat ze elkaar konden ontmoeten. Hazrat Umar (ra) uitte zijn zorgen over de intenties van Umair en droeg de Metgezellen op om bij de Heilige Profeet sa te gaan zitten en waakzaam te blijven. Hazrat Umar (ra) haalde hierna Umair op en bracht hem naar de Heilige Profeet (sa). De Heilige Profeet (sa) vroeg Umair vriendelijk om naast hem te komen zitten en vervolgde: “Hoe ben je gekomen, Umair?” Umair antwoordde: “Mijn zoon is een gevangene gemaakt door uw hand. Ik ben gekomen om te pleiten voor zijn vrijlating.” De Heilige Profeet (sa) zei: “Waarom heb je dan dit zwaard aan je schouder gehangen?” Hij antwoordde: “Wat verwacht je van een zwaard? Zijn de zwaarden ons van pas gekomen bij Badr?” De Heilige Profeet (sa) drong aan: “Vertel me de waarheid over waarom je gekomen bent.” “Zoals ik zojuist heb gezegd,” zei hij, “ik ben gekomen om mijn zoon vrij te krijgen.” De Heilige Profeet (sa) zei: “Dus met andere woorden: je hebt geen samenzwering met Safwan bedacht op de binnenplaats van de Ka’bah?” Umair werd van zijn stuk gebracht, maar herpakte zichzelf en zei: “Ik heb een dergelijke samenzwering niet beraamd.” De Heilige Profeet (sa) zei: “Heb jij niet samengezworen om mij te doden? Maar vergeet niet dat God jou niet de mogelijkheid zal geven om mij te bereiken.” Umair kwam terecht in een staat van diepe reflectie en zei vervolgens: “Je spreekt de waarheid”. We hebben inderdaad samengespannen zoals je zegt. Het lijkt echter alsof God met jou is, die jou van onze bedoelingen op de hoogte heeft gesteld, want er was geen derde persoon onder ons toen Safwan en ik deze zaak bespraken. Misschien heeft Allah dit plan van ons tot stand gebracht om mij te laten geloven. “Ik geloof in jou met een oprecht hart.”
De Heilige Profeet (sa) was blij met de acceptatie van Umair en zei tegen de Metgezellen: “Nu is hij jullie broeder. Instrueer hem in de leer van de islam en laat zijn gevangene vrij.” Daarom werd Umair bin Wahb (ra) een moslim en het duurde niet lang voordat hij duidelijk vooruitgang boekte in zijn geloof en oprechtheid. Uiteindelijk werd hij zo gegrepen door het licht van de waarheid dat hij er bij de Heilige Profeet (sa) op aandrong hem toestemming te geven naar Mekka te gaan, zodat hij daar aan de mensen de islam kon prediken. De Heilige Profeet (sa) gaf hem toestemming en bij zijn aankomst in Mekka bekeerde hij in het geheim vele mensen door zijn gepassioneerde prediking. Dag in dag uit wachtte Safwan gespannen op nieuws over de moord op de Heilige Profeet (sa) en hij vertelde de Quraish dat ze voorbereid moesten zijn op heuglijk nieuws. Toen hij echter getuige was van dit schouwspel, verloor hij zijn verstand.’ (The Life & Character of the Seal of Prophets (sa), Vol. 2, pp. 170-172)
De huichelaar Abdullah bin Ubayy bin Sulul
Zijne Heiligheid (aba) zei dat er na de Slag bij Badr ook mensen waren die ogenschijnlijk de islam accepteerden, maar in feite huichelaars waren, zoals bijvoorbeeld Abdullah bin Ubayy bin Sulul. Hierover schrijft Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra):
‘Tot nu toe hielden veel mensen van de stammen van Aus en Khazraj nog steeds vast aan het polytheïsme. De overwinning van Badr resulteerde in een beweging onder deze mensen en bij het aanschouwen van deze prachtige en buitengewone overwinning raakten velen van hen overtuigd van de waarheid van islam. Daarna begon het element van afgoderij zeer snel af te nemen in Medina. Er waren echter ook mensen in wier harten deze overwinning van de islam gevoelens van wrok en jaloezie had aangewakkerd. Omdat zij het onverstandig vonden zich openlijk te verzetten accepteerden zij ogenschijnlijk de islam, maar van binnenuit trachtten zij het geloof te ontwortelen uit de maatschappij en sloten zich aan bij de partij van de huichelaars. De prominentste onder deze huichelaars was Abdullah bin Ubayy bin Sulul, die een zeer gerenommeerde hoofdman van de Khazraj-stam was. Door de komst van de Heilige Profeet (sa) naar Medina had hij al de schok ervaren van het verliezen van zijn leiderschap. Na Badr werd deze persoon aanvankelijk moslim, maar zijn hart was verzadigd met kwaadaardigheid en vijandigheid jegens de islam. Hij werd de leider van de hypocrisie en begon in het geheim een reeks samenzweringen om de islam en de Heilige Profeet (sa) uit te roeien. Aldus zal het duidelijk worden uit de gebeurtenissen die zich hierna voltrokken dat deze persoon bij bepaalde gelegenheden een manier werd om zeer delicate situaties voor de islam te creëren.’ (Het leven en karakter van het Zegel der Profeten (sa), Vol. 2, pp. 172-173)
Expeditie naar de Banu Sulaim
Zijne Heiligheid (aba) zei dat een paar dagen na de overwinning bij Badr, de Heilige Profeet(sa) erachter kwam dat de mensen van Banu Sulaim en Banu Ghatfan zich hadden verzameld bij een plaats genaamd Qartaratul Kudr en een aanval beraamden op Medina. De Heilige Profeet (sa) besloot dat de moslims zelf een einde aan deze samenzweringen moesten maken en dus ging de Heilige Profeet (sa) samen met een leger van 300 moslims op weg naar de Banu Sulaim. De Banu Sulaim en Banu Ghatfan hadden de komst van de moslims niet verwacht en in shock vluchtten ze de bergen in. De moslims kwamen dus geen enkele vijandige tegen. De Heilige Profeet (sa) bleef daar drie nachten, of volgens sommige verhalen tien nachten. De moslims namen bezit van alles wat de Banu Sulaim en Banu Ghatfan in hun haast als buit hadden achtergelaten aangezien zij waren vertrokken met de intentie om oorlog te voeren.
Zijne Heiligheid (aba) citeert Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra) die hierover schrijft in de volgende woorden:
‘Na de migratie trokken de Quraish van Mekka langs de verschillende stammen van Arabië en veranderden velen van hen in dodelijke vijanden van de moslims. Onder deze stammen, met betrekking tot kracht en aantal, waren de opmerkelijkste twee stammen die woonden in de centrale regio van Arabië, bekend als Najd. Hun namen waren Banu Sulaim en Banu Ghatafan. De Quraish van Mekka hadden vooral deze twee stammen aan zich gebonden en zetten hen aan tot haat tegen de moslims. Sir William Muir schrijft als zodanig: “De Quraish richtten nu hun ogen op dit gebied [d.w.z. Najd], en gingen nauwere banden aan met de stammen die het gebied bewoonden. Voortaan werd de houding van de Bani Sulaim en Ghatafan, vooral van de eerste, actief vijandig tegenover Mahomet. Aangezet door de Quraish en door het voorbeeld van Abu Sofian voerden zij een plundering uit op Medina.”
Dus toen de Heilige Profeet (sa) terugkeerde van Badr, was het nog maar een paar dagen geleden sinds zijn aankomst in Medina toen hij het nieuws ontving dat een groot leger bestaande uit de stammen van Sulaim en Ghatafan samenkwam in Qarqaratul-Kudr met de bedoeling Medina aan te vallen. De komst van deze informatie zo snel na de Slag bij Badr toont aan dat toen het leger van de Quraish vanuit Mekka vertrok met de intentie om de moslims aan te vallen, op hetzelfde moment de leiders van de Quraish een boodschap moeten hebben doorgegeven aan de stammen van Sulaim en Ghatafan, waarin zij hen aanspoorden om Medina van de andere kant aan te vallen. Het is ook mogelijk dat toen Abu Sufyan wegglipte en ontsnapte met zijn karavaan met behulp van een afgezant, hij deze stammen aangespoord kan hebben om op te trekken tegen de moslims. In ieder geval was de Heilige Profeet (sa) nog maar net in Medina aangekomen nadat hij bevrijd was van de Slag bij Badr, toen het afschuwelijke nieuws werd ontvangen dat de stammen van Sulaim en Ghatafan op het punt stonden een aanval tegen de moslims te beginnen. Toen hij dit nieuws kreeg, verzamelde de Heilige Profeet (sa) onmiddellijk een troepenmacht van de Metgezellen en ging op weg naar Najd. Echter, toen de Heilige Profeet (sa) na een zware reis van vele dagen de Qirqirah (d.w.z. de verlaten vlakte) bereikte van een plaats die bekend stond als Al-Kudr, ontdekte hij dat de mensen van de Banu Sulaim en Banu Ghatafan, na het ontvangen van het nieuws van de aanstaande komst van de moslims, hun toevlucht hadden gezocht in de nabijgelegen bergen. De Heilige Profeet (sa) zond een detachement moslims uit om ze te zoeken en ging zelf naar het hart van de vallei, maar er was geen enkele spoor van hen te bekennen. Wel zagen ze een grote kudde kamelen grazen in de nabijgelegen vallei en volgens de wetten van de oorlogsvoering namen de Metgezellen deze in beslag. Daarna keerde de Heilige Profeet (sa) terug naar Medina. De herder van deze kamelen was een slaaf genaamd Yasar, die samen met de kamelen gevangen was genomen. Deze persoon werd zo diep beïnvloed door het gezelschap van de Heilige Profeet (sa) dat hij na korte tijd moslim werd. Hoewel de Heilige Profeet (sa) hem volgens de gewoonte bevrijdde als een daad van welwillendheid, verliet hij de dienst van de Heilige Profeet (sa) nog steeds niet tot zijn laatste adem.’ (Het leven en karakter van het Zegel der Profeten (sa), Vol. 2, pp. 277-279)
Eerste Eid al-Fitr
Zijne Heiligheid (aba) zei dat de eerste Eid al-Fitr werd gevierd aan het einde van Ramadan 2 AH. De Heilige Profeet (sa) zei dat de dagen van Eid al-Fitr en Eid al-Adha beter waren dan de twee dagen die de Mekkanen vierden tijdens het tijdperk van onwetendheid. De Heilige Profeet (sa) instrueerde dat op die dagen niemand moest vasten, maar juist moest eten en het vieren. Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra) schrijft in dit verband:
‘Aan het einde van Ramadan, nadat het vasten van Ramadan was bevolen, vaardigde de Heilige Profeet (sa) het gebod uit van Sadaqatul-Fitr volgens goddelijk bevel. Iedere moslim wiens situatie het toeliet, werd bevolen om een Sā’1 aan dadels, druiven, gerst of tarwe per persoon bij te dragen namens zichzelf, zijn familie en de van hem afhankelijke personen, als liefdadigheid voorafgaand aan Eid. Deze aalmoes werd verdeeld onder de armen, behoeftigen, wezen en weduwen, zodat dit kon dienen als een boetedoening voor eventuele fouten die werden gemaakt tijdens de aanbidding van het vasten en als middel van hulp kon worden geregeld voor de armen ter gelegenheid van Eid. Daarom werd, volgens het bevel van de Heilige Profeet (sa) voorafgaand aan elke Eid aan het einde van Ramadan, Sadaqatul-Fitr formeel ingezameld bij elke jonge en oude moslimman en -vrouw en verdeeld onder de wezen, armen en behoeftigen.
Het was ook in dit jaar dat de viering van Eid al-Fitr begon. Met andere woorden, de Heilige Profeet (sa) beval dat na de voltooiing van de maand Ramadan de moslims Eid moesten vieren op de eerste dag van Shawwal. Deze Eid was in de vreugde dat Allah de Verhevene hen de mogelijkheid had gegeven om aanbidding te verrichten in Ramadan. Het is echter fascinerend dat zelfs voor het uiten van deze vreugde de Heilige Profeet (sa) aanbidding voorschrijft. Zo beval hij dat op de dag van Eid alle moslims in een open ruimte moesten samenkomen en twee Rak’āt van Salat moesten verrichten. Na deze Salat moeten de moslims natuurlijk ook hun uiterlijke vreugde uiten, want als de ziel vreugde ervaart moet het lichaam daar ook van kunnen genieten. In werkelijkheid heeft Allah de Almachtige een Eid geplaatst aan het einde van al die belangrijke vormen van aanbidding die collectief in acht worden genomen. De Eid van de Salat is de vrijdag gebedsdienst die komt na het verrichten van Salat gedurende de week. Dit wordt de meest superieure van alle feesten van Eid genoemd. Vervolgens is de Eid al-Fitr van het vasten die aanbreekt tegen het einde van Ramadan. De Eid al-Adha van Hadj is Eid die gevierd wordt op de tweede dag van Hadj. Al deze feesten van Eid zijn een vorm van aanbidding op zichzelf. Daarom bezitten de feesten van Eid in de islam een wonderbaarlijke grootsheid waarbij de waarachtigheid van de islam in de schijnwerpers wordt gezet. Men krijgt de gelegenheid om na te denken over hoe de islam elke handeling van de moslims wil verbinden met het gedenken van Allah.
Ik moet afdwalen van de geschiedenis, anders zou ik uitweiden over hoe de islam in elke beweging, elke uitspraak en elke handeling van een moslim het gedenken van God heeft ingebed. Dit is in zo’n mate dat zelfs in dagelijkse taken van ondergeschikt belang, zoals staan en zitten, rondlopen, slapen en ontwaken, eten en drinken, baden, omkleden, schoenen dragen, het huis verlaten en binnengaan, vertrekken of terugkeren van een reis, iets verkopen of kopen, het beklimmen of afdalen van een hoogte, het binnengaan of verlaten van de moskee, het ontmoeten van een vriend, het ontmoeten van een vijand, het zien van de nieuwe maan, het benaderen van je vrouw, dus op wat voor manier is het begin en het einde van elke taak verbonden aan het gedenken van Allah, – zelfs bij het niezen en gapen. Als de afgodendienaren van Arabië in zo’n toestand de Heilige Profeet (die deze leer bracht, maar van wie de ongelovigen dachten dat hij deze leer uit eigen beweging had gemaakt) beschouwden als gek geworden in zijn liefde voor God, dan was dat niet verwonderlijk. Het is waar dat voor een werelds mens deze dingen niets anders dan waanzin zouden lijken. Maar iemand die de realiteit van zijn eigen wezen heeft begrepen, weet dat dit de essentie van het leven is.’ (Het leven en karakter van het Zegel der Profeten (sa), Vol. 2, pp. 113-114)
Verzonnen incidenten
Zijne Heiligheid (aba) zei vervolgens dat er twee incidenten zijn die zijn opgetekend rond de tijd van Badr, maar waarvan het duidelijk is dat deze zijn verzonnen. De eerste gebeurtenis betreft het doden van Asma bint Marwan. Er zijn overleveringen die zeggen dat zij mensen ophitste tegen de islam en schuttingtaal gebruikte. Daarom beweren sommige verhalen dat Umair bin Adi haar heeft gedood. Er zijn verschillende verslagen van dit vermeende voorval. In sommige historische teksten wordt het nergens vermeld in de zes authentieke overleveringsboeken. Op alle punten is dit incident duidelijk een verzinsel. Zijne Heiligheid (aba) zei dat over het tweede verzonnen incident in de toekomst zou worden uitgeweid.
OPMERKING: Ishaat team van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya NL neemt de volledige verantwoordelijkheid voor eventuele fouten of miscommunicatie in deze samenvatting van de vrijdagpreek.
Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba), dat enige tijd geleden incidenten met betrekking tot de Heilige Profeet (vzmh) en de Slag bij Badr werden genoemd. Ook vandaag zullen enkele incidenten met betrekking tot de Slag bij Badr worden genoemd.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (vzmh) drie dagen in Badr bleef. Vanuit Badr stuurde de Heilige Profeet (vzmh) Hazrat Abdullah bin Rawaha (ra) en Hazrat Zaid bin Harithah (ra) naar Medina om het goede nieuws van de overwinning door te geven. Daarna begon de Heilige Profeet (vzmh) aan zijn reis terug naar huis naar Medina. Er waren 70 gevangenen samen met deze zegevierende karavaan. Sommige historici vermelden dat op de terugreis twee gevangenen werden gedood volgens de Arabische gebruiken in die tijd, vanwege hun misdaden in de oorlog. Niet alle historici zijn het echter eens over of dit echt heeft plaatsgevonden of niet. Er zijn ook incidenten over de zus of dochter van een van de gesneuvelden die wat poëzie voordraagt, en toen hij het hoorde, was de Heilige Profeet (vzmh) tot tranen toe geroerd. Dit incident wordt echter ook door sommige historici weerlegd. Zijne Heiligheid (aba) zei dat Allah het in dit opzicht het beste weet.
Behandeling van krijgsgevangenen
Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra) de bovenstaande zaak als volgt heeft genoemd:
Onder de stamhoofden van de Quraish van wie wordt gezegd dat ze gevangen zijn genomen, hebben sommige historici de naam ‘Uqbah bin Abi Mu’it genoemd, en er staat geschreven dat hij op bevel van de Heilige Profeet (vzmh) later in gevangenschap werd gedood. Dit is echter niet correct. Narraties van Hadith en de geschiedenis vermelden heel duidelijk dat ‘Uqbah bin Abi Mu’it werd gedood op het slagveld en een van de stamhoofden van Mekka was wiens lijken in een put werden begraven. Echter, de executie van Nadr bin Harith blijkt uit vele verhalen. De reden voor zijn executie was dat hij een van die mensen was die direct verantwoordelijk waren voor de dood van onschuldige moslims die waren gemarteld door toedoen van de Quraish in Mekka.
Bovendien is het zeer waarschijnlijk dat Nadr bin Harith een van degenen was die Harith bin Abi Halah, de stiefzoon van de Heilige Profeet (vzmh), in de vroege periode van de Islam op brute wijze hadden gemarteld. Het is echter zeker dat behalve Nadr geen enkele andere gevangene werd geëxecuteerd, noch was het een gewoonte om gevangenen te executeren alleen omdat ze een vijand waren of namens de tegenpartij vochten. Daarom werd later ook hierover een specifiek gebod geopenbaard in de Heilige Koran. Bovendien moet er ook aan worden herinnerd dat, hoewel in veel overleveringen de executie van Nadr bin Harith is vastgelegd, er ook bepaalde verhalen zijn die erop wijzen dat hij niet werd geëxecuteerd; integendeel, hij bleef na Badr een periode in leven en werd uiteindelijk moslim en sloot zich aan bij de dienaren van de Heilige Profeet (vzmh) ter gelegenheid van de Ghazwah van Hunain. Deze laatste vertellingen worden echter over het algemeen als zwak beschouwd in vergelijking met de eerstgenoemde. وَاللّٰہُ اَعْلَمُ [Allah weet het beste].
In ieder geval, als er iemand was die werd geëxecuteerd onder de gevangenen, was het Nadr bin Harith, die werd geëxecuteerd als een daad van vergelding. In dit verband wordt ook verteld dat na zijn executie, toen de Heilige Profeet (vzmh) de pijnlijke coupletten van zijn zuster hoorde, hij zei: “Als deze coupletten mij eerder hadden bereikt, zou ik Nadr hebben vergeven.” In ieder geval werd, behalve Nadr, geen enkele andere gevangene geëxecuteerd; integendeel, zoals hierboven vermeld, beval de Heilige Profeet (vzmh) nadrukkelijk dat de gevangenen met vriendelijkheid moesten worden behandeld.’ (Het leven en het karakter van het zegel van profeten (vzmh), Vol. 2, pp. 159-160)
Zijne Heiligheid (aba) zei dat er is vastgelegd dat tijdens de Slag bij Badr 70 ongelovige Mekkanen werden gedood door toedoen van de moslims, terwijl 70 anderen gevangenen werden genomen. In overeenstemming met de geboden van de Heilige Profeet (vzmh) behandelden de metgezellen deze gevangenen met grote vriendelijkheid. Het was in het licht van deze vriendelijkheid, samen met de grote leringen van de Islam, dat veel van de gevangenen uit Badr ertoe brachten om uiteindelijk de Islam te accepteren.
Profetie van de overwinning van de Byzantijnen
Zijne Heiligheid (aba) zei dat een ander incident met betrekking tot de Slag bij Badr de overwinning van het Romeinse Rijk was, die was voorspeld door de Heilige Profeet (vzmh). In 5 AH werd Soera al-Rum geopenbaard, waarin de overwinning van Rome werd genoemd. Er wordt opgetekend dat bij de openbaring van deze verzen aan de Heilige Profeet (vzmh), Hazrat Abu Bakr (ra) de volgende verzen aankondigde in de omgeving van Mekka:
“Alif Lam Mim. De Romeinen zijn verslagen in het nabijzijnde land, maar zij zullen na hun nederlaag zeker overwinnen binnen een negental jaren.” (De Heilige Koran, 30:2-5)
Zijne Heiligheid (aba) zei dat aangezien de Mekkanen en Perzen beide afgodendienaars waren, de Mekkanen wensten dat de Perzen zouden winnen. Maar omdat de moslims en de Romeinen beide mensen van het boek waren, wensten de moslims dat de Romeinen zouden zegevieren. Daarom stelden de Mekkanen voorwaarden met elkaar aan wat elk zou ontvangen als hun gewenste kant zou zegevieren, en zij bepaalden de periode van vijf jaar om dit te laten gebeuren. Uiteindelijk wonnen de Romeinen en het was op de dag van de Slag bij Badr dat de moslims hoorden van de overwinning van de Romeinen.
Getuigenis van niet-moslims met betrekking tot de profetie
Zijne Heiligheid (aba) citeerde verschillende historische verwijzingen naar de overwinning van de Romeinen, en hoe, ondanks dat ze schijnbaar de zwakkere kant waren, de Romeinen zegevierend waren in het licht van de Koranprofetie. Zijne Heiligheid (aba) citeerde ook de historicus Edward Gibbon, die, bij het beschrijven van de Romeinse overwinning, zijn verbazing en verwondering uitsprak over de verbazingwekkende nauwkeurigheid van de profetie die in dit verband door de Heilige Koran werd gedaan.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat veel jongeren hem schrijven met de vraag hoe ze kunnen weten dat de Islam de waarheid en de ware religie is in vergelijking met anderen. De maatschappij om hen heen heeft ervoor gezorgd dat er twijfels in hun hoofd zijn ontstaan. Ze hoeven echter alleen maar terug te kijken naar de geschiedenis en dergelijke uitingen van niet-moslims met betrekking tot deze profetieën. Op dezelfde manier hoeven ze alleen maar na te denken over de profetieën die werden gedaan met betrekking tot onze huidige tijd. Ouders moeten deze profetieën ook begrijpen, zodat ze hun kinderen kunnen onderwijzen. Deze profetieën zijn het bewijs voor de waarachtigheid van de Islam. Er zijn inderdaad duizenden bewijzen voor de waarachtigheid van de Islam. Men hoeft alleen maar zijn kennis te vergroten.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra) bepaalde historische discrepanties verzoent over de vraag of de Romeinse overwinning plaatsvond ten tijde van de Slag bij Badr of ten tijde van het Verdrag van Hudaibiyah als volgt:
In verschillende overleveringen is verteld dat de Byzantijnen deze overwinning behaalden in het tijdperk van het Verdrag van Hudaibiyah. Deze verhalen zijn echter niet tegenstrijdig, omdat het tijdperk van de Byzantijnse overwinning in werkelijkheid een periode besloeg die zich uitstrekte van de slag bij Badr tot het Verdrag van Hudaibiyah. (Het leven en het karakter van het zegel van profeten (vzmh), Vol 2, p. 174)
Waarheidsgetrouwheid van de profetie over de Byzantijnse overwinning
Zijne Heiligheid (aba) citeerde ook de Beloofde Messias (as) en de Tweede Kalief (ra) met betrekking tot de waarachtigheid van de Koranprofetie met betrekking tot de Romeinse overwinning. De Beloofde Messias (as) zei bijvoorbeeld dat deze profetie werd gedaan in een tijd dat de moslims in een staat van zwakte verkeerden. Niet alleen werd deze profetie gedaan, maar er werd ook een beperking van de tijd geplaatst. Verder werd ook bepaald dat niet alleen de Romeinen zouden zegevieren, maar tegelijkertijd zouden de gelovigen ook zegevieren. Uiteindelijk werd deze profetie vervuld precies zoals ze was voorzegd met al haar voorwaarden.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij deze incidenten in de toekomst zou blijven vertellen.
Begrafenisgebed
Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij het begrafenisgebed in absentia zou leiden van het volgende overleden lid:
Firas Ali Abdul Wahid
Firas Ali Abdul Wahid uit het Verenigd Koninkrijk is onlangs overleden. Hij kwam oorspronkelijk uit Irak. Hij accepteerde Islam Ahmadiyyat in 2012. Hij wordt overleefd door zijn vrouw en een dochter. Hij had de Heilige Koran uit zijn hoofd geleerd toen hij jong was. Hij werd een extremistische moslim, verkocht de tv van het huis en verscheurde alle foto’s in het huis en zei dat deze dingen haram waren. Ondanks dat hij zelf een goede kunstenaar was, was hij geïndoctrineerd geraakt door andere fanatieke moslims en dacht hij dat zulke dingen verboden waren. Na een tijdje begon hij echter zijn geloof in twijfel te trekken en na gesprekken met een christelijke vriend werd hij een christen. Later keerde hij terug naar de Islam. Hij was zeer deskundig en had aanleg voor het leren van talen. In 2009 verhuisde hij naar het Verenigd Koninkrijk. Het was hier dat hij MTA tegenkwam en de antwoorden op zijn vragen begon te ontvangen. Hij zag de Vierde Kalief (rh) in een droom, en uiteindelijk accepteerde hij de Islam Ahmadiyyat in 2012. Hij werd standvastig in zijn geloof en zou met trots Ahmadiyyat propageren en verdedigen. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem vergeving en genade mocht schenken, zijn positie mocht verheffen, zijn familie mocht beschermen en hen geduld zou schenken, en zijn gebeden voor zijn familie zou accepteren. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah de Gemeenschap zulke mensen in de toekomst mag schenken.
OPMERKING: Ishaat team van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya NL neemt de volledige verantwoordelijkheid voor eventuele fouten of miscommunicatie in deze samenvatting van de vrijdagpreek.
Na het reciteren van Tashahhud,Ta’awwuz en Surah al-Fatihah zeiZijne Heiligheid Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat het de wet van de Almachtige God is dat iemand die in deze wereld komt, na enige tijd te hebben doorgebracht, ook moet vertrekken. Maar gelukkig zijn degenen die alleen positieve herinneringen achterlaten, die nuttig zijn gebleken voor anderen, die praktisch voorrang gaven aan het geloof over de hele wereld, die ernaar streefden te handelen naar de geboden van God en Zijn Boodschapper (sa), die ernaar streven het doel van de belofte van trouw aan de Beloofde Messias (as) te verwezenlijken, die werkelijk loyaal zijn aan het Ahmadiyya-kalifaat, die ernaar streven de mensheid te helpen, voor wie iedereen alleen maar complimenteuze woorden uitspreekt. Als zodanig worden ze, volgens de Heilige Profeet (sa), voorbestemd voor het Paradijs.
Amatul Qudoos, dochter van dr. Mir Muhammad Ismail
Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij iemand zou noemen die ernaar streefde haar leven te leiden volgens het genoegen van de Almachtige God. Dit is de gerespecteerde Amatul Qudoos, die de dochter was van Dr. Mir Muhammad Ismail (ra) en echtgenote van wijlen Sahibzada Mirza Waseem Ahmad, dus de schoondochter van de Tweede Kalief (ra). Ze woonde in Qadian, maar was op bezoek bij haar dochters in Rabwah, waar ze overleed. “Voorzeker, wij behoren aan Allah toe en tot Hem zullen we terugkeren.”
Zijne Heiligheid (aba) zei dat haar Nikah (islamitische huwelijksaankondiging) werd aangekondigd door de Tweede Kalief (ra). Op verzoek van de vrouw van Hazrat Dr. Mir Muhammad Islamil (ra) woonde de Tweede Kalief (ra) de rukhsati bij als vertegenwoordiger van de familie van de bruid, in plaats van namens zijn zoon. Allah de Almachtige schonk haar drie dochters en een zoon. Haar dochter Amatul Aleem is nationale voorzitter van de Ahmadiyya Vrouwen Auxiliaire Organisatie in Pakistan.
Grote offers in dienst van haar geloof
Zijne Heiligheid (aba) zei dat een paar dagen na zijn huwelijk, terwijl Mirza Waseem Ahmad de papieren aan het voorbereiden was om zijn vrouw terug te brengen naar Qadian, de Tweede Kalief (ra) adviseerde dat het proces aan de gang zou blijven, maar in de tussentijd zou Mirza Waseem Ahmad onmiddelijk moeten terugkeren naar Qadian als lid van de familie van de Beloofde Messias (as), en hij zou een voorbeeld van opoffering moeten zijn. Amatul Qudoos gaf ook een voorbeeld van opoffering op het gebod van de Tweede Kalief (ra), omdat ze geen idee had wanneer het proces voor haar om naar Qadian te gaan voltooid zou zijn of wanneer de omstandigheden tussen India en Pakistan haar zouden toelaten om te gaan.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat ze een jaar later naar Qadian vertrok. Ze kreeg van de Tweede Kalief (ra) het advies dat ze, eenmaal daar, in het huis van Umm e Nasir moest gaan wonen, waar de Beloofde Messias (as) veel tijd had doorgebracht. Eenmaal in Qadian speelde Amatul Qudoos Sahiba een cruciale rol bij het organiseren van de vrouwen van Qadian.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Vierde Kalief (rh) na zijn migratie naar Londen verklaarde dat er een uitgebreid plan moest worden bedacht om de boodschap van Islam Ahmadiyyat te verspreiden, en om deze taken te voltooien was er een plan om twee nieuwe centra op te richten; één in Londen en één in Duitsland. De vrouwen in Lajna luisterden naar deze oproep, en als Nationaal Voorzitter van de Ahmadiyya Vrouwenhulporganisatie in India schreef ze dat de vrouwen in Qadian grote financiële offers brachten voor deze zaak, en dat ze zelf ook al haar sieraden ter beschikking had gesteld. Later noemde de Vierde Kalief (rh) deze offers en waardeerde ze enorm. Toen de Vierde Kalief (rh) Qadian bezocht, maakte hij opnieuw melding van de grote financiële offers die de vrouwen van Qadian brachten.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Tweede Kalief (ra) haar de taak had gegeven om de vrouwen daar te verenigen, toen hij haar naar Qadian stuurde. Ze bekleedde verschillende functies, onder meer als voorzitter van de Ahmadiyya Vrouwen Auxiliaire Organisatie. Ze werkte hard om de verschillende delen te organiseren die nodig waren om verenigd te worden, vooral na de Deling van Brits-Indië. Ze communiceerde met hen via brieven en bezocht vervolgens ook verschillende regio’s.
Het onderwijzen van de Heilige Koran, gastvrijheid en tevredenheid in het leven
Zijne Heiligheid (aba) zei dat zij de Heilige Koran aan meer dan tweehonderd mensen onderwees. Ze spoorde mensen aan om van het kalifaat te houden door verschillende incidenten te presenteren. Ze had ook een buitengewoon niveau van gastvrijheid. Ze was een toegewijde echtgenote die altijd behulpzaam was, nooit iets eiste en tevreden bleef met wat ze had. Haar dochter zegt dat ze, nadat haar man was overleden, in een droom zag dat ze op haar laatste levensreis was, maar toen zag ze de Derde Kalief (rh) in een droom die haar vertelde dat ze haar visum nog niet had ontvangen. Bij de gratie van Allah de Almachtige leefde ze daarna een lang leven.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat ze in de laatste periode van haar leven haar gezichtsvermogen verloor, maar nog steeds een leven vol tevredenheid leidde en nooit klaagde. Wanneer haar werd gevraagd hoe het met haar ging, antwoordde ze altijd met: ‘Alle lof behoort aan Allah’. Telkens wanneer er een oproep werd gedaan door de kalief van die tijd, waren Sahibzada Mirza Waseem en Amatul Qudoos de eersten die financiële offers van Qadian brachten. Ze woonde altijd de vreugdevolle gebeurtenissen van anderen bij of kwam op bezoek in hun tijden van verdriet, zelfs als dat betekende dat ze dat moest doen, ondanks dat ze zich niet lekker voelde. Ze leerde jonge meisjes zaaien. Ze creëerde een omgeving van samenleven in harmonie.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat zij haar kinderen opdroeg de gebeden op hun vroegste tijdstip uit te spreken. Ze voedde ook verschillende andere meisjes op, voedde ze goed op, leerde hun de Koran en vergemakkelijkte vervolgens hun huwelijken. Tijdens moeilijke tijden in Qadian gaf ze elke keer dat een meisje ging trouwen, haar sieraden en zei dat ze die mochten dragen zolang ze wilden voordat ze die teruggaven, en dan leende ze die uit aan iemand anders die ging trouwen. Velen hebben dus op deze manier van haar sieraden geprofiteerd. Mensen lieten ook hun kostbaarheden bij haar achter, en als ze die kwamen ophalen, vroeg ze hen om te controleren dat alles aanwezig en intact was.
Het bijbrengen van nobele eigenschappen bij meisjes
Zijne Heiligheid (aba) zei dat ze veel meisjes de basisprincipes in huis leerde. Velen hebben aangegeven hoe belangrijk deze opleiding van haar was, waardoor ze naadloos konden integreren met hun schoonfamilie. Ze zei dat het de zegen van Allah was dat ze in Qadian kon leven, maar ze bad om een groots en verheven huis in het Paradijs. Ze leerde meisjes verschillende vakken, variërend van literatuur en grammatica tot zelfs jurisprudentie.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat ze bleef vasten zolang haar gezondheid het toeliet, en dat ze tijdens de Ramadan regelmatig naar de moskee ging voor het Tarawihgebed. Ze bereidde de gastkamer voor de Vierde Kalief (rh) voor toen hij Qadian bezocht. Op dezelfde manier maakte ze, toen Zijne Heiligheid (aba) Qadian in 2005 bezocht, de kamer zelf klaar, en ze stond er ook op dat ze dagelijks minstens één maaltijd voor Zijne Heiligheid (aba) zou koken.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat zij de kwaliteiten en manieren van gastvrijheid bij haar kinderen vanaf jonge leeftijd heeft bijgebracht. Op dezelfde manier had haar man verschillende banden met overheidsfunctionarissen die hun huis bezochten, en zij informeerde ook hun vrouwen over de Ahmadiyya-gemeenschap. Deze contacten lieten zelfs hun kostbaarheden in bewaring bij haar achter vanwege haar betrouwbaarheid.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat ze tijdens haar ziekte, toen haar dochters haar naar Rabwah brachten en de noodzaak voor haar zou ontstaan om langer te blijven om voor haar gezondheid te zorgen, zei dat ze niet langer zou blijven, totdat ze toestemming kreeg van Zijne Heiligheid (aba). Ze schreef aan Zijne Heiligheid (aba), die haar toestemming gaf om in Rabwah te blijven zolang ze nodig had.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat de kinderen in Qadian haar liefkozend ‘grootmoeder’ noemden. Toen haar kleinzoon, die studeert om missionaris te worden, haar om enige leiding vroeg, antwoordde zij door te zeggen dat alle leiding die hij nodig had, hem door de woorden van de kalief werd gegeven.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat veel mensen haar begrafenisgebed bijwoonden, waaronder veel niet-Ahmadi’s. Het was duidelijk hoeveel ze van de mensen van Qadian hield, en hoeveel de mensen van Qadian van haar hielden. Velen uit Qadian hebben aan Zijne Heiligheid (aba) geschreven dat ze door haar zijn opgevoed alsof ze hun eigen moeder was.
Zijne Heiligheid bad dat Allah haar positie moge verheffen.
Mohammed Arshad Ahmedi
Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij ook het begrafenisgebed van Muhammad Arshad Ahmedi uit Groot-Brittannië zou leiden. Hij verhuisde op 15-jarige leeftijd vanuit Nairobi naar Groot-Brittannië. Hij was getrouwd met Amatul Baseer. Hij laat zijn vrouw, twee zonen en een dochter achter. Hij was stevig verbonden met de Gemeenschap en bekleedde verschillende functies. Hij was twintig jaar lang nationaal secretaris voor publicaties in Groot-Brittannië. Hij schreef een boek als reactie op Salman Rushdie. Hij had een grote liefde voor de Heilige Profeet (sa) en de Beloofde Messias (as). Hij had een passie voor het verspreiden van de boodschap van de Islam. Hij was regelmatig in het verrichten van zijn gebeden. De Vierde Kalief (rh) zei ooit dat hij zelden mensen had gezien die zo loyaal waren als Arshad Ahmedi. Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij hem ook nederig vond en toegewijd aan het kalifaat. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem vergiffenis en barmhartigheid moge schenken en zijn kinderen in staat mag stellen de erfenis van zijn deugden voort te zetten.
Ahmad Jamal
Zijne Heiligheid (aba) zei dat er ook bij verstek een begrafenisgebed is voor Ahmad Jamal, die onlangs in de VS is overleden. Hij zwoer trouw aan de tweede kalief (ra). Hij was zeer bescheiden en had een diepe liefde voor de gemeenschap en het kalifaat. Hij luisterde regelmatig naar de vrijdagpreek en maakte aantekeningen. Ondanks dat hij ver van de moskee woonde en ondanks zijn slechte gezondheid, woonde hij regelmatig het vrijdaggebed bij. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem vergiffenis en genade moge schenken en zijn gebeden mag aanvaarden ten gunste van zijn dochter, die geen Ahmadi is
OPMERKING: Ishaat team van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya NL neemt de volledige verantwoordelijkheid voor eventuele fouten of miscommunicatie in deze samenvatting van de vrijdagpreek.
Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) dat door de genade van Allah de Almachtige, de Jalsa Salana (jaarlijkse conventie) in Duitsland afgelopen weekend succesvol is gehouden.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat we Allah de Almachtige dankbaar moeten zijn dat hij ons in staat heeft gesteld om de grootschalige Jalsa te houden na een onderbreking van een paar jaar. De organisatoren en deelnemers moeten Allah dankbaar zijn. De werkers moeten vooral dankbaar zijn, omdat Allah de Almachtige hen in staat stelde om de gasten de Beloofde Messias (as) te bedienen. De aanwezigen zouden dankbaar moeten zijn aan de werkers die hen tijdens de Jalsa bedienden.
Het aanpakken van tekortkomingen van Jalsa Salana
Zijne Heiligheid(aba) zei dat in de grootschalige organisatie en in zo’n grote locatie, er misschien wat tekortkomingen waren, en dat sommige gasten misschien wat moeilijkheden ondervonden, maar omdat iedereen daar was voor een groter spiritueel doel, klaagden de mensen over het algemeen niet. De werkers deden hun taken over het algemeen met grote inzet. Als er al tekortkomingen waren in hun werk of afdeling, dan kwam dat meestal door de verkeerde leiding van hun leidinggevenden. Als er tekortkomingen waren, was dat dus de verantwoordelijkheid van de leidinggevenden. Om deze tekortkomingen in de toekomst te voorkomen, moeten ze in het repertorium worden geschreven en worden aangepakt.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat overwogen moet worden of verbeteringen kunnen worden aangebracht op dezelfde locatie, of dat een nieuwe locatie moet worden onderzocht. Over het algemeen waren enkele van de moeilijkheden die werden ondervonden dat de roltrappen of liften niet functioneerden. Er was een tekort aan toiletten en water. Zijne Heiligheid(aba) zei dat hij zelf naar de locatie in Karlsruhe was gegaan om verschillende aspecten te inspecteren en wees op verschillende aspecten die daar aangepakt moesten worden. Voor deze locatie zei Zijne Heiligheid(aba) dat hij alleen complimenteuze rapporten had ontvangen.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat de beveiliging over het algemeen goed werk leverde, maar dat ze in sommige gevallen onnodige hindernissen opriepen. Er was een klacht van de kant van de dames dat er vertraging was bij het bezorgen van het eten aan hen. Zijne Heiligheid(aba) zei dat de beveiliging moet begrijpen dat het niet alleen hun taak is om mensen tegen te houden, maar ook om mensen te begeleiden. Deze afdeling zou een team moeten hebben dat mensen leidt naar waar ze heen moeten.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat er ook wat klachten waren van de kant van de dames over de vertalingen, vooral op de eerste dag. De dames klaagden hier niet over, maar de MTA Vertaalafdeling bracht deze kwestie onder de aandacht van Zijne Heiligheid(aba). Er waren ook problemen met het geluid in het hele Jalsa gebouw. De Jalsa Salana, Jalsa Gah en Audio Afdeling zijn hiervoor verantwoordelijk. Mensen komen naar de Jalsa om naar de Jalsa procedures te luisteren. Dus waar andere tekortkomingen te overzien zijn, kunnen problemen met het geluid niet getolereerd worden. Hierdoor konden mensen achterin de zaal niet goed naar de Jalsa luisteren. De Beloofde Messias(as) zei dat deze bijeenkomst niet is zoals elke andere wereldse bijeenkomst, echter, gebaseerd op enkele video’s die Zijne Heiligheid(aba) zag van mensen achterin de Jalsa hal, was dat precies waar het op leek. Zij kunnen echter niet volledig schuldig zijn, de Officier Jalsa Gah en de Audio Afdeling zijn verantwoordelijk en zouden moeten analyseren wat er mis ging.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat hij heeft waargenomen dat overal waar een ambtenaar met nederigheid en inspanning werkt, de afdeling soepel loopt. Als dit echter niet het geval is, dan blijven er tekortkomingen in de afdeling, zelfs als de werknemers ernaar streven om hard te werken. Daarom zei Zijne Heiligheid(aba) dat hij geen problemen heeft met de werknemers en hun inspanningen waardeert. Het zijn in feite de officieren die zichzelf moeten hervormen.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat, zoals hij al eerder zei, de discipline aan de kant van de dames beter was dan de discipline aan de kant van de heren. Dit laat zien dat de Tarbiyyat afdeling aan de mannenkant nog wat werk te doen heeft. Succesvolle naties houden altijd hun tekortkomingen in de gaten en het is geen schande om dit te doen. Het is de genade van Allah de Almachtige dat hij deze tekortkomingen bedekte zodat de niet-Ahmadis gasten die de Jalsa bijwoonden positief werden beïnvloed. Ook degenen die over de hele wereld op MTA keken, complimenteerden de Jalsa.
Indrukken & gevoelens van Jalsa Salana gasten
Zijne Heiligheid(aba) zei dat hij enkele sentimenten zou presenteren van degenen die de Jalsa bijwoonden, en hoe het instrumenteel was in het overbrengen van de ware boodschap van Islam.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat een doctor uit Bulgarije opmerkte dat ze iedereen oprecht vond en bereid om te helpen. Ze zei dat deze Jalsa haar spiritueel nieuw leven had ingeblazen. Ze leerde veel over de Ahmadiyya gemeenschap. Alle leden, mannen, vrouwen en kinderen, waren zeer gedisciplineerd. Ze was erg onder de indruk van het feit dat de moskee in Berlijn gebouwd is met geld van donaties van vrouwen. Ze zei dat ze andere evenementen had bijgewoond, maar geen zoals deze. Ze vond de toespraken van Zijne Heiligheid(aba) erg indrukwekkend.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat een christelijke journalist uit Macedonië zei dat de organisatie van de Jalsa uitstekend was. Ze zei dat de Jalsa een uitstekend voorbeeld was van hoe wederzijdse liefde de wereld tot een betere plaats kan maken.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat een lerares uit Slowakije zei dat ze voorbeelden van gastvrijheid zag die nergens anders in de wereld te vinden zijn. Vooral tijdens de bai’at (initiatie) ceremonie en de gebeden, kon ze haar emoties niet inhouden en huilde tijdens de hele bai’at ceremonie. Ze zei dat ze haar ontmoeting met Zijne Heiligheid(aba) nooit zal vergeten. Ze sprak haar verlangen uit om Zijne Heiligheid(aba) weer te ontmoeten en meer te leren over de Ahmadiyya gemeenschap.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat een andere gast uit Slowakije zijn blijdschap uitsprak bij het zien van het morele gedrag van Ahmadi’s. Hij vond dat moslims, vooral Ahmadi’s, vredelievend zijn. Hij vond moslims, vooral Ahmadi’s, vredelievend. Hij had de gelegenheid om veel te leren over de prachtige leringen van de Islam op de tentoonstellingen. Hij zag dat Ahmadi’s van hun Kalief houden.
Zijne Heiligheid(aba) merkte op dat er een kaart was gemaakt van Bosnië, waarover sommige mensen zeiden dat deze moet worden herzien omdat sommige aspecten misschien niet helemaal accuraat zijn.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat een professor uit Albanië zei dat de Jalsa buitengewoon was. Hij zei dat hij de ware Islam op de Jalsa vond en merkte dat het echte verschil tussen Ahmadi’s en andere Moslims het Kalifaat is.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat een lerares van een middelbare school uit Albanië zei dat ze weet hoe agressief kinderen kunnen zijn. Ze was echter erg onder de indruk van hoe de kinderen op de Jalsa zo braaf waren en bezig met hun taken. Zo bleken de kinderen zelfs een middel voor Tabligh te zijn. Ze zag dat in de eetzaal iedereen heel goed gedisciplineerd was en dat er geen ruzies waren.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat een soennitische geleerde uit Georgië, die 15 jaar in Madinah studeerde, ook de Jalsa bijwoonde. Hij zei dat hij tijdens zijn studie negatieve dingen over de Ahmadiyya gemeenschap had geleerd. Hij ontmoette echter de Ahmadi-zendeling en leerde meer over de gemeenschap. Hij besloot dat hij de Ahmadiyya gemeenschap van dichtbij wilde zien. Na het bijwonen van de Jalsa, zei hij dat de Ahmadiyya Gemeenschap zeker een deel van de Islam is. Na het luisteren naar de toespraken van Zijne Heiligheid(aba), zei hij dat het volkomen verkeerd is om Ahmadi’s tot ongelovigen te verklaren.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat de officiële directeur van onderwijs van een gemeente in Kosovo ook de Jalsa bijwoonde. Hij zei dat hij niet kon wachten om zijn vrienden te vertellen over zijn ervaring op de Jalsa en wat hij geleerd had van de toespraken van de Kalief. De grote gastvrijheid van zijn gastheer liet ook een blijvende indruk op hem achter.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat een burgemeester uit Kosovo zei dat hij onder de indruk was van de eenheid en broederschap waarvan hij getuige was op de Jalsa. De toespraken waren uitstekend, vooral die van de Kalief. Hij zei dat hij nu echt de echte Islam heeft begrepen.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat een gast uit Syrië zei dat zijn vriend hem naar de Jalsa had gebracht. Hij was van plan om slechts een dag te blijven en dan terug te keren naar huis, maar toen hij zo’n buitengewone sfeer zag, besloot hij om op het terrein van de Jalsa te blijven en op de grond te slapen. Hij was zo onder de indruk van de Jalsa, dat hij besloot trouw te zweren en Ahmadiyyat te accepteren.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat een student natuurkunde uit Egypte ook aanwezig was. Hij zei dat ze bij natuurkunde leren om alles in twijfel te trekken. Hij had Ahmadiyyat enige tijd geleden geaccepteerd, maar na enige tijd begon hij te twijfelen en dreef weg. Toen hij bij de Jalsa aankwam, was er wat vertraging in het registratieproces, waardoor de preek van Zijne Heiligheid(aba) al begonnen was. Zodra hij eindelijk de zaal binnenliep, hoorde hij Zijne Heiligheid(aba) zeggen dat als iemand zou twijfelen en aan alles zou twijfelen, hij misschien niet in staat zou zijn om ook maar een moment in deze wereld door te brengen (dit was een citaat van de Beloofde Messias(as)). Ze zouden geen water kunnen drinken uit angst dat het vergiftigd is, ze zouden niets eten van de markt. Hoe kon zo iemand dan overleven? Dit beïnvloedde hem enorm, en hij was ervan overtuigd dat dit geen toeval kon zijn. Het leek voor hem alsof dit aan hem gericht was, en hierop verdwenen al zijn twijfels.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat een Duitse gast zei dat hij geen woorden had om de verbazingwekkende toespraken van Zijne Heiligheid(aba) te beschrijven, en hij zei dat iedereen zou moeten uitvoeren wat Zijne Heiligheid(aba) zei. Hij zei dat vooral Duitsers het advies van Zijne Heiligheid(aba) moeten opvolgen om altijd te blijven glimlachen. Hij zei dat hij het volledig eens is met wat Zijne Heiligheid(aba) zei over de status van vrouwen.
Gelukkige zielen betreden de kudde van Ahmadiyyat
Zijne Heiligheid (aba) zei dat tijdens de Jalsa 39 mensen uit 7 landen trouw hebben gezworen en Ahmadiyyat hebben geaccepteerd. Een gast uit Servië zei dat de bai’at ceremonie een blijvende spirituele impact op haar had. Hoewel ze de woorden niet kon verstaan, hadden ze een diepe impact op haar en brachten ze haar dichter bij God.
(Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de vele gevoelens van gasten die door Zijne Heiligheid (aba) werden gedeeld)
Dekking van Jalsa Salana Duitsland
Zijne Heiligheid (aba) zei dat vier tv-zenders verslag deden van de Jalsa met een gemeld bereik van 41 miljoen kijkers. 11 Duitse kranten publiceerden verslagen en artikelen over de Jalsa en bereikten daarmee meer dan 50 miljoen mensen. 5 radiostations zonden verslagen uit over de Jalsa en bereikten daarmee 14 miljoen mensen. Via online media-aandacht werd de boodschap doorgegeven aan 2 miljoen mensen. In totaal heeft de Jalsa naar schatting meer dan 108 miljoen mensen bereikt. Zijne Heiligheid (aba) bad dat dit positieve resultaten mag hebben in de toekomst.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat hij slechts een paar van de vele gast sentimenten presenteerde. Het is een grote gunst van Allah de Almachtige dat Hij onze tekortkomingen bedekt. Gasten hebben ook positieve gevoelens geuit bij de verschillende moskee-inwijdingen. Sommigen gaven aan dat ze niet eens op de hoogte waren van Ahmadiyyat, of de leer van de Islam over de rechten van Allah en de rechten van Zijn schepping, maar ze leerden op deze evenementen. Sommigen klaagden zelfs dat hun Ahmadi-vrienden hen nooit over de prachtige leerstellingen van de Islam hadden verteld. Daarom moet er een Tabligh-programma worden gemaakt, en zonder enig minderwaardigheidscomplex moeten Ahmadi’s de boodschap van Islam en Ahmadiyyat overbrengen. Simpelweg folders uitdelen is niet voldoende, we moeten juist elke gelegenheid effectief benutten om de boodschap te verspreiden. Zijne Heiligheid (aba) zei dat mensen in Duitsland nog steeds geïnteresseerd zijn om over religie te praten. En dus moeten er programma’s worden gemaakt waar zulke mensen kunnen worden uitgenodigd.
Zijne Heiligheid(aba) zei dat we onszelf moeten analyseren, of het nu in de Jalsa organisatie is of in de permanente afdelingen. We moeten altijd streven naar het beste. We moeten werken met een goede planning en gebeden. Streef er altijd naar om het ware doel van Jalsa te vervullen. Zijne Heiligheid (aba) bad dat moge Allah genade hebben en moge Hij iedereen in de toekomst in staat stellen om het ware doel van Jalsa te vervullen.
OPMERKING: Ishaat team van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya NL neemt de volledige verantwoordelijkheid voor eventuele fouten of miscommunicatie in deze samenvatting van de vrijdagpreek.
Na het reciteren van Tashahhud, Ta`awwuz en Surah al-Fatihah zei Zijne Heiligheid Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat alle lof aan Allah toekomt, want vandaag wordt in Duitsland op grote schaal de Jalsa Salana (Jaarlijkse Conventie) gehouden, na een gat van vier jaar.
Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah alle aanwezigen in staat zou stellen het ware doel van Jalsa te bereiken. Ze moeten niet blij zijn alleen al met het feit dat ze weer bijeen zijn gekomen en elkaar kunnen ontmoeten. Het belangrijkste doel waarvoor de Beloofde Messias (as) deze conventie heeft ingesteld, is het bevorderen van spiritualiteit en religieuze kennis, het vergroten van de verbinding en liefde voor God, het volledig volgen van de Heilige Profeet (vzmh) en het liefhebben van hem, voor de toekomst, liefde voor de wereld te verminderen en voorrang te geven aan het geloof.
100 jaar Ahmadiyyat in Duitsland
Zijne Heiligheid (aba) zei dat het dit jaar ook 100 jaar geleden is sinds de oprichting van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in Duitsland. Het Duitse volk is hierover zeer opgewonden. Het is beslist een kwestie van geluk dat de Gemeenschap hier 100 jaar geleden werd opgericht. In feite bereikte de feitelijke boodschap van de Beloofde Messias (as) Duitsland zelfs al tijdens zijn leven. In werkelijkheid moeten we echter analyseren wat we de afgelopen honderd jaar hebben bereikt. Aanvankelijk waren er slechts enkele Ahmadi’s in Duitsland. Toen de omstandigheden voor Ahmadi’s in Pakistan verslechterden, begonnen ze ook naar Duitsland te migreren. Ze zijn naar Duitsland gekomen vanwege hun geloof, en dus kunnen ze hun geloof vrijelijk belijden zonder angst voor vervolging. Daarom hadden ze een deugdzame verandering in zichzelf moeten bewerkstelligen, daar standvastig in moeten blijven en dezelfde deugd bij hun kinderen moeten bewerkstelligen. Is dit bereikt? Als dat zo is, dan is dit de ware manier waarop het 100-jarig bestaan van de Gemeenschap in Duitsland gevierd kan worden. Als dat niet het geval is, heeft het vieren op wereldse wijze geen waarde. Als wereldsgezindheid en materialisme ons hebben weggetrokken van de religieuze plichten waar de Beloofde Messias (as) ons aan heeft herinnerd en die onze belofte van trouw rechtvaardigt, dan zijn 100-jarige vieringen van geen enkele waarde.
Verantwoordelijkheden van Ahmadi-moslims
Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij bepaalde citaten van de Beloofde Messias (as) zou presenteren met betrekking tot onze verantwoordelijkheden.
Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias (as), die zei dat men niet tevreden moet worden na simpelweg trouw te hebben gezworen, want dit is slechts het omhulsel. Die werkelijke essentie is wat erin zit. Als iemand die beweert geloof te hebben en trouw heeft gezworen, geen begrip heeft van beide zaken, dan moet hij of zij bang blijven. Ze moeten analyseren of ze slechts een omhulsel zijn of dat er iets in zit. Ze moeten bedenken dat zonder de essentie slechts een omhulsel geen waarde heeft in de ogen van God. Niemand weet wanneer ze zullen sterven, maar iedereen kan er zeker van zijn dat ze op een bepaald moment zullen overlijden, en daarom moeten ze niet alleen op claims vertrouwen. Totdat een persoon niet meerdere keren een soort dood over zichzelf teweegbrengt en geen stadia van vooruitgang doormaakt, kan hij of zij het doel van zijn schepping niet bereiken. Een dergelijke norm kan alleen worden bereikt door niet toe te staan dat wereldsgezindheid de overhand krijgt en voorrang krijgt op iemands geloof.
Ware betekenis van voorrang geven aan iemands geloof over de hele wereld
Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Beloofde Messias (as) zei dat hij niet wil dat zijn volk lui wordt, terwijl hij uitlegt of het geven van voorrang aan het geloof over de wereld betekent dat je de wereld helemaal in de steek moet laten. Ze moeten zeker bezig zijn met hun zaken, maar het mag niet zo zijn dat ze niet eens tijd hebben voor gebed. Ze mogen God niet vergeten. Als het tijd is om te werken, moeten ze werken, en als het tijd is om te bidden, moeten ze bidden. Kijk naar het voorbeeld van de metgezellen, die, wat er ook gebeurde, God en Zijn aanbidding nooit in de steek lieten. Zelfs in de moeilijkste tijden, zelfs in tijden van oorlog, zijn ze God en Zijn aanbidding nooit vergeten. Totdat het Islamitische geloof door iemands aderen stroomt, kunnen ze geen echt succes vinden. Als iemand de Koran verlaat, zal hij met een soort hel op deze aarde te maken krijgen. Als het voorgeschreven middel van een arts na een tijdje niet werkt, dan schrijft de arts een nieuw middel voor. Maar in de wereld en vooral in het Westen lijden mensen verlies na verlies. Ze zijn God vergeten. Het ware pad naar succes ligt in een verbinding met God. Als moslim kun je niet twee wegen bewandelen; ze kunnen geen aanspraak maken op geloof, maar hun daden weerspiegelen de wereld.
Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias (as) , die zei dat men zijn wereldse werk of zaken niet moet opgeven. Zelfs de Metgezellen hadden zaken, maar zij deden dit terwijl zij voorrang gaven aan hun geloof over de hele wereld. Om deze reden zijn ze nooit ten prooi gevallen aan de aanvallen van Satan. Niets heeft hen er ooit van weerhouden hun geloof te praktiseren of uit te drukken. Degenen die zich volledig aan de wereld wijden, worden vatbaar voor de aanvallen van Satan. Aan de andere kant staan degenen die zich zorgen blijven maken over de vooruitgang van het geloof, bekend als het Volk van Allah, en overwinnen altijd Satan en zijn trucs. Net zoals iemand vooruitgang maakt in zaken, heeft God het streven naar vooruitgang in geloof een soort zaak genoemd, zoals Hij zegt:
‘O jullie die geloven! Zal ik je wijzen op een koopje dat je zal redden van een pijnlijke straf?’ (De Heilige Koran, 61:11)
Het belang van het met grote aandacht lezen van de Koran
Zijne Heiligheid (aba) zei dat, hoewel hij verklaarde dat de Heilige Koran met grote aandacht gelezen moet worden, de Beloofde Messias (as) zei dat de geschriften van voorgaande religies slechts verhalen presenteren, terwijl de Heilige Koran ze op een manier heeft gepresenteerd in een intellectueel licht. Louter verhalen kunnen niet de weg naar verlossing verschaffen. Daarom moet men zorgvuldig nadenken over de Heilige Koran, die vol licht, wijsheid en kennis is. Zonder de Heilige Koran kan men geen licht en wijsheid in zijn praktische leven vestigen. Men moet de Heilige Koran niet lezen als een boek met louter verhalen, maar eerder als een filosofie. Zijne Heiligheid (aba) zei dat velen verschillende vragen hebben; als ze de Heilige Koran zouden lezen en erover nadenken, zouden ze de antwoorden daarin vinden.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat als iemand eenmaal over de Heilige Koran nadenkt en de geboden van God leert, hij ook een relatie met God moet ontwikkelen. Deze verbinding komt tot stand door aanbidding. De grootste vorm van aanbidding is Salat (de dagelijkse gebeden). Daarom moet een Ahmadi zichzelf analyseren en nadenken over de mate waarin hij zijn gebeden heeft gevestigd. De Beloofde Messias (as) stelt dat als iemand rampspoed wil vermijden, hij of zij een verbinding met God tot stand moet brengen en een verandering in zichzelf teweeg moet brengen, zoals God zegt:
‘Zeker, Allah verandert de toestand van een volk niet totdat zij veranderen wat in hun hart is.’ (De Heilige Koran 12:12)
Rechtschapenheid en een verbinding tot stand brengen met de Almachtige God
Zijne Heiligheid (aba) ging verder met het citeren van de Beloofde Messias (as), die stelt dat de wortel van het ware geloof, het geloof in God is, wat neerkomt op het hebben van gerechtigheid. Iemand die God vreest, raakt nooit verloren, maar krijgt hulp uit de hemel. Als God iemand steunt en iemand beschermt, dan zou de hele wereld samen kunnen komen, maar ze zouden die persoon geen kwaad kunnen doen. Hoewel wereldse middelen moeten worden gebruikt, mag er niet op worden vertrouwd; er moet veeleer op de Schepper van die middelen worden vertrouwd.
Zijne Heiligheid (aba) citeerde verder de Beloofde Messias (as) dat als iemand iets moois ziet, hij of zij zich dat zal herinneren. Als ze echter iets onaangenaams zien, zal dit ook in hun gedachten blijven. Als ze er echter geen verband mee hebben, zullen ze het zich niet herinneren. Hetzelfde is het geval met degenen die geen plezier hebben gevonden in het gebed. Ze vragen zich af waarom ze hun slaap moeten opgeven om vroeg wakker te worden en te bidden. Een dronkaard stopt niet met drinken totdat hij dronken is. Een begripvol persoon kan dit voorbeeld gebruiken, in de zin dat men moet blijven bidden, zodat hij of zij het ware plezier in het gebed kan vinden. Net zoals een dronkaard een doel heeft, zou de hele focus van het gebed moeten liggen op het vinden van dat plezier in het gebed.
Zijne Heiligheid (aba) zei dat we de staat van onze gebeden moeten analyseren. Als we onze gebeden beschermen, doen we recht aan onze belofte van trouw, anders is het een zaak van grote zorg.
Zijne Heiligheid (aba) ging verder met het citeren van de Beloofde Messias (as) , die zei dat de relatie van een leider en een volgeling zou moeten zijn als die van een leraar en een leerling. Net zoals een leerling baat heeft bij zijn leraar, moet een volgeling ook baat hebben bij zijn leider. Maar als een leerling een relatie onderhoudt met zijn leraar, maar geen vooruitgang boekt op academisch vlak, heeft dat geen enkel nut. Dat geldt ook voor een volger. Als een gelovige niet streeft naar vooruitgang, dan valt hij. Er was niemand completer en volmaakter dan de Heilige Profeet (vzmh) , toch bad hij nog steeds: ‘O mijn Heer, vermeerder mij in kennis.’ Hoe kunnen we dan vertrouwen op onze eigen kennis? In eerste instantie zal een kind dat meetkunde bestudeert, verbijsterd naar verschillende vormen kijken, maar naarmate zijn kennis vordert, kijken ze naar diezelfde dingen omdat ze een grote betekenis hebben. Iemand die trouw heeft gezworen, heeft dat gedaan door datgene op te geven wat ijdel is, maar als zij geen vooruitgang boeken in hun kennis, welk voordeel levert hun belofte hen dan op? Het geloof van sommige mensen wankelt omdat ze geen vooruitgang boeken in hun kennis, of omdat ze met hun eigen verklaringen komen. Als we aandacht besteden aan religieuze kennis, zal ons geloof in God ook toenemen.
De manier om de waarheid te herkennen
Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias (as), die zei dat tenzij iemand met een waar hart zoekt, hij de waarheid niet zal herkennen. Dat is al meer dan 130 jaar het geval met de tegenstanders van de Beloofde Messias (as). De Beloofde Messias(as) zei dat het was voorzegd dat de Messias die zou komen een verzinsel zou worden genoemd, een onwetende, en dat hij een nieuwe religie zou hebben gebracht. Degenen die nadenken en wachten, ontdekken echter dat de waarheid zich manifesteert. Sommigen begrijpen de vereisten van het profeetschap niet en uiten in hun onwetendheid onwaarheden. Zijne Heiligheid (aba) zei dat hetzelfde vandaag de dag wordt gedaan wanneer bepaalde mensen de boeken van de Beloofde Messias (as) lezen en valse beschuldigingen uiten. In ieder geval is het onze plicht om te proberen hen te redden en de boodschap van de Beloofde Messias (as) niet alleen aan moslims over te brengen, maar aan de hele wereld. Zelfs na honderd jaar zijn we er niet in geslaagd de boodschap van de Islam aan heel Duitsland over te brengen. Wij moeten hierover nadenken.
Het overbrengen van de boodschap van Ahmadiyyat aan de wereld en het vestigen van de eenheid van God
Zijne Heiligheid (aba) citeerde verder de Beloofde Messias (as), die zei dat het onze plicht is om de boodschap van Ahmadiyyat over te brengen aan de wereld, inclusief het Westen, waar een man als God is beschouwd. Men moet zich niet laten intimideren of onder de indruk brengen van de waargenomen vooruitgang in Europa of het Westen. In plaats daarvan moeten we altijd onthouden dat we Ahmadiyyat niet hebben geaccepteerd om de wereld te bereiken, maar dat we dit eerder hebben gedaan om een levende verbinding met God tot stand te brengen.
Zijne Heiligheid (aba) ging verder met het citeren van de Beloofde Messias (as), die zei dat het doel van zijn komst was om de eenheid van God, moraliteit en spiritualiteit te vestigen. We moeten analyseren of dit ons grootste verlangen en doel is. Er zou niets groters voor ons moeten zijn dan een verbinding met God. Waar we moskeeën bouwen, moeten we ze ook bevolken. Ahmadi’s moeten er ook altijd naar streven om de hoogste morele normen te bereiken. Zijne Heiligheid (aba) zei dat wanneer hij naar verschillende moskee-inauguraties gaat, mensen de grote moraal uiten die ze van Ahmadi’s hebben gezien. Deze hoge moraal moet echter niet alleen aan de dag worden gelegd, maar veeleer later moet ook de ware Islam Ahmadiyyat worden geïntroduceerd. Dan wordt ware spiritualiteit gevestigd wanneer iemand de hoogste normen bereikt voor het vervullen van de rechten van God en de rechten van Zijn schepping.
Doelen voor de nieuwe eeuw
Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Amir van de Gemeenschap in Duitsland hem vroeg wat hun doel voor de volgende eeuw zou moeten zijn. Ten eerste: zijn de weinige dingen die in het licht van de geschriften van de Beloofde Messias (as) zijn gepresenteerd, verwezenlijkt? Velen hebben aangegeven dat zij voor het eerst over de ware leerstellingen van de Islam horen. Dit betekent dat het tentoonspreiden van goede zeden of het verspreiden van pamfletten nog niet de taak heeft volbracht om de boodschap van Islam Ahmadiyyat te verspreiden . De richtlijnen voor de volgende eeuw zijn dus precies de aspecten die gepresenteerd worden in het licht van de leringen van de BeloofdeMessias (as). De Gemeenschap in Duitsland zou de nieuwe eeuw moeten ingaan met een hernieuwde vastberadenheid om voorrang te geven aan het geloof over de hele wereld om zo ons ware doel te bereiken, en om de volgende generatie op te voeden zodat ze een verbinding met God hebben. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah de Almachtige ons daartoe in staat mag stellen.
OPMERKING: Ishaat team van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya NL neemt de volledige verantwoordelijkheid voor eventuele fouten of miscommunicatie in deze samenvatting van de vrijdagpreek.
We gebruiken cookies op onze website om u de beste ervaring te bieden door uw voorkeuren en herhaalde bezoeken te onthouden. Door op "Accepteren" te klikken, stemt u in met het gebruik van alle cookies.
This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website. Out of these, the cookies that are categorized as necessary are stored on your browser as they are essential for the working of basic functionalities of the website. We also use third-party cookies that help us analyze and understand how you use this website. These cookies will be stored in your browser only with your consent. You also have the option to opt-out of these cookies. But opting out of some of these cookies may affect your browsing experience.
Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. This category only includes cookies that ensures basic functionalities and security features of the website. These cookies do not store any personal information.
Any cookies that may not be particularly necessary for the website to function and is used specifically to collect user personal data via analytics, ads, other embedded contents are termed as non-necessary cookies. It is mandatory to procure user consent prior to running these cookies on your website.