Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 15 April 2022 | gehouden in Masjid Mubarak, Islamabad, Tilford, VK

Feature image
Feature image

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat in de laatste preek die hij hield over het leven van Hazrat Abu Bakr (ra), hij referenties presenteerde die bewezen dat Hazrat Abu Bakr(ra) mensen niet strafte voor hun afvalligheid, maar dat hij hen strafte vanwege hun opstandigheid.

Hazrat Abu Bakr (ra) blijft vastberaden tijdens enorme uitdagingen

Zijne Heiligheid(aba) zei dat de Hakam (rechter) en Adl (rechtvaardige abiter) van deze tijd, de Beloofde Messias (as) ook heeft bevestigd dat de afvalligen in de tijd van Hazrat Abu Bakr (ra) in opstand waren gekomen. De Beloofde Messias (as) beschreef dat Hazrat Abu Bakr (ra) moedig en vastberaden bleef in die gevaarlijke en turbulente tijd die aanbrak als gevolg van deze openlijke opstanding. Hazrat Abu Bakr (ra) was zeer bedroefd over wat er van deze mensen was geworden en huilde in zijn gebeden. Zijn dochter Hazrat A’ishah (ra) beschrijft dat Hazrat Abu Bakr (ra) in het begin van zijn Kalifaat getuige was van allerlei soorten opstanden, zodanig dat als dezelfde last op bergen zou worden gelegd, deze zouden verbrokkelen. Maar met de hulp van de Almachtige God hield Hazrat Abu Bakr (ra) stand en roeide hij alle bedreigingen uit die zich hadden voorgedaan.

Zijne Heiligheid (aba) citeerde verder de Beloofde Messias (as) die verteld heeft dat toen Hazrat Abu Bakr (ra) het Kalifaat werd geschonken de Moslims zich in een uiterst fragiele staat bevonden, maar God trok de Moslims door Hazrat Abu Bakr (ra) uit de diepe diepte van de duisternis, zodanig dat de mensen daarna Hazrat Abu Bakr (ra) voortdurend prezen en bereid waren om hem in elke zaak te gehoorzamen. Dit was allemaal te danken aan de waarachtigheid en standvastigheid van Hazrat Abu Bakr(ra).

Zijne Heiligheid(aba) zei dat tijdens deze golf van opstand, Hazrat Abu Bakr(ra) verschillende gezanten inzette. Er waren afvalligen die weigerden Zakaat te geven, maar er waren er ook afvalligen die op rebellie overgingen en begonnen moslims te doden. Hazrat Abu Bakr(ra) besloot inlichtingen in te winnen over de bewegingen van deze groep, en dus verzamelde hij het moslimleger en vertrok uit Madinah. Hazrat Ali(ra) verzocht Hazrat Abu Bakr(ra) dat in plaats van zelf dat leger te begeleiden, hij iemand anders in zijn plaats moest sturen uit angst dat hem iets zou overkomen tijdens de strijd. Hazrat Abu Bakr(ra) aanvaardde deze suggestie en droeg het leger op om op te trekken terwijl hij terugkeerde naar Madinah

Zijne Heiligheid(aba) zei dat Hazrat Abu Bakr(ra) het moslimleger in elf bataljons verdeelde met ieder een aangewezen leider die elk hun eigen vlag toegewezen kregen. Zij werden naar verschillende plaatsen gestuurd waar rebellen, waaronder die onder leiding van valse pretendenten van het profeetschap, hun opstand aan het ontketenen waren. Hazrat Abu Bakr(ra) instrueerde ook elk bataljon om enkele sterke moslims achter te laten in de gebieden waar ze werden ingezet om ervoor te zorgen dat de veiligheid in de regio gehandhaafd zou worden. Hazrat Abu Bakr(ra) werd voortdurend geïnformeerd en op de hoogte gehouden van de bewegingen en overwinningen van elk van deze bataljons. De opstand was pas drie maanden daarvoor begonnen, en omdat de opstandelingen dachten dat zij de overhand hadden en de moslims in een mum van tijd zouden kunnen uitroeien, waren zij in het geheel niet voorbereid op het georganiseerde moslimleger waarmee zij te maken kregen, en werden zodoende verslagen.

Zijne Heiligheid(aba) legde uit dat deze verdeling door Hazrat Abu Bakr(ra) een uitstekend systeem in het leven riep waarbij het moslimleger voortdurend met elkaar in verbinding bleef, zelfs wanneer bataljons naar verschillende gebieden werden gezonden. Hazrat Abu Bakr(ra) hield ook een deel van het leger in Madinah om het hoofdkwartier te beschermen en onderhield ook een groep oudere metgezellen voor overleg over verschillende zaken. Aldus werd onder de leiding van Hazrat Abu Bakr(ra) een systematisch regeringssysteem tot stand gebracht.

De brief van Hazrat Abu Bakr(ra) aan heel Arabië

Zijne Heiligheid(aba) zei dat Hazrat Abu Bakr(ra) in deze tijd een brief schreef voor allen die in Arabië woonden, waarin hij verklaarde dat hij geloofde in datgene wat door de Heilige Profeet(sa) was gebracht, en dat allen die deze boodschap verwierpen ongelovigen zouden zijn. Hij zei dat de Heilige Profeet (sa) naar deze wereld was gezonden met de waarheid als een brenger van blijde tijdingen en als een waarschuwer. Degenen die hem accepteerden kregen het goddelijke licht van leiding. Hazrat Abu Bakr(ra) legde vervolgens aan de hand van verzen van de Heilige Koran uit dat de Heilige Profeet(sa) na het vervullen van zijn verantwoordelijkheden zou heengaan, zoals iedereen moet heengaan, zo zou hij ook heengaan. Bijvoorbeeld, God Almachtig verklaart:

” Wij hebben aan niemand vóór u een eeuwig leven geschonken. Indien gij sterft, zouden zij hier dan voor eeuwig kunnen blijven? (De Heilige Koran, 21:35)

En ook:

En Mohammed is slechts een boodschapper. Waarlijk, alle boodschappers vóór hem zijn heengegaan. Zult gij u dan op de hielen omkeren als hij sterft of gedood wordt? Hij, die zich omkeert zal aan Allah in het geheel geen schade berokkenen. En Allah zal de dankbaren gewis belonen.’’ (De Heilige Koran, 3:145)

Zijne Heiligheid(aba) zei dat Hazrat Abu Bakr(ra) zei dat wie de Heilige Profeet(sa) aanbad, moest weten dat hij is heengegaan. Degenen die God aanbaden zouden moeten weten dat Hij nog leeft en altijd zal blijven leven. Hazrat Abu Bakr(ra) zei dat hij iedereen opdroeg om te geloven in God en de boodschap gebracht door de Heilige Profeet(sa). Hij zei dat alleen zij leiding kunnen krijgen aan wie het door God zelf is geschonken. Bovendien zullen de goede daden van de mensen in Gods ogen aanvaard worden zodra zij God en Zijn geloof aanvaarden.

Zijne Heiligheid(aba) zei dat deze brief werd meegezonden met elk van de leiders die waren aangesteld voor de verschillende bataljons, en Hazrat Abu Bakr(ra) deelde de mensen mee dat hij de legers had opgedragen niet te vechten, maar de mensen uit te nodigen om de boodschap die in deze brief werd overgebracht te accepteren. Maar als zij weigerden en volhardden in hun manier van doen, dan zouden de legers geen andere keus hebben.

Vermaningen aan de leiders van elk bataljon

Zijne Heiligheid(aba) zei dat Hazrat Abu Bakr(ra) ook een brief schreef gericht aan elk van de leiders van de elf bataljons. Hij beval hen om rechtschapenheid aan te nemen en dat zij niet zouden vechten bij het bereiken van de hun toegewezen bestemming. Eerst moesten zij hen tot het geloof uitnodigen en hun plichten vervullen. Maar als zij zagen dat het volk opstandig en vechtlustig was, moesten zij niet aarzelen hun wapens op te pakken en een einde te maken aan het onrecht en de wreedheden waaraan zij zich schuldig hadden gemaakt. Zijne Heiligheid (aba) benadrukte nogmaals dat het hier niet slechts om afvalligen ging, maar om mensen die gruwelijke misdaden en wreedheden hadden begaan, en daarom werden zij behandeld volgens het gebod van de Heilige Koran, waarin staat dat de vergelding voor een misdaad hetzelfde moet zijn als de misdaad. Zijne Heiligheid (aba) zei dat er een overlevering is waarin staat dat de instructie werd gegeven om de rebellen te verbranden. Dit was geen algemene instructie, want zoals de Heilige Profeet (sa) heeft gezegd is het alleen aan Allah om met vuur te straffen. In dit geval werd dit bevel alleen gegeven omdat die rebellen in kwestie moslims in brand hadden gestoken. Daarom werd deze instructie gegeven als een vorm van rechtvaardige en gelijke vergelding.

Zijne Heiligheid(aba) zei dat er gedurende de maand Ramadan preken over andere onderwerpen kunnen volgen, maar dat hij met dit onderwerp zal doorgaan wanneer hij de volgende preek over het leven van Hazrat Abu Bakr(ra) houdt.

Samenvatting opgesteld door Afdeling Ishaat van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya Nederland.

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 8 April 2022 | gehouden in Masjid Mubarak, Islamabad, Tilford, VK

Feature image
Feature image

Na het reciteren van Tashahhud , Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, reciteerde Zijne Heiligheid Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) het volgende vers van de Heilige Koran:

“En wanneer Mijn dienaren u over Mij vragen, zeg dan: ‘Ik ben nabij. Ik verhoor het gebed van de smekeling, wanneer hij Mij aanroept.’ Daarom moeten ze naar Mij luisteren en in Mij geloven, opdat zij geleid zullen worden.” (De Heilige Koran, 2:187)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we door de genade van Allah door de maand Ramadan gaan. Het is een maand voor de aanvaarding van het gebed, zoals God heeft aangekondigd dat met Zijn genade gebeden zullen worden aanvaard vooral gedurende deze maand. Men streeft ernaar om gedurende deze maand Gods genoegen te verkrijgen en Zijn zegeningen te verkrijgen, daarom onthouden we ons zelfs van eten en drinken. Zoals de Heilige Profeet (s) zei, liet God hem weten dat de poorten van de hemel opengegooid en de poorten van de hel gesloten zijn, en dat Satan gedurende deze maand wordt geketend. Daarom kunnen we gedurende deze maand echt de nabijheid van God bereiken en het zou ons eigen ongeluk zijn als we geen gebruik zouden maken van deze gelegenheid.

Voor wie is Satan geketend tijdens de Ramadan?

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er zeker gedurende deze maand nog mensen zijn die ondeugden begaan. Daarom is het een manier van God om ons te vermanen dat als we ons onthouden van zelfs datgene wat voor ons is toegestaan (d.w.z. eten en drinken enz.) omwille van Hem, God Satan heeft geketend tijdens deze maand voor zulke mensen en heeft ze onder Zijn bescherming genomen. Zoals de Beloofde Messias (as) stelt, geeft het ons de kans om onze geestelijke voeding te vergroten wanneer we onze fysieke voeding verminderen. Anders heeft de hele dag hongerig blijven op zich geen zin als het niet gepaard gaat met pogingen om in spiritualiteit te groeien.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we dit principe moeten begrijpen en ons leven op dezelfde manier moeten leiden, zoals het doel van de Ramadan is. Zijne Heiligheid (aba) zei dat het vers dat hij reciteerde een van de verzen is die het belang en de verplichting van de Ramadan aangeven. Degenen over wie in dit vers wordt gesproken, zijn degenen die “dienaren van de genadige God” zijn die bevrijd willen worden uit de klauwen van Satan en onder de bescherming van God willen komen. Daarom zei God dat wanneer zulke mensen zich in een staat van gespannenheid en angst bevinden en zich afvragen waar en hoe ze God kunnen vinden, hen te vertellen dat God zal antwoorden als ze Hem aanroepen. Voor zulke mensen is Satan geketend tijdens de Ramadan, maar deze inspanningen zouden niet beperkt moeten blijven tot deze maand, maar zouden het hele jaar door een blijvend deel van het leven van mensen moeten worden. Wanneer mensen de rechten van God en Zijn schepping vervullen en ernaar streven de geboden van God te vervullen en Zijn genoegen te bereiken, dan zullen ze ontdekken dat God hun roeping tot Hem beantwoordt.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat degenen die gebruik maken van de Ramadan en de kans die het biedt voor het aanvaarden van gebed gelukkig zijn. We moeten bidden om ware dienaren van God te worden, zijn geboden te vervullen en ons geloof te voltooien. We hebben het geluk dat we de imam van het tijdperk en de ware dienaar van de Heilige Profeet (sa) , de Beloofde Messias (as) hebben aanvaard. Hij leerde ons hoe we dichter bij God kunnen komen en hoe we moeten bidden.

Gebed – De ware weg naar succes

Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias (as) die zei dat gebed het ware middel is om succes te bereiken. De Beloofde Messias (as) zei ook dat men, alvorens te bidden, de vermogens die God hen heeft gegeven moet gebruiken en al het mogelijke moet doen, en dan tot God moet bidden. Dit wordt bedoeld met ‘Leid ons op het juiste pad’. Sommige mensen zeggen dat als iemand bidt, er geen duidelijke middelen of inspanning nodig zijn, terwijl bidden in wezen een middel is om meer middelen te verkrijgen. We moeten bidden om tot degenen te behoren die oprecht toegewijd zijn aan God in hun daden en geloof. Ze moeten ernaar streven degenen te zijn wiens daden het genoegen van God aantrekken en degenen wiens geloof volkomen onwankelbaar is. Ze geloven dat God stof in goud kan veranderen en de goddelozen kan veranderen in spirituele mensen die Zijn pad betreden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat God dit principe in de Heilige Koran heeft verklaard wanneer Hij zegt:

“En zij die naar Ons streven, – Wij zullen hen zeker op Onze wegen leiden. Voorwaar, Allah is met hen die goed doen.” (De Heilige Koran, 29:70)

Deze maand Ramadan is zeker een gelegenheid om deze Jihad te ondernemen en naar Allah te streven en degenen te worden die dicht bij Allah de Almachtige staan, degenen wiens gebeden Hij verhoort, die zich houden aan Zijn geboden, degenen die volledig in Zijn eigenschappen geloven, degenen die waarlijk geleid zijn en degenen wiens Satan voor altijd geketend is. Om dit te bereiken, moet je zeker op de weg van Allah streven.

Vervul de vereisten om de nabijheid van God te bereiken

Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias (as) die zei dat men Gods genoegen en nabijheid niet kan bereiken door luiheid en traagheid, er is eerder echte inspanning vereist. Zijne Heiligheid (aba) zei dat veel mensen hem schrijven dat ze baden maar dat hun doel niet werd bereikt. Ze moeten analyseren om te zien of ze werkelijk de vereiste inspanning in gebed hebben ondernomen. Dan moeten ze ook de manier waarop ze bidden analyseren, omdat God zegt dat degenen die echt op Zijn pad streven, die ernaar streven om Zijn nabijheid met oprechtheid te bereiken en ernaar streven om Zijn geboden te vervullen, hun gebeden zeker worden beantwoord.

Ons streven mag niet beperkt blijven tot de maand Ramadan

Zijne Heiligheid (aba) zei dat in een Hadith staat dat als we naar God toe lopen, Hij naar ons toe zal rennen. Dit is de genade en barmhartigheid van God, maar we moeten echt streven naar zijn zaak. Het zou niet zo moeten zijn dat we beloven om te bidden en goede daden te verrichten tijdens de maand Ramadan, maar vervolgens al deze dingen voor de rest van het jaar te vergeten. Als God ziet dat een persoon alleen bidt en zich inspant tijdens de maand Ramadan, dan kan Hij met ons omgaan zoals Hij wil. Hij kan zeker nog steeds onze gebeden beantwoorden, zodat we Zijn genade en barmhartigheid ervaren om ons gemotiveerd te houden om op Zijn manier te blijven streven. God verlangt ernaar om ons in Zijn barmhartigheid op te nemen. Zijn geluk voor ons is groter dan het geluk van een moeder voor haar kind. Daarom moeten we, voordat we klagen dat onze gebeden niet verhoord zijn, onszelf en onze inspanningen analyseren.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we onze inspanningen of Jihad om het genoegen van Allah te verkrijgen, Zijn geboden te vervullen en Zijn ware dienaren te worden, nooit moeten laten verslappen. In feite zou de Ramadan een mijlpaal moeten zijn in deze Jihad .

Zijne Heiligheid (aba) zei dat, zoals de Beloofde Messias (as) uitlegt, als iemand er niet naar streeft om het pad van God te betreden, hij in Satans schoot zal vallen en pervers zal worden. Er is dus niet alleen een blijde tijding in de bovengenoemde verzen, maar er is ook een waarschuwing om uit de greep van Satan te blijven.

Inspanningen moeten gepaard gaan met gebed

Zijne Heiligheid (aba) legde ook uit in het licht van de geschriften van de Beloofde Messias (as) dat het zeker in de menselijke natuur ligt dat er verschillende fases in ons leven zijn. Er zijn ups en downs. Maar na de slechte tijden keert een rechtvaardig persoon zich vurig tot God in berouw en zoekt hij vergeving uit schaamte, en wordt dan resoluut in het streven op Gods pad. Dit vereist dus standvastigheid en een vastberaden besluit. Terwijl we ons inspannen en bidden, moeten we het gebed ‘Leid ons op het juiste pad’ herhalen, aangezien dit gebed van vitaal belang is voor iemand om op de juiste manier geleid te worden.

Zijne Heiligheid (aba) legde uit dat zelfs in wereldse termen, mensen moeten streven om te bereiken wat ze van de wereld verlangen. Wanneer ze streven en ijveren, schenkt God Zijn zegeningen en zijn ze in staat om hun doelen te bereiken. Hetzelfde geldt in het spirituele rijk. Als iemand voor de wereld kan streven, waarom kunnen ze dan niet streven om Gods nabijheid en genoegen te bereiken? Als ze hiernaar streven en strijden, dan zal God zeker Zijn zegeningen in hun inspanningen schenken, zodat ze hun doel kunnen bereiken. Het kan niet zo zijn dat men alleen maar vraagt en automatisch ontvangt, er is een bepaalde mate van inspanning voor nodig. Dit is een basisprincipe dat voor alle dingen geldt.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat wanneer een persoon zich tot God wendt, God zich tot hen zal wenden. Ze moeten echter hun uiterste best doen. Dan, als ze echt hun best hebben gedaan, zullen ze zeker het licht van God zien. Men moet niet ontmoedigd raken, zoals het geval kan zijn bij het proberen om iets te bereiken. De deuren naar het bereiken van de nabijheid en genoegens van God staan open, maar vereisen inspanning om er doorheen te komen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we niet kunnen verwachten dat God verplicht is om alles te accepteren wat we verlangen. Zelfs in wereldse termen, als we een van onze relaties beschouwen, ontdekken we dat dit niet het geval kan zijn. Waarom zouden we dan dezelfde beperking op God toepassen? Daarom moeten we in God geloven, wat inhoudt dat we de rechten vervullen die Hem en Zijn schepping verschuldigd zijn; dan kunnen we aanvaarding vinden in de ogen van God. Als we planten niet constant verzorgen, worden ze levenloos. Zo is het ook met ons geloof.

Streef er op alle mogelijke manieren naar om Gods genoegen te bereiken

Zijne Heiligheid (aba) zei dat bij het streven naar God, we ervoor moeten zorgen dat ons geloof op geen enkele manier besmet is met het associëren van partners met God. Evenzo, als we kijken naar de voorbeelden van de Metgezellen (ra) , bereikten ze hun status alleen door gebed? Nee; in feite waren ze bereid hun leven voor God te geven en elk offer voor Zijn zaak te brengen. Daarom kunnen we niet verwachten dat we een bepaalde rang in de ogen van God zullen bereiken zonder eerst te streven en ons in te spannen op Zijn manier. We moeten niet alleen met onze woorden streven, maar op alle mogelijke manieren om het genoegen en de nabijheid van God te bereiken. Sommigen beschouwen bidden als een gewone zaak, terwijl het veel meer is. Louter woorden kunnen niet als gebed worden beschouwd, maar echt gebed vereist een soort dood door het niveau van de geleverde inspanningen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat bij het bereiken van een bepaald niveau in verbinding met God, men niet eens nadrukkelijk hoeft te vragen om zijn wereldse behoeften te vervullen, aangezien God die persoon in Zijn bescherming neemt en die behoeften Zelf vervult. Het bereiken van dit niveau vergt echter veel inspanning.

Zijne Heiligheid (aba) bad dat we in staat mogen zijn om deze dingen te vervullen en van Ramadan een kans voor ons te maken om een stevige relatie met Hem op te bouwen, Zijn geboden te vervullen, volledig in Hem te geloven en ons in staat te stellen voorbeelden te zien van de aanvaarding van gebed . Moge dit zelfs tot na de Ramadan reiken. Mogen wij ware dienaren van God worden; mogen we nooit van het pad van God afwijken en altijd de ontvangers zijn van Zijn liefde. Mogen we recht doen aan de gunst die God ons heeft geschonken door de Beloofde Messias (as) te aanvaarden. Moge Allah ons in staat stellen om te bidden op een manier die ervoor zorgt dat onze gebeden geaccepteerd worden.

Zijne Heiligheid (aba) deed opnieuw een oproep tot gebed in het licht van de huidige wereldsituatie. Hij bad dat Allah de wereld van de ondergang zou redden en mensen in staat zou stellen hun Schepper te herkennen.

Lancering van de 313 Companions-website

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij een nieuwe website en mobiele applicatie zou lanceren, gemaakt door MTA International, die de preken van Zijne Heiligheid (aba) bevat over de 313 Metgezellen die deelnamen aan de Slag bij Badr. De website bevat introducties van de Metgezellen, vragen en antwoorden, kaarten, uitleg van moeilijke Arabische termen en er zal elke week nieuwe informatie worden geüpload. De website is www.313companions.org . Zijne Heiligheid (aba) bad dat deze website nuttig mocht blijken te zijn.

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 1 April 2022 | gehouden in Masjid Mubarak, Islamabad, Tilford, VK

Feature image
Feature image

Rechtgeleide kaliefen – Hazrat Abu Bakr(ra) & Weerlegging van valse opvattingen over de bestraffing van afvalligheid

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, Zijne Heiligheid, ging Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) verder te spreken over de wanorde die ontstond tijdens het kalifaat van Hazrat Abu Bakr(ra).

Zijne Heiligheid (aba) zei dat mensen uit verschillende stammen van Arabië zich begonnen af ​​te keren van de islam en wanorde veroorzaakten. Al die tijd staken de joden en christenen hun hoofd op omdat ze de islam als zwak beschouwden. Verder werd Hazrat Abu Bakr(ra) erop gewezen dat de mensen geloofden dat het leger van Hazrat Usama(ra) de laatst overgebleven moslims waren, en dat het leger daarom niet gestuurd moest worden. Hazrat Abu Bakr(ra) zei dat zelfs als hij wist dat hij van alle kanten zou worden aangevallen, hij niet tegen de instructie van de Heilige Profeet (sa) zou ingaan.

Is de straf voor afvalligheid de dood?

Zijne Heiligheid (aba) zei dat deze incidenten aanleiding kunnen geven tot de vraag of de straf voor afvalligheid de dood is. Na het overlijden van de Heilige Profeet (sa) gaven veel mensen het geloof op, of trokken weg en verzetten zich tegen het aanbieden van Zakat. De geschiedenisboeken hebben ze allemaal als afvalligen beschreven, en het was tegen deze mensen dat Hazrat Abu Bakr(ra) vocht. Historici hebben afgeleid dat sinds Hazrat Abu Bakr(ra) de Jihad tegen deze mensen uitvoerde, dit betekent dat de straf voor afvalligheid de dood is. Deze historici hebben dus Hazrat Abu Bakr(ra) geprezen als de held van Khatm-e-Nabuwwat. Tijdens het tijdperk van het rechtgeleide kalifaat was het concept van de finaliteit van het profeetschap echter nooit in gevaar.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het nodig is om te zien of de Heilige Koran en de praktijk van de Heilige Profeet (sa) de dood heeft vastgesteld als de straf voor afvalligheid, of enige andere straf wat dat betreft. Zijne Heiligheid (aba) zei dat afvalligheid in islamitische terminologie verwijst naar degenen die zich losmaken van het geloof en zich er volledig van verwijderen. Verder wordt afvalligheid op verschillende plaatsen in de Heilige Koran genoemd, maar er is geen sprake van enige wereldse straf.

“Maar wie onder u zich van zijn geloof afkeert en sterft als een ongelovige – diens werken zullen tevergeefs zijn in deze wereld en in de toekomende. Dezulken zijn de bewoners van het Vuur en zij zullen daarin verblijven.” (2:218)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit vers duidelijk laat zien dat de straf voor afvalligheid niet de dood is. Bij een andere gelegenheid in de Heilige Koran staat:

“O, gij die gelooft, wie onder u zich van zijn godsdienst afkeert, laat hem weten, dat Allah weldra een ander volk zal voortbrengen dat Hij zal liefhebben en die Hem zullen liefhebben vriendelijk en nederig zijnde jegens de gelovigen en hard en streng jegens de ongelovigen. Zij zullen voor Allah’s zaak strijden en het verwijt van een berisper niet vrezen. Dit is Allah’s genade; Hij schenkt deze aan wie Hij wil en Allah is Milddadig, Alwetend.” (5:55)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hier wordt vermeld dat andere mensen in plaats van de afvalligen zullen worden gebracht, er wordt niet vermeld dat de straf voor afvalligheid de dood is. Dan maakt een ander vers de zaak nog duidelijker:

“Voorzeker, degenen die geloven, daarna verwerpen, dan wederom geloven dan wederom verwerpen en daarna in ongeloof toenemen, hen zal Allah niet vergeven, noch zal Hij hen op de rechte weg leiden.” (4:138)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het daarom duidelijk is dat er geen doodstraf is voor afvalligheid. De vierde kalief(rh) heeft uitgewerkt dat als de straf voor afvalligheid de dood zou zijn, er geen mogelijkheid zou zijn voor een afvallige om terug te keren naar het geloof na ongeloof, zoals vermeld in het bovenstaand vers.

Er is geen dwang in religie

Verder leert de Heilige Koran dat er geen dwang is op het gebied van religie:

“Er is geen dwang in de godsdienst. Voorzeker, het juiste pad is van dwaling onderscheiden; derhalve, hij die de duivel verloochent en in Allah gelooft, heeft een sterk houvast gegrepen, dat onbreekbaar is. Allah is Alhorend, Alwetend.” (2:257)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Koran duidelijk bepaalt dat er geen dwang is in religie, daarom kan er geen wereldse straf zijn voor afvalligheid. De Heilige Koran vermeldt ook de hypocrieten bij vele gelegenheden, en ze zijn beschreven als slecht en hun acties zelfs erger dan de afvalligen. Toch wordt er ook geen wereldse straf genoemd voor mensen louter op basis van hun hypocrisie. Bijvoorbeeld:

“Zeg: ‘Besteedt vrijwillig of onwillig, het zal van u niet worden aangenomen. Gij zijt inderdaad een ongehoorzaam volk.’” (9:53)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat een heel hoofdstuk van de Heilige Koran werd geopenbaard met betrekking tot de hypocrieten waarin staat:

“Zij hebben hun eden tot een schild gemaakt; zo leiden zij mensen van Allah’s weg af. Hetgeen zij doen is zeker slecht.” (63:3)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het duidelijk is dat er geen doodstraf is voor zulke mensen in het licht van de leer van de Koran.

Als we dan kijken naar het voorbeeld van de Heilige Profeet (sa) aan wie de Heilige Koran werd geopenbaard, zien we dat er in de islam geen straf was voor afvalligheid. Er was eens een persoon die naar de Heilige Profeet (sa) kwam en drie keer vroeg om zijn eed van trouw te herroepen. De Heilige Profeet (sa) reageerde niet en de persoon verliet uiteindelijk Medina. Als de straf voor afvalligheid de dood was geweest, dan zou deze persoon dit nooit openlijk aan de Heilige Profeet (sa) hebben verklaard en in plaats daarvan geprobeerd hebben om in het geheim Medina te verlaten. Bovendien, als de straf voor afvalligheid de dood was, waarom waarschuwde de Heilige Profeet (sa) hem dan niet hiervoor? Waarom heeft de Heilige Profeet (sa) niet bevolen dat er een wacht over hem werd gehouden, zodat als hij probeerde te vertrekken, hij zou kunnen worden gedood? Waarom waren er geen metgezellen die hem adviseerden om te heroverwegen, aangezien de straf de dood zou zijn? Het feit dat niets van dit alles gebeurde, toont duidelijk aan dat er geen doodstraf is voor afvalligheid.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat een ander bewijs is dat tijdens de totstandkoming van het Verdrag van Hoedaibiyah, een van de voorwaarden was dat als een van de moslims afvalligen zou worden, de Quraish ze niet aan de moslims zouden teruggeven. Als de straf in de islam voor afvalligheid de dood was geweest, dan zou de Heilige Profeet (sa) nooit met deze voorwaarde hebben ingestemd. Het feit dat hij het er wel mee eens was, toont echter aan dat er geen doodstraf staat op afvalligheid.

Hoe de Heilige Koran iemand leert om de islam te verspreiden

Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Tweede Kalief, Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad(ra), die stelt dat bij het bestuderen van de Heilige Koran het duidelijk wordt dat het de bedoeling is dat het geloof wordt verspreid door bewijzen en argumenten, niet door het zwaard of de kracht. Er is dus geen straf voor afvalligheid in de islam. Als het toegestaan ​​was om mensen te doden die niet in overeenstemming waren met iemands geloof, waarom zouden christenen of mensen met een ander geloof dan niet het recht hebben om degenen te doden die hun geloof niet accepteren? Het is dus volledig in tegenspraak met de rede om te denken dat er in dergelijke zaken enige dwang of dwang kan zijn. Niemand kan worden gedwongen om leiding te krijgen. Als de wereld dit zou begrijpen, zou er een einde komen aan wreedheid en onrecht, vooral in naam van religie.

Waarom Hazrat Abu Bakr(ra) wapens gebruikte

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het bewezen is dat de straf voor afvalligheid niet de dood is. Maar waarom gebruikte Hazrat Abu Bakr(ra) dan wapens tegen hen? Zijne Heiligheid (aba) legde uit dat de mensen in zijn tijd niet alleen afvalligen, maar ook rebellen waren, die wapens gebruikten tegen de moslims en grote wanorde veroorzaakten. De Heilige Koran stelt dat de vergelding gelijk moet zijn aan de misdaad. Deze mensen vielen niet alleen Medina aan, maar ze vielen ook onschuldige mensen aan. Ze zouden onuitsprekelijke misdaden begaan tegen degenen die standvastig bleven in hun geloof in de islam. Degenen die tegen Zakat waren, probeerden er een einde aan te maken met het zwaard, en op deze manier moest Hazrat Abu Bakr(ra) tegen hen vechten.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij in toekomstige preken op dit onderwerp zou doorgaan. Samenvattend zei Zijne Heiligheid (aba) dat degenen die tegen Zakat waren en de afvalligen het zwaard oppakten, uit de staatskas stalen, onschuldige moslims doodden, hen zelfs levend verbrandden, naast andere gruwelijke misdaden. En zoals de Heilige Koran stelt, moet de vergelding gelijk zijn aan de misdaad. Daarom vocht Hazrat Abu Bakr(ra) tegen hen.

Gebed voor overledenen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de begrafenisgebeden zou leiden van de volgende overleden leden:

Mohammed Bashir Shadi

Muhammad Bashir Shad, een gepensioneerde missionaris die in de VS woonde. Hij diende als missionaris in Pakistan, Sierra Leone (waar hij ook een drukkerij oprichtte), Nigeria en Benin. Eens, terwijl de Derde Kalief (ra) Afrika bezocht, overhandigde Muhammad Bashir Shad Sahib hem een ​​geschenk van honderd nieuwe Ahmadi’s. Toen de Vierde Kalief op het punt stond te migreren uit Pakistan, was Muhammad Bashir Shad Sahib degene die de vrijdagpreek hield in aanwezigheid van de Vierde Kalief. Hij laat zijn vrouw, een zoon en vier dochters na. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah de Almachtige Zijn vergiffenis en genade schenkt en zijn kinderen in staat zal stellen gehecht te blijven aan de Jamaat en het Khilafat.

Rana Muhammad Siddiq

Rana Muhammad Siddiq is ook onlangs overleden. Hij was regelmatig in het aanbieden van gebeden en het houden van vasten, hij bezat veel deugdzame eigenschappen en was sterk gehecht aan Khilafat. Hij adviseerde zijn kinderen ook om altijd gehecht te blijven aan Khilafat. Hij wordt overleefd door zes zonen en een dochter. Een van zijn zoons is een missionaris in Nigeria en kon de begrafenis niet bijwonen. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem geduld moge schenken, en moge Allah de overledene vergiffenis en genade schenken.

Dr. Mahmood Ahmad Khawaja

Dr Mahmood Ahmad Khawaja van Islamabad studeerde in Pakistan en in het buitenland, en doceerde ook aan universiteiten in Pakistan en in het buitenland. Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij hem leerde kennen toen hij doceerde aan een universiteit in Ghana en hem zag als nederig, onbaatzuchtig, eenvoudig en een uitstekende onderzoeker. Hij wordt overleefd door een zoon en een dochter. Hij diende ook in Sierra Leone in het kader van het Nusrat Jahan-plan. Hij zou de Heilige Koran aandachtig bestuderen en zou proberen de leerstellingen ervan zo goed mogelijk uit te voeren. Hij was heel bekend en zeer gerespecteerd voor zijn werk. Toch bleef hij nederig en was een zeer oprechte Ahmadi. Veel mensen van over de hele wereld hebben hun condoleances gestuurd. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah vergeving en genade schenkt aan de overledene, geduld schenkt aan zijn familie en hen in staat stelt zijn deugdzame kwaliteiten voort te zetten.

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 25 Maart 2022 | gehouden in Masjid Mubarak, Islamabad, Tilford, VK

Feature image

Doel van de komst van de Beloofde Messias(as) en lancering van de Koerdische website

Na het reciteren van Tashahhud , Ta’awwuz en Surah al- Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat het twee dagen geleden 23 maart was, die in de Ahmadiyya Gemeenschap bekend staat als de Dag van de Beloofde Messias (as) . Dit was de dag waarop de eerste bai’at (belofte van trouw) op zijn hand werd genomen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Gemeenschap Jalsas (bijeenkomsten) houdt om deze dag te herdenken door het doel van de komst van de Beloofde Messias (as) te vertellen, dat was voorspeld door de Heilige Profeet (s) en vergezeld ging met talrijke tekenen.

Het doel van de komst van de Beloofde Messias (as)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat met betrekking tot het doel van zijn komst, de Beloofde Messias (as) zei dat God hem de opdracht had gegeven om de islam te verdedigen in een tijd dat het van alle kanten werd aangevallen. In feite waren er ongeveer 60 miljoen moslims in India en zijn er 60 miljoen boeken geschreven tegen de religie van de islam. Als God Zelf niet de middelen voor zijn bescherming had verschaft, dan zou de islam van de aardbodem zijn uitgewist. God zou dit echter niet laten gebeuren en heeft volgens Zijn belofte de middelen voor de bescherming van de islam vastgesteld.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij verschillende stukken zou citeren van de Tweede Kalief, Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad (ra) met betrekking tot de Beloofde Messias (as) . Zijne Heiligheid (aba) zei dat het horen van deze incidenten alleen nuttig kan zijn als we erover nadenken en ze gebruiken als een middel om ons geloof te versterken.

Een beschuldiging beantwoorden

Zijne Heiligheid (aba) zei dat een van de beschuldigingen die gewoonlijk tegen profeten worden geuit, is dat alles wat ze zeggen of leren door een ander persoon aan hen wordt verteld. Deze aantijging werd ook tegen de Heilige Profeet (s) geuit , terwijl de dingen die door de Heilige Profeet (s) werden onderwezenniet door een andere man aan hem verteld konden worden. Zijne Heiligheid (aba) zei dat dezelfde beschuldiging werd geuit tegen de Beloofde Messias (as) .

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er beweerd werd dat Maulvi Charagh Ali over verschillende onderwerpen schreef aan de Beloofde Messias (as) en dat de Beloofde Messias (as) die gebruikte om zijn boek Barahin-e-Ahmadiyya te schrijven. Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad (ra) zegt dat het niet logisch is om te denken dat Maulvi Charagh Ali zijn beste punten naar iemand anders zou sturen om te publiceren, in plaats van ze zelf te publiceren. Bovendien, als men de geschriften van de Beloofde Messias (as) zou vergelijkenmet de geschriften van Maulvi Charagh Ali, zou het duidelijk worden dat er absoluut geen overeenkomst is tussen de twee. Maulvi Charagh Ali verzamelde slechts bijbelse verwijzingen in zijn boeken, terwijl de Beloofde Messias (as) in zijn boeken dergelijke kennis over de islam presenteerde die in 1300 jaar nooit aan het licht was gebracht.

Hoe oppositie een doel dient

Zijne Heiligheid (aba) citeerde Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad (ra) die vertelt dat de Beloofde Messias (as) placht te zeggen dat het hem stoorde als mensen hem vervloekten, maar het stoorde hem ook als ze dat niet deden, want zonder tegenstand zou de Gemeenschap niet floreren. Er waren verschillende gelegenheden waar tegenstand ontstond die wanorde veroorzaakten in de tijd van de Beloofde Messias (as) en men dacht dat dit het einde van de Gemeenschap zou zijn. Echter, elke keer dat de Ahmadiyya Gemeenschap geconfronteerd werd met dergelijke tegenstand, zou ze nog sterker uit deze ontberingen komen. Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit altijd het geval is geweest en zo zal blijven. Zelfs vandaag de dag doen tegenstanders en hypocrieten hun uiterste best, maar de Ahmadiyya Gemeenschap zal volharden en alleen maar sterker worden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat wanneer tegenstanders dingen tegen de Gemeenschap zeggen, mensen de realiteit voor zichzelf willen zien en of er enige waarheid in de beweringen zit. Eens, in de tijd van de Beloofde Messias (as) kwam een man uit Rampur naar de Beloofde Messias (as) en zei dat hij trouw wilde zweren. De Beloofde Messias (as) was verrast en vroeg hoe de man hem had leren kennen, aangezien er niet veel leden van de Gemeenschap in Rampur waren, noch had de Gemeenschap haar boodschap daar uitgebreid gepropageerd. De man zei dat hij een boek had gekregen van Maulvi Sanaullah waarin hij tegen de Ahmadiyya-gemeenschap had geschreven en waarin hij verschillende referenties van de Beloofde Messias (as) had verzameld. De man wilde de referenties van de originele bron controleren en bij het openen van de boeken van de Beloofde Messias (as) was hij verbaasd over de manier waarop hij de Heilige Profeet (s) had geprezen en zijn liefde had uitgedrukten de manier waarop hij de islam verdedigde. Dit veranderde zijn hart en hij besloot trouw te zweren aan de Beloofde Messias (as) .

Voorbeeld van de nederigheid van de BeloofdeMessias (as)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat een andere beschuldiging tegen profeten is dat ze soms streng kunnen zijn. Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad (ra) legde uit dat een profeet nooit streng voor zichzelf is, maar ter verdediging en bescherming van hun geloof. Anders, als het op zichzelf aankomt, nemen profeten de grootste nederigheid aan. Bijvoorbeeld, een keer terwijl de Beloofde Messias (as) in Lahore wandelde, kwam er een man en duwde hem, maar de Beloofde Messias (as) stond degenen die bij hem waren niet toe om wraak te nemen. In plaats daarvan zei de Beloofde Messias (as) dat hij dit gedaan moet hebben in de veronderstelling dat hij de waarheid verdedigde, omdat geestelijken hem hadden geïndoctrineerd met de gedachte dat de Beloofde Messias (as) vals was. Een profeet staat dus alleen op om het geloof te verdedigen en neemt nederigheid aan als het om zichzelf gaat.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat God Zelf beslist wie te eren, en in deze tijd wordt ware eer geassocieerd met de Beloofde Messias (as) . Hij zei dat geestelijken zoals Maulvi Sanaullah alleen bekend waren vanwege hun verzet tegen de Beloofde Messias (as) . Zijne Heiligheid (aba) zei dat hetzelfde bewijst vandaag, aangezien geestelijken bekendheid verwerven wanneer ze hun stem verheffen in oppositie tegen Ahmadiyyat.

Pogingen om de Beloofde Messias te onteren (als) hebben een averechts effect

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Maulvi Muhammad Husain Batalvi een keer valse beschuldigingen had geuit tegen de Beloofde Messias (as) , waardoor een hoorzitting was gepland. Toen de Beloofde Messias (as) arriveerde, bood kapitein Douglas, de adjunct-commissaris, de Beloofde Messias (as) een stoel aan om op te zitten. Maulvi Muhammad Husain Batalvi had dit allemaal beraamd om te proberen de Beloofde Messias (as) te vernederen, dus het maakte hem boos toen hij zag dat de Beloofde Messias (as) werd gerespecteerd en een stoel had gekregen. Zo eiste Batalvi ook een stoel. Hierop zei kapitein Douglas hem streng dat hij geen stoel zou krijgen. Dus hoewel Batalvi de Beloofde Messias (as) wilde vernederen ,was hij het in feite die door God werd vernederd.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Beloofde Messias (as) ooit een debat had met enkele christenen. Toen de christenen beseften dat geen van hun argumenten werkte, bedachten ze een complot waarbij ze enkele blinde, dove en gehandicapte mensen meebrachten en toen de Beloofde Messias (as) arriveerde, eisten ze dat als hij beweerde de tweede komst van Jezus te zijn, dan zou hij dit volk moeten genezen, net zoals Jezus (as) had gedaan. De aanwezige moslims maakten zich zorgen, maar de Beloofde Messias (as) antwoordde dat volgens de islam Jezus (as) zulke mensen niet fysiek genas. Hij zei dat hij wonderen kon laten zien die vergelijkbaar waren met die van de Heilige Profeet (s) . Als christenen geloven dat Jezus (als) fysiek mensen genas, dan zegt de Bijbel ook dat als iemand zelfs maar het geloof van een mosterdzaadje bezit, ook zij zulke mensen kunnen genezen. De Beloofde Messias (as) zei dat de christenen de dingen veel gemakkelijker voor hem hadden gemaakt, en zei dat volgens hun eigen leer, als ze zelfs zoveel geloof hadden als een mosterdzaadje, ze het zouden bewijzen door deze mensen die ze hadden gebracht te genezen. Dit antwoord van de Beloofde Messias (as) maakte de christenen sprakeloos.

Gods steun aan de Beloofde Messias (as)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat een persoon ooit tegen de Beloofde Messias (as) zeidat moslims alleen naar hun geestelijken luisteren en als hij zijn boodschap wilde verspreiden, dan had hij deze geestelijken moeten uitnodigen en hen uitleggen dat Jezus ( as) is overleden, en dan had hij ook verschillende bewijzen moeten geven voor de wederkomst van Jezus (as) en de komst van de Beloofde Messias (as) . De Beloofde Messias (as) zei dat zijn missie niet door mensen gemaakt was en dat God Zelf zou zorgen voor de verspreiding en het succes ervan.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er ook het teken was van de zons- en maansverduisteringen die werden vervuld als tekenen van de waarheidsgetrouwheid van de Beloofde Messias (as). Er waren veel tekenen die werden vervuld, maar moslims zouden zeggen dat hoewel alle tekenen die voorspeld waren om de Messias in de laatste dagen te begeleiden, werden vervuld, het gewoon toeval was dat iemand claimde de Messias te zijn.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Beloofde Messias (as) altijd werd ondersteund door de hulp van God. Er waren talloze complotten tegen de Beloofde Messias (as) en er werden ook verschillende valse beschuldigingen tegen hem geuit. God zou echter de valsheid van deze beweringen aan het licht brengen. Eens, terwijl mensen plannen maakten om de Beloofde Messias (as) te verslaan, bedachtenze verschillende plannen. Eén persoon, Maulvi Umaruddin, suggereerde dat er geen reden was om zulke ingewikkelde complotten te bedenken, hij zou gewoon de Beloofde Messias (as) gaan doden. Hij kreeg te horen dat dergelijke complotten al waren geprobeerd, maar het mocht niet baten. Maulvi Umaruddin dacht dat als er zoveel pogingen waren gedaan, maar de Beloofde Messias (as) steeds werd gered, hij eerlijk moest zijn. Vervolgens ging hij naar Qadian en zwoer trouw aan de Beloofde Messias (as) . Er waren veel tegenstanders die de Beloofde Messias (as) wilden elimineren , maar volgens Zijn belofte zorgde God ervoor dat de Beloofde Messias (as) altijd werd beschermd.

Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias (as) die zei dat een zaadje dat door God is geplant, wordt beschermd door zijn engelen. Als deze beweging door de mens was geïnitieerd, dan zou ze zijn uitgewist, maar als ze door God is ingesteld, blijft ze sterk en blijft ze ijveren.

Zijne Heiligheid (aba) bad dat we onze belofte van trouw mogen nakomen en de zegeningen van Allah mogen oogsten door de boodschap van de Beloofde Messias (as) te verspreiden . Mogen wij nooit tot degenen behoren die ontrouw zijn.

Lancering van Koerdische website

Zijne Heiligheid (aba) kondigde de lancering aan van de website van de Ahmadiyya Gemeenschap in de Koerdische taal, wat nog een ander middel is om de boodschap van de Beloofde Messias (as) te verspreiden . De website bevat verschillende artikelen, commentaren, video’s enz. Het bevat ook literatuur van de Gemeenschap, waaronder geschriften van de Beloofde Messias (as) en de kaliefen. Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de website zou lanceren na het vrijdaggebed. Zijne Heiligheid (aba) bad dat deze website een bron van zegeningen mocht zijn.

Een oproep tot gebeden

Zijne Heiligheid (aba) deed opnieuw een oproep tot gebed in het licht van de huidige toestand van de wereld. Moge Allah de Almachtige de wereld redden van vernietiging, mensen in staat stellen om rede te zien en hun Schepper te erkennen.

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 11 Februari 2022 | gehouden in Masjid Mubarak, Islamabad, Tilford, VK

Feature image
Feature image

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, vertelde Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) dat volgens overleveringen Hazrat Abu Bakr(ra) een droom zag met betrekking tot de verovering van Mekka.

Een droom van Hazrat Abu Bakr(ra) over Mekka

Zijne Heiligheid(aba) zei dat Hazrat Abu Bakr(ra) de Heilige Profeet(sa) vertelde dat hij een droom zag waarin de Heilige Profeet(sa) Mekka had bereikt en een hond naar hem toe. De hond ging op zijn rug liggen en er begon melk uit te stromen. Hierop zei de Heilige Profeet(sa) dat hun kwaad was weggenomen en voorspoed nabij was en dat het volk van Mekka onder zijn bescherming zou komen.

De moslims gaan Mekka in vrede binnen

Zijne Heiligheid(aba) zei dat bij de verovering van Mekka, de Heilige Profeet(sa) en de moslims via Arafat binnenkwamen. Toen de Heilige Profeet(sa) zijn intenties van vrede en veiligheid aankondigde, zei Hazrat Abu Bakr(ra) dat Abu Sufyan eer zocht. Dus de Heilige Profeet(sa) zei dat iedereen die het huis van Abu Sufyan binnenging, beschermd zou worden. Vervolgens gaf de Heilige Profeet(sa) opdracht om het afgodsbeeld genaamd Hoebal te vernietigen. Toen Abu Sufyan eraan werd herinnerd dat dit hetzelfde afgodsbeeld was dat hij op de dag van Uhud had verheerlijkt, antwoordde hij dat als er een God was geweest naast de God van Mohammed(sa), dan zouden de gebeurtenissen die plaatsvonden bij de verovering van Mekka niet zijn gebeurd. Later zat de Heilige Profeet(sa) in een hoek van de Ka’bah en mensen omringden hem. Hazrat Abu Bakr(ra) stond op wacht naast de Heilige Profeet(sa).

De ongelovigen verzamelen zich in Hunain

Zijne Heiligheid(aba) zei dat na de overwinning van Mekka, andere ongelovige stammen in Arabië vreesden dat ook zij zouden worden overwonnen door de Heilige Profeet(sa) en de moslims. Zo verzamelden ze zich op een plaats in de buurt van Hoenain. Toen de Heilige Profeet(sa) hiervan hoorde, ging hij samen met een leger van 12.000 moslims naar de vallei van Hunain. Daar hadden de ongelovigen zich al verstopt en toen de moslims arriveerden, schoten ze een spervuur ​​van pijlen op de moslims. Als gevolg daarvan waren er moslims die niet bleven, maar Hazrat Abu Bakr(ra) behoorde tot degenen die resoluut naast de Heilige Profeet(sa) bleven. Zelfs toen het aantal moslims ernstig was afgenomen, tot het punt waarop er nog maar 12 moslims over waren, greep Hazrat Abu Bakr(ra) de teugels van het paard van de Heilige Profeet(sa) en adviseerde dat ze misschien niet verder moesten gaan. de Heilige Profeet(sa) instrueerde hem om de teugels los te laten en ging moedig naar voren. Uiteindelijk versloegen de moslims op wonderbaarlijke wijze de vijand.

Zijne Heiligheid(aba) zei dat na de Slag bij Hunain, enkele van de ongelovigen naar Taif vluchtten om hun toevlucht te zoeken. Dus, na hun terugkeer uit Hunain, belegerden de Heilige Profeet(sa) en het moslimleger Taif. Er zijn verschillende overleveringen over hoe lang het beleg duurde, variërend van 10 tot 40 dagen. De Heilige Profeet(sa) zag een droom die hij aan Hazrat Abu Bakr(ra) vertelde. Gebaseerd op de droom, suggereerde Hazrat Abu Bakr(ra) dat het doel waarvoor ze hier waren, wellicht niet zou worden behaald. De Heilige Profeet(sa) stemde hiermee in en de moslims kregen later de opdracht om terug te keren.

Hazrat Abu Bakr(ra) overtreft iedereen met zijn financiële offers

Zijne Heiligheid(aba) zei dat Hazrat Abu Bakr(ra) de Heilige Profeet(sa) vergezelde tijdens de Slag bij Tabuk, waar de Heilige Profeet(sa) hem ook de vlag van de Islam schonk. Met het oog op deze strijd, instrueerde de Heilige Profeet(sa) de moslims om financiële offers te brengen. Hazrat Abu Bakr(ra) bracht alles wat hij bezat naar de Heilige Profeet(sa). Toen de Heilige Profeet(sa) hem vroeg of hij iets thuis had gelaten, zei Hazrat Abu Bakr(ra) dat hij dat niet had gedaan. Later zei Hazrat Umar(ra) dat hij van plan was een groter offer te brengen dan Hazrat Abu Bakr(ra), en dus schonk hij de helft van zijn rijkdom aan de Heilige Profeet (sa). Later hoorde hij echter dat Hazrat Abu Bakr(ra) alles wat hij bezat had opgeofferd. Hierop zei Hazrat Umar(ra) dat hij nooit in staat zou zijn het niveau van Hazrat Abu Bakr(ra) te overtreffen.

Eens kwam een metgezel de Heilige Profeet(sa), Hazrat Abu Bakr(ra) en Hazrat Umar(ra) tegen, die een graf aan het graven waren na het overlijden van Hazrat Abdullah Dhul-Dijadain. De Heilige Profeet(sa) stond in het graf, terwijl Hazrat Abu Bakr(ra) en Hazrat Umar(ra) het lichaam naar hem toe lieten zakken. Bij het begraven bad de Heilige Profeet(sa) voor de overledene.

Zijne Heiligheid(aba) zei dat in 9 Hijri, de Heilige Profeet(sa) Hazrat Abu Bakr(ra) aanstelde als de leider van een konvooi dat de Hadj ging uitvoeren. Zo reisde Hazrat Abu Bakr(ra) samen met 300 metgezellen naar Mekka om de Hadj te verrichten.

Zijne Heiligheid(aba) zei dat hij in toekomstige preken door zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Abu Bakr(ra).

Begrafenisgebed

Zijne Heiligheid(aba) zei dat hij de begrafenisgebeden zou leiden van Amatul Latif Khurshid die in Canada woonde en de vrouw was van wijlen Sheikh Khurshid Ahmad, de assistent-redacteur van Al Fazl Rabwah. Ze wordt overleefd door drie zonen en twee dochters. Een van haar kleinzonen, Waqas Khurshid, is een missionaris in de Verenigde Staten van Amerika. Zijne Heiligheid(aba) zei dat de hele familie erg hoogopgeleid is. Ze diende de Gemeenschap in verschillende hoedanigheden, in Qadian, Rabwah en in Canada. Ze leerde al haar kinderen dat als er ooit iets tegen de gemeenschap of het Khilafat wordt gezegd, ze er nooit naar moeten luisteren en zelfs als ze het horen, mogen ze zulke dingen nooit herhalen. Ze bezat veel kennis en bood veel hulp aan gezinnen die naar Canada migreerden. Ze had veel liefde voor Khilafat en gebood haar kinderen om altijd voor de kalief te bidden. Ze was ook in staat om veel kinderen de juiste recitatie van de Heilige Koran te leren. Ze vertelde vaak verhalen over de geschiedenis van de Gemeenschap en leerde zo de nieuwere generatie over de geschiedenis. Ze leerde haar nageslacht hoe ze hun geloof konden beschermen terwijl ze in de westerse samenleving leefden. Zijne Heiligheid(aba) zei dat ze een voorbeeld was van hoe we onze toekomstige generaties die in het Westen leven kunnen opvoeden en beschermen, terwijl ze worden gered van elk soort minderwaardigheidscomplex. Zijne Heiligheid(aba) bad dat Allah de Almachtige haar met vergeving en genade zou behandelen en haar nageslacht in staat zou stellen haar deugdzame kwaliteiten voort te zetten.

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 04 Februari 2022 | gehouden in Masjid Mubarak, Islamabad, Tilford, VK

Feature image
Feature image

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) dat hij zou doorgaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Abu Bakr(ra).

 De slag bij Banu Quraizah

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Abu Bakr(ra) ook deelnam aan de slag bij Banu Quraizah.  Terwijl ze op weg waren naar Banu Quraizah, stelden Hazrat Abu Bakr(ra) en Hazrat Umar(ra) de Heilige Profeet (saw) voor dat als hij een mantel zou aantrekken die hem was gegeven en die door wereldse normen als mooi werd beschouwd, mensen meer geneigd zouden zijn om de Islam te accepteren.  De Heilige Profeet (saw) accepteerde hun voorstel en zei dat hij een zaak waar ze het beiden over eens waren niet zou weigeren.  De Heilige Profeet (saw) zei dat God hen beiden had vergeleken met de engelen Gabriël en Michaël, en met de profeten zoals Noach (as) en Abraham (as).

Zijne Heiligheid (aba) zei dat gedurende deze tijd alle moslims moesten eten van dadels die voor hen waren opgestuurd. Men zag dat de Heilige Profeet (saw), Hazrat Abu Bakr(ra) en Hazrat Umar(ra) ook dadels aten, en de Heilige Profeet(sa) zei dat dadels uitstekend te eten zijn.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat op basis van een droom waarin hij zichzelf rond de Ka’bah zag lopen, de Heilige Profeet (saw) samen met 1400 metgezellen op weg ging naar de Ka’bah. Echter kwam de Heilige Profeet (saw) erachter dat de Mekkanen van plan waren om de moslims te stoppen om binnen te komen. Toen de Heilige Profeet (saw) de metgezellen raadpleegde, zei Hazrat Abu Bakr (ra) dat ze moesten doorgaan omdat het niet hun bedoeling was om te vechten, en als iemand hen zou proberen tegen te houden, dan zouden ze zichzelf verdedigen.

Het Verdrag van Hudaibiyah

Zijne Heiligheid (aba) zei dat ten tijde van het Verdrag van Hoedaibiyah, Urwah naar de Heilige Profeet (saw) ging om over de voorwaarden te onderhandelen. Hij zei tegen de Heilige Profeet (saw) dat als de Quraish zegevierden, de metgezellen de Heilige Profeet (saw) in de steek zouden laten. Hazrat Abu Bakr (ra) kon het niet verdragen dit te horen en zei dat hij moest vertrekken en terugkeren naar zijn afgoden, wat inhield dat terwijl de afgodendienaars toegewijd waren aan hun valse afgoden, hoe konden de moslims, die in waarheid geworteld waren en in God en Zijn boodschapper geloofden, hem verlaten? Urwah zei dat hij hier niet op zou reageren, omdat Hazrat Abu Bakr (ra) een eerdere gunst over hem had die hij nog niet had vergoed. 

Zijne Heiligheid (aba) zei dat op het bepalen van de voorwaarden in het Verdrag van Hoedaibiyah, vroeg Hazrat Umar (ra) aan de Heilige Profeet (saw) dat als hij waarheidsgetrouw was, waarom hebben de moslims toegegeven aan dergelijke voorwaarden terwijl de Heilige Profeet  (saw) had gezegd dat de moslims naar de Ka’bah zouden gaan?  De Heilige Profeet (saw) zei dat hij op basis van zijn droom niet had gezegd dat ze zeker datzelfde jaar de Ka’bah zouden bereiken, en dat hij zeker Gods wil zou volgen.  Later, toen Hazrat Umar (ra) het aan Hazrat Abu Bakr(ra) vertelde, gaf ook hij een soortgelijk antwoord als de Heilige Profeet (saw) en zei dat hij nooit tegen de wil van God in zou gaan.  Later zei Hazrat Umar (ra) dat hij er spijt van had dergelijke vragen te stellen en het op zich nam om goede daden te verrichten als boetedoening.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er twee kopieën waren gemaakt van het Verdrag van Hoedaibiyah; één voor elke partij.  Er waren ook getuigen die het verdrag ondertekenden, onder wie Hazrat Abu Bakr (ra).

Hazrat Abu Bakr (ra) leidt de expeditie naar Banu Fuzarah. 

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Abu Bakr (ra) nam deel aan de expeditie van Banu Fuzarah, die een complot tegen de moslims smeedde.  Volgens sommige overleveringen heeft de Heilige Profeet (saw) Hazrat Abu Bakr (ra) aangesteld als de leider van deze expeditie.  Een strijd met de ongelovigen volgde, waarin de moslims zegevierden.

Deelname aan de Slag bij Khaibar 

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Abu Bakr (ra) nam ook deel aan de Slag van Khaibar. De moslims belegerden hun forten voor langer dan tien nachten en uiteindelijk hebben het overgenomen. Gedurende deze tijd had de Heilige Profeet (saw) migraine en kwam hij enkele dagen niet naar buiten. De Heilige Profeet (saw) stuurde Hazrat Abu Bakr (ra) naar een van de forten waar een hevige strijd volgde, maar het leger overwon onder bevel van Hazrat Abu Bakr (ra).

Hazrat Abu Bakr(ra) leidt de expeditie naar Banu Kilaab

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Abu Bakr (ra) nam ook deel aan de expeditie van Najd, waar Banu Kilaab tegen de moslims stond. De Heilige Profeet (saw) benoemde Hazrat Abu Bakr (ra) als de leider van deze expeditie.

De verovering van Mekka

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Abu Bakr (ra) nam ook deel aan de verovering van Mekka. Een van de aangesloten stammen van de Quraish had gehandeld in strijd met het Verdrag van Hoedaibiyah.  Hierna ging Hazrat Abu Bakr (ra) op een dag naar zijn dochter Hazrat A’ishah (ra) en zag haar hoe zij de bezittingen van de Heilige Profeet (saw) klaarmaakte.  Op dat moment wist Hazrat A’ishah (ra) niet waar de Heilige Profeet (saw) heen wilde gaan. In de tussentijd arriveerde de Heilige Profeet (saw) en informeerde Hazrat Abu Bakr (ra) over zijn voornemen om naar Mekka te gaan, maar instrueerde hem dit aan niemand bekend te maken.  Later kondigde de Heilige Profeet (saw) aan de moslims aan dat ze zich moesten voorbereiden op een reis, maar hij vertelde hun nog niet waar ze heen zouden gaan.  De Heilige Profeet (saw) zorgde er ook voor dat niemand van de Quraish hoorde over de voorbereidingen van de moslims.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen de moslims een plaats bereikten genaamd Marruz-Zuhrah die 25 kilometer van Mekka verwijderd is, de Heilige Profeet (saw) de moslims instrueerde om tienduizend vuren aan te steken. De Quraish werden ongerust, omdat ze er zeker van waren dat er een strijd zou volgen. Abu Sufyan ging naar de moslims om erachter te komen wat er aan de hand was en om veiligheid te zoeken.  Bij aankomst werden Abu Sufyan en twee anderen met hem meegenomen naar de Heilige Profeet (saw) en zij accepteerden de Islam.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij deze incidenten in toekomstige preken zal voortzetten.

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 28 January 2022 | gehouden in Masjid Mubarak, Islamabad, Tilford, VK

Feature image
Feature image

Rechtgeleide kaliefen – Hazrat Abu Bakr(ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) dat hij zou doorgaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Abu Bakr(ra).

Zijne Heiligheid(aba) zei dat de Heilige Profeet(saw) na de slag bij Uhud te weten kwam dat de Quraish een nieuwe aanval op de moslims overwogen om hen een laatste slag toe te brengen. De Heilige Profeet (saw) overlegde met Hazrat Abu Bakr(ra) en Hazrat Umar(ra), die beiden voorstelden dat de moslims naar de vijand moesten gaan, zodat ze niet zouden komen om hun families aan te vallen. De Heilige Profeet(saw) vroeg Hazrat Bilal(ra) om onder de moslims aan te kondigen dat zij de Heilige Profeet (saw) zouden vergezellen naar de strijd en dat zij die hadden deelgenomen aan de Slag van Uhud zouden meegaan met hem. Toen de moslims een plaats bereikten die Hamraa’ al-Asad heette, werden de ongelovigen ongerust en lieten zo hun intentie om Medina aan te vallen, varen.

Verraad van Banu Nadhir tegen de Heilige Profeet  (saw)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (saw) samen met enkele metgezellen naar de Banu Nadhir-stam in Medina ging. Toen hij aankwam, boden de mensen van Banu Nadhir hem aan om plaats te nemen en te eten voordat ze over verdere zaken zouden praten. Dus nam de Heilige Profeet  (saw) plaats tegen een muur. Het Joodse volk van Banu Nadhir zag dit als een kans en één persoon klom met een steen op de muur om op de Heilige Profeet  (saw) te laten vallen. God informeerde de Heilige Profeet  (saw) echter over dit complot, waarop hij onmiddellijk opstond en vertrok. De Heilige Profeet  (saw) stuurde vervolgens een bericht naar de Banu Nadhir waarin hij zei dat ze verraderlijk hadden gehandeld en niet langer in Medina konden blijven, en gaf hen een periode van tien dagen om te vertrekken. Ze weigerden echter en dus maakten de moslims zich op voor de strijd. De moslims belegerden het fort van Banu Nadhir en ‘s avonds keerde de Heilige Profeet  (saw) terug naar zijn huis. Volgens sommige overleveringen droeg de Heilige Profeet  (saw) destijds het bevel over het leger over aan Hazrat Abu Bakr (ra). Uiteindelijk gaven de Banu Nadhir zich over en mochten ze samen met hun bezit, afgezien van hun wapens, vertrekken.

De expeditie van Badr al-Mau’id

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Abu Sufyan na de slag bij Uhud had uitgedaagd dat ze na een jaar in Badr al-Safra tegen de moslims zouden vechten en de Heilige Profeet  (saw) stemde ermee in. Naarmate de tijd naderde, begon Abu Sufyan zich zorgen te maken omdat hij hoopte een groter leger te hebben, en dus begon hij valse rapporten te verspreiden in een poging de moslims angst aan te jagen en hen van de strijd af te schrikken. Hazrat Abu Bakr(ra) en Hazrat Umar(ra) stelden beiden aan de Heilige Profeet (saw) voor dat in ieder geval de moslims hun belofte zouden moeten nakomen om de Quraish te ontmoeten. Dus vertrokken de moslims zoals gepland en bereikten de afgesproken bestemming, maar Abu Sufyan maakte excuses en keerde met zijn leger terug naar Mekka. De moslims bleven acht dagen in Badr, gedurende welke tijd ze zaken deden op een jaarlijks festival dat daar werd gehouden. Deze expeditie staat bekend als Badr al-Mau’id.

Calumny Against Hazrat A’ishah(ra)

His Holiness(aba) said that when the Holy Prophet (saw) learned that the Banu Mustaliq were planning an attack on the Muslims, the Holy Prophet (saw) set out towards them accompanied by 700 companions. According to some narrations, the banner of the Muhajireen (migrants to Madinah) was given to Hazrat Abu Bakr(ra).

Laster tegen Hazrat A’ishah (ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen de Heilige Profeet  (saw) hoorde dat de Banu Mustaliq een aanval op de moslims aan het bereiden waren, de Heilige Profeet  (saw) naar hen toe ging vergezeld van 700 metgezellen. Volgens sommige overleveringen werd de vlag van de Muhajireen (migranten naar Medina) gedragen door Hazrat Abu Bakr(ra).

Zijne Heiligheid (aba) zei dat terwijl hij terugkeerde van Banu Mustaliq, er een grote laster werd geuit tegen Hazrat A’ishah (ra). Toen de moslims op een avond terugkeerden naar Medina, instrueerde de Heilige Profeet  (saw) hen om verder te gaan met de reis vanaf de plek waar ze waren gestopt waren om te rusten. Vlak daarvoor realiseerde Hazrat A’ishah(ra) zich dat ze haar ketting was kwijtgeraakt en ging ernaar op zoek. Toen ze terugkwam, waren de moslims al vertrokken. Ze hadden haar rijtuig op de kameel gezet, zonder te beseffen dat ze er niet in zat. Terwijl ze wachtte dat de moslims het zich zouden realiseren en terugkeren, viel ze in slaap en de volgende ochtend vond Hazrat Safwan(ra), die achter het leger aan had gereisd, haar. Ze reed op zijn kameel terwijl hij hem leidde, totdat ze zich weer bij het moslimleger voegden. Uit dit incident ontstond een grote laster die werd geïnitieerd door het hoofd van de hypocrieten, Abdullah bin Ubayy bin Sulool.

Allah de Almachtige onthult de onschuld van Hazrat A’ishah(ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen Hazrat A’ishah (ra) hoorde over deze laster, ze toestemming vroeg aan de Heilige Profeet  (saw) om haar ouders te bezoeken, zodat ze kon bevestigen dat dit gerucht zich had verspreid. De Heilige Profeet  (saw) overlegde met enkele metgezellen over de kwestie, en vroeg ook Barirah, die Hazrat A’ishah (ra) diende, en zij getuigde van haar ongerepte karakter. Gedurende deze tijd was Hazrat A’ishah (ra) twee nachten en een dag in een toestand van slapeloze nood. Haar ouders zaten bij haar en probeerden haar te troosten. De Heilige Profeet  (saw) bezocht haar en zei dat als ze onschuldig was, God zeker in haar voordeel zou spreken. Hazrat A’ishah (ra) zei dat ze op dat moment geen andere keuze had dan geduldig te blijven, omdat ze wist dat ze onschuldig was. Op dat moment, terwijl de Heilige Profeet (saw) daar zat, openbaarde God de volgende verzen, waarmee hij de onschuld van Hazrat A’ishah(ra) bewees:

اِنَّ الَّذِیۡنَ جَآءُوۡ بِالۡاِفۡکِ عُصۡبَۃٌ مِّنۡکُمۡ

“Waarlijk, zij die de lastering voortbrachten waren een grote groep uit uw midden.” (De Heilige Koran, 24:12)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Abu Bakr(ra), de vader van Hazrat A’ishah(ra), zwoer dat hij nooit meer financiële steun zou geven aan Mistah, die een van de mensen was geweest die dit valse gerucht hadden verspreid. Toen openbaarde God aan de Heilige Profeet (saw):

وَلَا یَاۡتَلِ اُولُوا الۡفَضۡلِ مِنۡکُمۡ وَالسَّعَۃِ اَنۡ یُّؤۡتُوۡۤا اُولِی الۡقُرۡبٰی وَالۡمَسٰکِیۡنَ وَالۡمُہٰجِرِیۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ۪ۖ وَلۡیَعۡفُوۡا وَلۡیَصۡفَحُوۡا ؕ اَلَا تُحِبُّوۡنَ اَنۡ یَّغۡفِرَ اللّٰہُ لَکُمۡ ؕ وَاللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ 

“En laat hen, die rijkdommen en overvloed onder u bezitten niet ophouden te geven aan verwanten en behoeftigen en hen die hun huizen ter wille van Allah hebben verlaten. Laten zij vergeven en over het hoofd zien. Wenst gij niet dat Allah u zou vergeven? Allah is vergevingsgezind, Genadevol.” (De Heilige Koran, 24:23)

Zijne Heiligheid (aba) vertelde dat Hazrat Abu Bakr(ra) hierop zei dat hij zeker door God vergeven wilde worden, en zo begon hij Mistah weer te steunen.

Gebeurtenissen tijdens de Slag van de Gracht

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de derde grote slag tussen de moslims en de ongelovigen de Slag van de Gracht, of de Slag van Ahzab (confederaties) was. Na de verdrijving van Banu Nadhir gingen enkele van hun leiders naar de Quraish en zetten hen aan om tegen de moslims te vechten. Ze verzamelden ook andere stammen, wat hun totale aantal naar 10.000 bracht. Toen de Heilige Profeet (saw) hoorde van dit leger, overlegde hij met zijn metgezellen, en Hazrat Salman(ra) de Pers stelde voor om een loopgraaf te graven. De Heilige Profeet  (saw) was het daarmee eens en hielp hij, samen met 3000 moslims, ook bij het graven van deze loopgraaf. Toen de vijand Medina omsingelde, voerde Hazrat Abu Bakr(ra) het bevel over een deel van het moslimleger. Gedurende deze tijd werd in dat gebied een moskee gevestigd, bekend als de Sadiq-moskee.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij deze incidenten in toekomstige preken zou blijven vertellen.

Begrafenisgebeden

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de begrafenissen van enkele overleden leden zou aankondigen.

Mubaraka Begum, echtgenote van Mukhtar Ahmad Gondal. Zij is overleden op 11 januari. Ze was de schoondochter van een metgezel van de Beloofde Messias(as). Ze bezat veel deugdzame eigenschappen. Ze wordt overleefd door vijf zonen en drie dochters. Een van haar zonen, samen met aantal anderen uit haar nageslacht, zijn toegewijden voor het leven. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah haar met vergeving en genade zou behandelen en haar gebeden voor haar nageslacht mocht vervullen.

Mir Abdul Waheed die in de nacht van 12 op 13 januari is overleden. In 2020 werd een valse aanklacht ingediend tegen hem en zijn familie, en zijn huis werd omringd door geestelijken en anderen. De politie hielp hen te ontsnappen, maar later werd een van zijn zonen door de politie meegenomen en gevangengezet wegens valse aanklachten van de godslastering. Zijn zoon zit nog steeds in de gevangenis en kon niet deelnemen aan de begrafenis van zijn vader. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah de Almachtige de overledene met vergeving en genade zou behandelen en zijn familie geduld zou schenken. Moge Allah ook de middelen scheppen voor de vrijlating van zijn zoon.

Syed Waqar Ahmad uit de VS overleed op 17 januari aan een hartaanval. Zijn vrouw is de achterkleindochter van Mirza Bashir Ahmad(ra) en de achterkleindochter van Mirza Sharif Ahmad(ra). Hij was een voorbeeldige echtgenoot en vader. Hij leidde een onbaatzuchtig en eenvoudig leven. Hij zei dat als hij naar de moskee ging, hij zijn eed herhaalde, en niets was belangrijker voor hem dan dit. Zijne Heiligheid (aba) vertelde dat hij zelf heeft opgemerkt dat zelfs wanneer hij werd geconfronteerd met een grote beproeving, zijn eed handhaafde om voorrang te geven aan het geloof boven wereldse zaken. Hij was altijd gehoorzaam aan het Khilafat, zelfs als hij iets niet begreep. Zijn zoon Syed Adil Ahmed is een missionaris, en hij herhaalt ook dat zijn vader een eenvoudig leven leidde en voorrang gaf aan de behoeften van zijn familie boven die van hemzelf. Hij bezat vele deugdzame eigenschappen. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah de Almachtige hem met vergeving en genade zou behandelen en zijn kinderen in staat zou stellen deze deugden voort te zetten.

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 21 January 2022 | gehouden in Masjid Mubarak, Islamabad, Tilford, VK

Feature image
Feature image

Rechtgeleide kaliefen – Hazrat Abu Bakr(ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) dat hij zou doorgaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Abu Bakr(ra).

De eerste taak na het bereiken van Medina

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (sa) na aankomst in Medina eerst zijn aandacht richtte op het bouwen van een moskee. De Heilige Profeet (sa) kocht een stuk land voor 10 dinar, en na het voorbereiden van het land, bad de Heilige Profeet (sa) en legde de eerste steen van de moskee. Dan zou de Heilige Profeet (sa) zelf helpen bij de bouw van de moskee. Het is opgetekend dat het bedrag dat werd betaald voor de aankoop van dat land werd afgenomen van de rijkdom van Hazrat Abu Bakr(ra).

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen de Heilige Profeet (sa) een eerste steen legde, hij Hazrat Abu Bakr (ra) instrueerde om een ​​steen naast de zijne te plaatsen, daarna vertelde hij Hazrat Umar (ra) om een ​​steen naast de steen van Hazrat Abu Bakr te plaatsen (ra), en toen instrueerde hij Hazrat Uthman (ra) om een ​​steen naast die van Hazrat Umar (ra) te plaatsen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen de Heilige Profeet (sa) land toewees aan de metgezellen om hun huizen te bouwen, de Heilige Profeet (sa) Hazrat Abu Bakr (ra) een plaats in de buurt van de moskee toewees.

De banden van broederschap vestigen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (sa) een band van broederschap tot stand bracht tussen Hazrat Abu Bakr(ra) en Hazrat Umar(ra) terwijl ze in Mekka waren. Het is opgetekend dat de Heilige Profeet (sa) twee keer banden van broederschap heeft gevestigd, één keer vóór de migratie en één keer daarna. Na de migratie onderhield de Heilige Profeet (sa) slechts twee banden van broederschap; dat tussen hem en Hazrat Ali(ra), en dat tussen Hazrat Hamzah(ra) en Hazrat Zaid(ra). Voor andere metgezellen werden nieuwe banden van broederschap tot stand gebracht.

Overleg met de moslims voorafgaand aan de slag bij Badr

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen de Heilige Profeet (sa) op weg ging naar Badr, het was om een ​​Mekkaanse handelskaravaan te onderscheppen die terugkeerde uit Syrië. Ondertussen vernam de Heilige Profeet (sa) dat een leger vanuit Mekka was ingezet om de handelskaravaan te beschermen. De Heilige Profeet (sa) overlegde met zijn metgezellen en zij kwamen met uiteenlopende meningen over de vraag of ze het leger moesten bestrijden dat was vertrokken of dat ze koers moesten zetten naar de handelskaravaan. Het is opgetekend dat het voor dit moment was dat het volgende vers werd geopenbaard:

“Omdat het uw Heer was Die u rechtmatig uit uw huis heeft geleid, terwijl een deel van de gelovigen afkerig was, heeft Hij u geholpen tegen uw vijand.” (8:6)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Abu Bakr(ra) hierna stond en sprak ter ondersteuning, en dat deed Hazrat Umar(ra) ook. Hazrat Miqdad(ra) zei dat ze de Heilige Profeet(sa) zouden steunen in alles wat hem werd opgedragen door God.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat zodra ze het land van Badr bereikten, de metgezellen een tent voor de Heilige Profeet (sa) hadden opgezet en zeiden dat hij in de tent moest blijven terwijl ze ten strijde trokken. Enkele metgezellen hielden toen de wacht buiten de tent. De Heilige Profeet(sa) en Hazrat Abu Bakr(ra) brachten beiden de nacht door in deze tent; Hazrat Abu Bakr(ra) hield de wacht met zijn zwaard uit de schede, terwijl de Heilige Profeet(sa) de nacht doorbracht met gebeden aan God.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Ali(ra) eens aan enkele mensen vroeg wie de dapperste onder de moslims was. Ze antwoordden dat het Hazrat Ali(ra) was. Echter, Hazrat Ali(ra) zei dat het Hazrat Abu Bakr(ra) was, want op de dag van Badr, toen werd besloten wie de Heilige Profeet(sa) zou bewaken, stond Hazrat Abu Bakr(ra) ondanks het gevaar bij de Heilige Profeet ( sa) met zijn zwaard uit de schede. Zodat iedereen die bij de Heilige Profeet(sa) wilde komen eerst door hem heen zou moeten.

De steun van Allah de Almachtige aangezien de moslims enorm in de minderheid waren.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen de Heilige Profeet (sa) zag dat de vijand in veel grotere getalen waren dan de moslims, hij zich in de richting van de Ka’bah keerde en begon te bidden, zeggende dat als God ervoor zou zorgen dat de moslims verslagen zouden worden, zou er niemand meer op aarde zijn om Hem te aanbidden. Terwijl de Heilige Profeet (sa) aan het bidden was, viel zijn mantel en Hazrat Abu Bakr (ra) legde hem terug op zijn schouders, zeggende dat God zeker Zijn belofte zou vervullen. Toen werd het volgende vers geopenbaard aan de Heilige Profeet (sa):

“Toen u de hulp van uw Heer smeekte, en Hij u antwoordde, zeggende: ‘Ik zal u helpen met duizend engelen die elkaar volgen’.” (8:10)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat God het toen liet regenen, wat op zijn beurt de grond onder de Mekkanen zachter maakte en de Mekkanen hun houvast verloren, terwijl de moslims standvastig bleven. Zo manifesteerde God Zijn goddelijke hulp, en al die tijd bleef de Heilige Profeet (sa) bidden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (sa) later uit de tent kwam en de moslims aanmoedigde. De Heilige Profeet(sa) vocht ook moedig in de strijd, terwijl Hazrat Abu Bakr(ra) moedig naast hem mee vocht. Eens, op een later tijdstip, vertelde de zoon van Hazrat Abu Bakr(ra), die de islam niet had aanvaard ten tijde van de strijd, zijn vader dat hij zich achter een rots had verstopt en zijn vader had kunnen aanvallen, maar dat deed hij niet. Hazrat Abu Bakr(ra) zei dat hij ter wille van de Heilige Profeet (sa) niet zou hebben teruggehouden, maar omdat God had verordend dat zijn zoon later de islam zou accepteren, redde Hij hem.

Behandeling van krijgsgevangenen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (sa) na zijn terugkeer naar Medina overlegde over wat er gedaan moest worden met de krijgsgevangenen. Over het algemeen was het gebruikelijk voor Arabieren om dergelijke gevangenen te doden, maar dit viel de Heilige Profeet (sa) niet goed, en een dergelijk gebod was in dit opzicht niet geopenbaard. Hazrat Abu Bakr(ra) suggereerde dat ze zouden worden vrijgelaten na boetedoening, want het zou kunnen zijn dat sommigen van hen later de islam zouden accepteren. Hazrat Umar (ra) was het hier niet mee eens en zei dat die mensen misdaden hadden begaan die hun einde rechtvaardigden. Vanwege zijn vriendelijke aard gaf de Heilige Profeet (sa) echter de voorkeur aan het advies van Hazrat Abu Bakr (ra), en later steunde het goddelijke bevel ook deze beslissing.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Abu Bakr(ra) en andere metgezellen eens, terwijl ze in Medina waren, ziek werden. Hazrat A’ishah (ra) zou haar vader gaan bezoeken, die zei dat de dood dichter bij een persoon is dan de veters aan zijn schoenen. Toen de Heilige Profeet(sa) dit vernam, bad hij dat moge Allah Medina net zo dierbaar voor hen maken als Mekka, en moge Hij de ziekte die zich had verspreid verwijderen.

Ondersteuning en eed van de moslims aan de Heilige Profeet (sa) tijdens de slag om Uhud

Zijne Heiligheid (aba) zei met betrekking tot de slag van Uhud, dat toen de Heilige Profeet (sa) hoorde van het complot van de Mekkanen om Medina aan te vallen, hij met de metgezellen overlegde of ze in Medina moesten blijven of eropuit zouden gaan om de vijand te bestrijden. Sommigen stelden voor om in Medina te blijven en van daaruit te verdedigen, en de Heilige Profeet (sa) steunde aanvankelijk deze mening. Anderen stonden er echter op dat ze buiten Medina moesten gaan om de vijand te bestrijden. Toen de Heilige Profeet (sa) hun passie zag, nam hij een beslissing volgens hun advies, en instrueerde hij dat ze zich op open terreinen tegen de vijand zouden verdedigen. Later hadden degenen die erop hadden gestaan ​​er spijt van dat ze zo hadden aangedrongen, en toen de Heilige Profeet (sa) terugkeerde met zijn wapenrusting aan, betuigden ze hun spijt en zeiden dat ze zouden doen wat de Heilige Profeet (sa) besloot. De Heilige Profeet (sa) zei dat het een profeet niet betaamde om zijn wapenrusting te verwijderen nadat hij het had aangetrokken, en dat ze zouden doorgaan.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat tijdens de strijd de Heilige Profeet (sa) een eed aflegde van bepaalde metgezellen dat ze zelfs tot hun dood zouden vechten als het moest. Dus vochten deze metgezellen moedig om de Heilige Profeet (sa) te verdedigen, onder wie Hazrat Abu Bakr (ra). Het was ook in deze tijd dat Hazrat Talhah(ra) zijn hand offerde, zodat geen pijl de Heilige Profeet(sa) kon bereiken.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het ook tijdens de slag van Uhud was dat enkele tanden van de Heilige Profeet (sa) waren gebroken. Toen Hazrat Abu Bakr(ra) zich naar de Heilige Profeet (sa) haastte, zag hij dat hij ook bloedde en dat de ringen van zijn wapenrusting in zijn gezegende gezicht waren blijven steken, maar de Heilige Profeet (sa) zei dat ze eerst moesten zorgen voor Hazrat Talhah(ra) die ook gewond was.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Abu Sufyan, die het Mekkaanse leger leidde, verkondigde dat ze de Heilige Profeet (sa) hadden gedood, maar de Heilige Profeet (sa) instrueerde de moslims om niets te zeggen. Hij zei ook hetzelfde over Hazrat Abu Bakr(ra) en Hazrat Umar(ra), maar de Heilige Profeet(sa) instrueerde hen om te zwijgen. Hierop begonnen de Mekkanen een van hun afgoden te verheerlijken. Toen hij dit hoorde, keek de Heilige Profeet (sa) naar de metgezellen en vroeg waarom ze niet reageerden, en instrueerde hen om Allah te verheerlijken.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij deze incidenten in toekomstige preken zou blijven benadrukken.

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 14 January 2022 | gehouden in Masjid Mubarak, Islamabad, Tilford, VK

Feature image

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij zou doorgaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Abu Bakr (ra).

Suraqah bin Malik achtervolgt de Heilige Profeet (sa)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Mekkanen een beloning hadden uitgezet voor degenen die de Heilige Profeet (sa) en Hazrat Abu Bakr (ra) konden pakken. Dus mensen zoals Suraqah probeerden de Heilige Profeet (sa) gevangen te nemen terwijl hij en Hazrat Abu Bakr (ra) aan het migreren waren, maar God stelde hem niet in staat om dit te doen. Daarom verzocht hij de Heilige Profeet (sa) om veiligheid toen de Heilige Profeet (sa) aan de macht kwam. De Heilige Profeet (sa) voorspelde toen Suraqah dat hij op een dag de armbanden van Chosroes zou dragen. Later, tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra), toen Chosroes werd omvergeworpen, riep Hazrat Umar (ra) Suraqah bij hem en gaf hem Chosroes’ armbanden, waarmee de profetie van de Heilige Profeet (sa) werd vervuld.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen Suraqah terugkeerde van zijn ontmoeting met de Heilige Profeet (sa), hij een andere Mekkaanse karavaan tegenkwam die ook op zoek was naar de Heilige Profeet (sa). Toen Suraqah met hen sprak, zei hij niets over de verblijfplaats van de Heilige Profeet (sa). Hij overtuigde hen om hun zoektocht te beëindigen en terug te keren.

Een incident bij Umm Ma’bad

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (sa) en Hazrat Abu Bakr (ra) tijdens de migratie langs de tent van een vrouw genaamd Umm Ma’bad kwamen en vroegen of ze voedsel, vlees of dadels van haar konden kopen, maar ze had niets omdat haar mensen tijden van ontbering en hongersnood doormaakten. De Heilige Profeet (sa) zag een geit in een hoek van de tent en vroeg ernaar. Umm Ma’bad zei dat deze geit extreem zwak was, zo zwak dat ze geen melk kon produceren. De Heilige Profeet(sa) vroeg of hij kon proberen te melken. Dus de Heilige Profeet (sa) bad en melkte toen de geit, waardoor vervolgens de hele groep haar melk kon drinken. De Heilige Profeet (sa) gaf Umm Ma’bad de melk en ze dronk naar genoegen, waarna de Heilige Profeet (sa) zelf wat dronk. Hij liet toen een emmer melk achter bij Umm Ma’bad, kocht de geit van haar en vervolgde zijn reis.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat later, in hun zoektocht naar de Heilige Profeet (sa), mensen naar Umm Ma’bad gingen en vroegen of ze wist waar de Heilige Profeet (sa) was. Ze weigerde hen iets te vertellen, en terwijl ze doordrongen en agressief werden, zei Umm Ma’bad dapper dat als ze niet weggingen, ze haar stamgenoten zou oproepen om hen aan te vallen. Vervolgens vertrokken de Mekkanen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (sa) onderweg Hazrat Zubair (ra) ontmoette die terugkeerde met een handelskaravaan uit Syrië. Hazrat Zubair (ra) gaf witte kleren aan zowel de Heilige Profeet (sa) als Hazrat Abu Bakr (ra).

Zijne Heiligheid (aba) zei dat ze tijdens deze reis verschillende handelskaravanen, die Hazrat Abu Bakr (ra) herkenden omdat hij ook een zakenman was, hebben ontmoet, maar ze herkenden de Heilige Profeet (sa) niet. Als ze vroegen wie hij was, antwoordde Hazrat Abu Bakr (ra) dat deze persoon zijn gids was.

Aankomst in Quba’ tijdens de migratie

Zijne Heiligheid (aba) zei dat ze na acht dagen reizen Quba’, twee tot drie mijl van Medina, bereikten op een maandag. De mensen van Medina hadden gehoord over het vertrek van de Heilige Profeet (sa) uit Mekka en hadden op zijn aankomst gewacht. Op een dag zag een Joodse man, die op een heuvel stond, de Heilige Profeet (sa) en Hazrat Abu Bakr (ra) naderen en kondigde aan de moslims aan dat hun leider was aangekomen. De moslims renden naar buiten om hen te ontmoeten. Toen ze dichterbij kwamen, stond Hazrat Abu Bakr (ra) op terwijl de Heilige Profeet (sa) rustig zat. Sommige mensen van Medina die de Heilige Profeet (sa) nog niet hadden gezien, benaderden eerst Hazrat Abu Bakr (ra) en begonnen hem te begroeten. Op dat moment nam Hazrat Abu Bakr (ra) zijn mantel en schermde de Heilige Profeet (sa) af van de zon, waarop de mensen beseften dat dit de Heilige Profeet (sa) was.

Fundament gelegd voor de Quba’-moskee en eerste vrijdaggebed

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het is overgeleverd dat de Heilige Profeet (sa) ongeveer tien nachten in Quba’ verbleef. Tijdens dit verblijf legde de Heilige Profeet (sa) de fundering van een moskee, bekend als de Moskee van Quba’. De Heilige Profeet (sa) zei dat het fundament van deze moskee was gebaseerd op gerechtigheid.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (sa) na zijn verblijf in Quba’ naar Medina vertrok. Onderweg was de Heilige Profeet (sa) in de vallei van Banu Salim bin Auf toen het tijd werd voor het vrijdaggebed. Zo verrichtte de Heilige Profeet (sa) het vrijdaggebed in de moskee van de vallei van Ranunah samen met 100 moslims. Deze moskee werd bekend als de moskee van het vrijdaggebed, omdat dit het eerste vrijdaggebed was dat door de Heilige Profeet (sa) in Medina werd verricht. Zijne Heiligheid (aba) verduidelijkte dat deze moskee pas later formeel zou zijn opgericht.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat na het verrichten van het vrijdaggebed, de Heilige Profeet (sa) verder ging richting Medina, rijdend op zijn kameel met Hazrat Abu Bakr (ra) achterop.

Vreugde als de Heilige Profeet (sa) aankomt in Medina

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Buraidah een van de mensen was die werd verleid door de beloning die door de Mekkanen was vastgesteld voor de gevangenneming van de Heilige Profeet (sa). Zo vertrok hij met 70 man uit Banu Sahm. Toen ze de Heilige Profeet (sa) tegenkwamen, vroeg hij hem wie hij was en waar hij vandaan kwam en Buraidah antwoordde hem. Toen Buraidah hem vroeg wie hij was, antwoordde de Heilige Profeet (sa) dat hij Mohammed (sa) bin Abdullah was, de Profeet van Allah. Hierop accepteerde Buraidah de Islam, samen met al degenen die bij hem waren. De volgende dag zei hij dat de Heilige Profeet (sa) Medina moest binnenkomen met een vlag. Dus deed hij zijn tulband af, bond hem aan zijn speer en liep voor de Heilige Profeet (sa) uit toen hij Medina binnenging.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (sa) samen met zijn karavaan van moslims zijn weg vervolgde naar de stad Medina. Wanneer de Heilige Profeet (sa) langs de huizen van mensen liep, boden ze hun huizen aan voor hem om in te verblijven, en de Heilige Profeet (sa) bad voor hen. Vrouwen en kinderen stonden op de daken van hun huizen en zongen welkomstwoorden voor de Heilige Profeet (sa). De Heilige Profeet (sa) bereikte de mensen van Banu Najjar, die in formatie stonden en hun wapenrusting droegen om de Heilige Profeet (sa) te verwelkomen, en de vrouwen van Banu Najjar zongen gedichten van dank en lof.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (sa) na een paar dagen Hazrat Zaid (ra) naar Mekka stuurde om de rest van de spullen van de Heilige Profeet (sa) naar Medina te brengen. De Heilige Profeet (sa) had wat land gekocht in Medina, waarop hij eerst de basis legde voor een moskee, en later begon huizen te bouwen voor zichzelf en zijn metgezellen. Hazrat Abu Bakr (ra) verbleef op een plaats in de omgeving van Medina genaamd Sun’a, die drie kilometer van de stad Medina verwijderd was.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij in toekomstige preken door zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Abu Bakr(ra).

Uitvaart gebeden

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij enkele overleden leden van de Gemeenschap zou vermelden.

Chaudhary Asghar Ali Kilaar die een gevangene is geweest op de weg van Allah. Hij stierf op 10 januari terwijl hij nog gevangen zat. Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij dus als een martelaar wordt beschouwd. Hij werd op 24 september 2021 in Bahawalpur in hechtenis genomen nadat een zaak op grond van de blasfemiewetten van Pakistan tegen hem was aangespannen. Zijn gezondheid verslechterde tijdens zijn gevangenschap, waardoor hij op 4 januari naar het ziekenhuis werd gebracht, waar hij later op 70-jarige leeftijd overleed, na een gevangenisstraf van 3 maanden en 15 dagen. Hij had op 11 januari een hoorzitting voor een borgtocht, maar stierf vóór die datum. Hij accepteerde Ahmadiyyat toen hij een student was en was de enige persoon van zijn familie die dat deed. Zijn familie stopte met hem financieel te ondersteunen, waardoor hij kinderen bijles gaf om zijn opleiding te betalen. Hij bezat een grote liefde voor het Khilafat en respecteerde toegewijden voor het leven. Hij was gepassioneerd om mensen tot Allah te roepen, en door zijn inspanningen kwamen veel mensen in de kudde van Ahmadiyyat. Hij was regelmatig in het verrichten van gebeden en vasten, hij hielp de armen en behoeftigen en was vriendelijk voor zijn familie ondanks hun tegenstand. In de gevangenis zag hij drie dromen waarin God hem vredesgroeten bracht. Hij heeft de Gemeenschap in verschillende hoedanigheden gediend. Hij laat zijn vrouw, twee zonen en een dochter achter. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem met vergeving en genade zou behandelen en zijn positie zou verhogen en zijn familie geduld zou schenken. Zijne Heiligheid (aba) zei te bidden voor alle andere gevangenen op de weg van Allah.

Mirza Mumtaz Ahmad een werker van Wakalat-e-Ulya Rabwah. Hij heeft lange tijd de Gemeenschap gediend. Hij laat zijn vrouw, twee zonen en een dochter achter. Hij bezat vele goede kwaliteiten en was toegewijd aan zijn werk. Nadat hij zijn eigen werk had voltooid, hielp hij bij het werk van anderen. Ondanks dat hij een ervaren werker was, was hij erg nederig, geduldig en tevreden. Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij zag dat hij een stil persoon was met een kleine vriendenkring, en dat hij alleen naar werk en vervolgens naar huis ging. Hij was een zeer harde werker. Moge Allah hem met vergeving en genade behandelen en zijn kinderen in staat stellen zijn deugden voort te zetten.

Kolonel Dr. Abdul Khaliq, een voormalig beheerder van het Fazl-e-Umar Hospital. Hij wordt overleefd door twee zonen en twee dochters. Toen Pakistan Ahmadi’s als niet-moslims verklaarde, nam hij ontslag bij zijn regeringsbaan en wijdde hij zijn diensten aan het Nusrat Jahan project. Hij werd naar Sierra Leone gestuurd waar hij drie jaar diende. Hij diende ook in Samarkand, waar hij veel mensen hielp en de boodschap van Ahmadiyyat verspreidde. Hij werd door de vierde Kalief aangesteld als beheerder van het Fazl-e-Umar ziekenhuis, een functie die hij ongeveer tien jaar bekleedde. Hij had een diepe liefde voor de Heilige Koran en reciteerde die altijd. Hij nam alle beslissingen in overeenstemming met de leer van de Heilige Koran. Hij verrichtte regelmatig tahajjud [vrijwillige gebeden vóór het ochtendgloren] en had een grote liefde voor het Khilafat. Hij bezat vele grote kwaliteiten. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem met vergeving en genade zal behandelen en zijn kinderen in staat zal stellen zijn deugden voort te zetten.