Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 07 January 2022 | gehouden in Masjid Mubarak, Islamabad, Tilford, VK

Feature image

Gods genoegen zoeken door financiële opofferingen en aankondiging van het 65e jaar van Waqf-e-Jadid.

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, reciteerde Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) het volgende vers:

‘En de gelijkenis van degenen, die hun rijkdommen weggeven, Allah’s welbehagen zoekende en hun ziel versterkende, is als een tuin op hooggelegen grond, die bij regen tweevoudig vruchten voortbrengt. En als er geen regen op valt, dan is dauw voldoende. Allah ziet, wat gij doet.’ [Heilige Koran 2:266]

Zijne Heiligheid (aba) zei dat God de Almachtige in dit vers de gelovigen noemt die geld besteden in de weg van Allah, om hiermee Zijn genoegen te verkrijgen. Zo versterken ze ook hun gemeenschap en missie. Zijne Heiligheid (aba) zei dat in dit tijdperk de Beloofde Messias(as) de taak had om de ware boodschap van de islam in de wereld te verspreiden, en dezelfde verantwoordelijkheid ligt bij zijn volgelingen. Daarom moet iedereen bereid zijn zijn leven, rijkdom en eer op te offeren voor deze missie. Dit is zeker een ware weerspiegeling van iemands geloof.

Het genoegen van God bereiken door financiële offers.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat ware gelovigen hun rijkdommen uitgeven ter wille van God en het verspreiden van zijn missie. Ze doen dit niet om indruk op anderen te maken, maar om het genoegen van God te verwerven, hun eigen geloof te versterken en de gemeenschap te helpen versterken. Mensen die zulke offers brengen, proberen de hoogste normen te bereiken, waardoor God hun inspanningen accepteert en Zijn zegeningen aan hen schenkt. God kent de toestand van ieders hart; Het maakt hem niet uit of het financiële offer groot of klein is, hij kijkt eerder naar iemands bedoelingen.

Het belang van iemands bedoelingen bij het brengen van offers.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat God degenen die financiële offers brengen heeft vergeleken met zware regen of lichte regen, wat inhoudt dat degenen die rijk zijn in staat zijn om grote bedragen te geven, terwijl degenen die niet zoveel rijkdom bezitten minder zullen geven. Beide zijn echter gunstig voor de groei van fruit, want uiteindelijk is het Allah die ervoor zorgt dat fruit groeit, en Hij ziet iemands bedoelingen, die Hij alleen vruchtbaar kan maken. Daarom moet alles wat we doen in het belang van God zijn.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat in de tijd van de Beloofde Messias(as) veel van zijn metgezellen niet erg rijk waren, maar toch vooropliepen bij het brengen van financiële offers. Zijne Heiligheid (aba) zei dat dezelfde passie en toewijding vandaag de dag wordt gezien in de gemeenschap van de Beloofde Messias (as). Zulke voorbeelden zijn zelfs te vinden bij nieuwe bekeerlingen, die nog niet zoveel kennis van het geloof hebben verworven als anderen, maar toch ver gevorderd zijn in hun niveau van toewijding. Even zo is de huidige gemeenschap zo loyaal en trouw aan het Khilafat, dat, zoals de Beloofde Messias(as) heeft verklaard, zelfs tegenstanders verbaasd zijn over dit niveau van toewijding.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat in een tijd waarin de mensen doordrenkt zijn van wereldsgezindheid, deze mensen met elkaar wedijveren in financiële offers, alleen omwille van Allah.

Prachtige voorbeelden van Ahmadi-moslims die financiële offers brengen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij enkele voorbeelden zou geven van hoe mensen hun geloof en zekerheid uitdrukken door financiële offers, en hoe Allah de Almachtige als resultaat Zijn zegeningen schenkt.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er een afgelegen gebied in Sierra Leone is, waar de plaatselijke missionaris een pleidooi hield voor financiële opoffering. De imam van de moskee daar zei dat ze hun doel niet zouden kunnen bereiken. De plaatselijke missionaris leidde hen allemaal in stil gebed en ging toen naar het missiehuis. Voordat hij het missiehuis bereikte, belde de plaatselijke imam hem en zei dat hij hem zou komen ontmoeten. Toen hij aankwam, legde hij uit dat na het stille gebed een van zijn familieleden naar hem toe kwam en hem 100.000 Leones gaf. Hij verheerlijkte onmiddellijk Allah en zei dat ze hun belofte voor Waqf-e-Jadid niet konden vervullen, en zodra ze hadden gebeden, kwam deze persoon en bood dit grote bedrag aan.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat dergelijke voorbeelden ook bij vrouwen worden gevonden. Zijne Heiligheid (aba) zei dat er een vrouw in Tsjaad was, die 70.000 frank had toegezegd voor Waqf-e-Jadid, maar ze was niet in staat om het geld te regelen om de belofte na te komen. Zo verkocht ze een kameel die ze had voor 170.000 frank. Ze gebruikte dit om haar belofte na te komen, maar ze hield het resterende bedrag niet voor zichzelf, maar presenteerde dat ook als financiële bijdrage.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat soortgelijke voorbeelden ook onder de jeugd worden gevonden. Zijne Heiligheid (aba) zei dat Belize een plaats in Midden-Amerika is, wat vrij ver is, en dat de Khalifa daar nooit is geweest. Het zijn allemaal nieuwe bekeerlingen, maar hun mentaliteit van toewijding is precies hetzelfde (als die van geboren Ahmadies). Daar werd een 14-jarige jongen die had gedoneerd voor Tehrik-e-Jadid in de vrijdagpreek genoemd door Zijne Heiligheid. Veel mensen feliciteerden hem, en iemand gaf hem zelfs een beloning van $ 200. Veel kinderen zouden zo’n bedrag nemen en zelf spelletjes kopen. Deze jonge jongen zei echter dat hij $ 30 nodig had om zijn socialezekerheidskaart te laten maken, en dat hij de resterende $ 170 als financiële bijdrage zou geven. Hij komt uit een arm gezin en werd verzocht het bedrag voor zichzelf te houden. Hij was echter resoluut in zijn besluit. Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit een voorbeeld is van het voorrang geven aan het geloof over de hele wereld. Hij bad dat Allah deze mentaliteit in de jonge jongen mocht behouden en hem zou redden van de invloeden van wereldsgezindheid.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat dergelijke voorbeelden te vinden zijn in de armste landen. Mensen kunnen op zulke mensen neerkijken omdat ze niet goed opgeleid zijn, maar in feite hebben deze mensen meer kennis van het geloof dan de meest geleerde mensen. Zijne Heiligheid(aba) zei dat de missionaris in Guinee-Conakry een preek hield over het belang van financiële opoffering waarin hij ook verschillende citaten van Zijne Heiligheid(aba) presenteerde. Aan het einde van de preek nam een ​​persoon die heel arm maar zeer oprecht was 218.500 Franken uit zijn zak en bood het aan voor Waqf-e-Jadid. Toen de missionaris hem vroeg waarom hij zo’n groot bedrag gaf, zei hij dat hij enorm onder de indruk was van de woorden van Zijne Heiligheid (aba), dat het hart niet van twee dingen tegelijk kan houden; men moet ofwel van God houden, ofwel van rijkdom houden. Hij zei dat hij niet al zijn bezitten van zijn huis kon geven zoals Hazrat Abu Bakr(ra) deed, maar hij kon tenminste geven wat er in zijn zak zat. Hij legde ook uit dat sinds hij financiële offers begon te brengen, hij merkte dat God zijn geloof en zekerheid had versterkt.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat mensen in ontwikkelde landen ook dezelfde geest van opoffering hebben. Een missionaris in Duitsland moedigde de leden aan om meer financiële offers te brengen. Een Duitse vrouw die zich geruime tijd geleden tot Ahmadiyyat had bekeerd, overhandigde 19.000 euro. Ze zei dat hoewel ze dit bedrag spaarde om een ​​auto te kopen, ze zei dat ze veel liever het genoegen van Allah de Almachtige zou bereiken.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat een persoon uit het VK een brief van de gemeente had ontvangen waarin hem werd meegedeeld dat hij nog openstaande rekening had. Hij had ook een telefoontje gekregen over de betaling van zijn belofte voor Waqf-e-Jadid. Hij besloot dat hij eerst zijn belofte voor Waqf-e-Jadid zou betalen. De volgende dag ontving hij nog een brief van de gemeente, waarin hij uitlegde dat ze zich hadden vergist, en in plaats van dat hij hun geld schuldig was, realiseerden ze zich dat ze in feite hem geld schuldig waren, en stuurden hem een ​​bedrag dat tien keer meer was dan het bedrag dat hij had geboden voor Waqf-e-Jadid.

Verschillende prestaties van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in 2021.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat in het licht van het noemen van financiële offers ter wille van de verspreiding van het geloof, hij zou willen vermelden dat God het afgelopen jaar de wereldwijde gemeenschap in staat heeft gesteld om 187 moskeeën te stichten, afgezien van 105 moskeeën die momenteel onder constructie staan in Afrika. Evenzo werden 144 missiehuizen opgericht, waarvan vele in Afrika, terwijl er momenteel 45 in aanbouw zijn. Waar missiehuizen niet kunnen worden gebouwd, worden gebouwen op huur gekocht; als zodanig zijn er 731 missiehuizen en missionaris woningen die in Afrika op huur zijn aangekocht. Er zijn 632 missiehuizen te huur in andere Aziatische landen. Zijne Heiligheid (aba) vermeldde dat over het algemeen het grootste deel van het bedrag dat voor Waqf-e-Jadid wordt ingezameld, wordt uitgegeven in de Afrikaanse landen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het bouwen van moskeeën niet gemakkelijk is, omdat onze gemeenschap veel tegenstand ondervindt. Maar omdat onze gemeenschap deze dingen doet ter wille van de Almachtige God, schenkt Hij ook Zijn hulp. Zo werd er in Congo-Kinshasa een moskee gebouwd. Daar zorgden de soennitische moslims voor veel problemen en probeerden ze de bouw van deze moskee te belemmeren, en toen hun pogingen faalden, begonnen ze met de dood te dreigen. Desondanks ging de bouw van de moskee door. Op een dag kwam een ​​christelijke professor van de plaatselijke universiteit en begon de Ahmadi’s te helpen bij het bouwen van de moskee. Dus waar er mensen waren die de bouw van de moskee probeerden te belemmeren, voorzag God anderen om te helpen bij de voltooiing ervan.

Dit waren slechts enkele voorbeelden van de voorbeelden die door Zijne Heiligheid (aba) werden gepresenteerd.

Verslag van 2021 & aankondiging van het 65e jaar van Waqf-e-Jadid

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij het rapport van de voorgaande jaar voor Waqf-e-Jadid zou presenteren. Door de genade van Allah de Almachtige kwam het 64e jaar van Waqf-e-Jadid tot een einde en is het nieuwe jaar van Waqf-e-Jadid begonnen. In het afgelopen jaar bedroeg de totale collectie ongeveer 11,2 miljoen pond. Dit is een stijging van 742.000 ten opzichte van het jaar ervoor. In het licht van de omstandigheden in de wereld is dit een geweldige prestatie.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat wat betreft de totale collectie, het VK op de eerste plaats stond, gevolgd door Duitsland, Canada, de VS, India, Australië, Indonesië, een land uit de midden oosten, Ghana en België. 

Zijne Heiligheid (aba) presenteerde de rapporten en posities van een aantal landen.

Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah de Almachtige degenen zegent die meedoen aan de financiële opofferingen.

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 31 December 2021 | gehouden in Masjid Mubarak, Islamabad, Tilford, VK

Feature image

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, reciteerde Zijne Heiligheid Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba):

“Als gij hem (de profeet) niet helpt, voorzeker Allah hielp hem, toen de ongelovigen hem verdreven – toen hij één van de twee was – en zij beiden in de grot waren en hij tot zijn metgezel zeide: “Treur niet want Allah is met ons.” Toen zond Allah Zijn vrede op hem neder en versterkte hem met scharen (van engelen) die gij niet zaagt en vernederde het woord van de ongelovigen en Allah’s woord is het allerhoogste. En Allah is Almachtig, Alwijs.” (9:40)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij zou doorgaan met het vertellen over incidenten met betrekking tot de reis van Hazrat Abu Bakr (ra) naar de Grot van Thaur. De bovenstaande verzen werden geopenbaard door God de Almachtige met betrekking tot dit incident.

Treur niet, want Allah is met ons

Zijne Heiligheid (aba) zei dat terwijl de ongelovigen bij de grot stonden, Hazrat Abu Bakr (ra) zich zorgen maakte dat ze de Heilige Profeet (sa) zouden vinden. Toen de Heilige Profeet (sa) zijn bezorgdheid zag, stelde hij hem gerust: “treur niet, want Allah is met ons”. De spoorzoeker zei dat de Heilige Profeet (sa) dat punt niet had kunnen passeren en dat ze in de grot moesten kijken. Echter, Umayyah bin Khalaf zei dat het web en de boom die zich bij de ingang van de grot bevonden, daar leken te zijn geweest vóór de tijd van de Heilige Profeet (sa), dus hoe kon hij binnen zijn? Dus besloten ze niet in de grot te kijken en vertrokken.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat volgens een andere overlevering, toen Hazrat Abu Bakr (ra) zijn bezorgdheid uitte aan de Heilige Profeet (sa), hij antwoordde: “We zijn niet alleen, want God is de derde onder ons”. Zijne Heiligheid (aba) citeerde Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad (ra), die zei dat zelfs in een situatie waarin de vijand zich vlak buiten de grot bevond, dat als ze naar binnen keken, ze hen zouden hebben gevonden, de Heilige Profeet (sa) alle vertrouwen had in God. Zijn vertrouwen in God was zo sterk dat het ook de zorgen van Hazrat Abu Bakr (ra) wegnam.

De onfeilbare loyaliteit van Hazrat Abu Bakr (ra)

Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias (as) die zei dat het tijdens deze moeilijke tijd was dat Hazrat Abu Bakr (ra) echt zijn loyaliteit en vertrouwen toonde. De ongelovigen waren vastberaden om de Heilige Profeet (sa) te doden, maar zonder enige acht te slaan op wat er zou kunnen komen, bleef hij standvastig aan de zijde van de Heilige Profeet (sa). Bovendien koos de Heilige Profeet (sa) uit de metgezellen van die tijd Hazrat Abu Bakr (ra) om hem tijdens deze moeilijke tijd te vergezellen. Dit werd gedaan door middel van goddelijke kennis die door God de Almachtige aan de Heilige Profeet (sa) werd geschonken, hem informerend dat Hazrat Abu Bakr (ra) de beste persoon was om hem te vergezellen.

Zijne Heiligheid (aba) citeerde verder de Beloofde Messias (as) die zei dat terwijl de ongelovigen buiten de grot aan het praten waren, de Heilige Profeet (sa) Hazrat Abu Bakr (ra) geruststelde. Hij deed dit echter niet alleen door middel van aanwijzingen en gebaren, zodat de buitenstaanders hem niet konden horen, maar zijn vertrouwen in God was zo groot, dat de twee in de grot met elkaar in gesprek waren, wetende dat God hen zou beschermen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat volgens het plan de zoon van Hazrat Abu Bakr (ra) de Grot van Thaur zou bezoeken en nieuws uit Mekka zou brengen. Daarna zou hij in het geheim terugkeren naar Mekka, en zijn sporen zouden worden uitgewist door Amir bin Fuhairah en zijn kudde schapen. De Heilige Profeet (sa) en Hazrat Abu Bakr(ra) bleven drie dagen in de grot.

Premie gezet op de Heilige Profeet (sa)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Mekkanen niet succesvol waren in hun zoektocht naar de Heilige Profeet (sa), en daarom kondigden ze een premie van honderd kamelen aan voor degene die de Heilige Profeet(sa) naar hen zou brengen, dood of levend.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat na drie dagen, zoals gepland, Abdullah bin Uraiqit drie kamelen naar de grot bracht, en ze vertrokken ‘s nachts naar Medina. Zijne Heiligheid (aba) heeft verschillende meningen van geleerden overgeleverd met betrekking tot de datum waarop zij vanuit de grot naar Medina vertrokken.

Voortzetting van de reis naar Medina

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet  (sa) reed op een kameel genaamd al-Qaswa. Toen ze vertrokken, keek de Heilige Profeet (sa) in de richting van Mekka en zei: “O Mekka, je bent me het meest dierbaar, maar je mensen staan me niet toe hier te blijven”. Toen zei Hazrat Abu Bakr (ra): “Deze mensen zullen zeker ten onder gaan omdat ze hun profeet hebben verdreven.”

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen ze een plaats genaamd Juhfa bereikten, God het volgende vers openbaarde:

Voorwaar, Hij, Die de verkondiging van de Koran u oplegde, zal u tot de plaats van terugkeer brengen. Zeg: “Mijn Heer weet het beste wie de ware leiding heeft gebracht en wie op een openlijk dwaalspoor is.” (28:86)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat ze de hele nacht reisden, en de volgende dag, in de middag, stopten ze in de schaduw, toen Hazrat Abu Bakr (ra) de Heilige Profeet (sa) verzocht om te rusten, en dus ging hij liggen. Hazrat Abu Bakr (ra) was in staat om wat melk te halen voor de Heilige Profeet (sa).

Mekkanen gedwarsboomd in hun pogingen om de Heilige Profeet (sa) gevangen te nemen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat door de premie op het hoofd van de Heilige Profeet (sa), veel Mekkanen naar hem op zoek waren. Een van deze mensen was Suraqah bin Malik. Hij reed snel naar de Heilige Profeet (sa), maar onderweg viel zijn paard. Hierna trok hij een lot en het zat hem tegen. Het kon hem niet schelen en hij bleef rijden. Hij was in staat om zo dicht bij de Heilige Profeet (sa) te komen, dat hij iets kon horen dat de Heilige Profeet (sa) aan het reciteren was. Toen hij echter dichterbij kwam, zonken de benen van zijn paard in het zand en kon het er niet meer uit. Hij trok weer het lot en het zat hem weer tegen en het resultaat was het mislukken van zijn missie. Dus riep hij naar de Heilige Profeet (sa) en zei dat hij hen geen kwaad zou doen. Hoewel hij eropuit was gegaan om de Heilige Profeet (sa) gevangen te nemen, gaf hij het op en nam wat er was gebeurd als een teken. Hij legde uit dat hij alleen achter hen aan was gekomen vanwege de premie. De Heilige Profeet (sa) zei dat hij niemand zou moeten vertellen over hun verblijfplaats.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij in toekomstige preken door zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Abu Bakr (ra).

Gebeden voor het nieuwe jaar

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het nieuwe jaar morgen begint. Hij bad dat Allah dit nieuwe jaar gezegend mag maken voor de Gemeenschap en haar leden. Moge de Gemeenschap bewaard blijven van alle kwaad en mogen alle samenzweringen tegen deze Gemeenschap worden verijdeld. Mogen wij tot degenen behoren die getuige zijn van de vervulling van de belofte die God aan de Beloofde Messias (as) heeft gedaan. Zijne Heiligheid (aba) zei dat we het nieuwe jaar met gebeden moeten ingaan. Tahajjud [vrijwillige gebeden vóór het breken van de dageraad] moeten worden aangeboden, en veel moskeeën regelen dit. Degenen die nog geen plannen hebben gemaakt, moeten dat doen. Als het niet mogelijk de Tahajjud-gebed samen te verrichten, dan moeten mensen Tahajjud individueel thuis aanbieden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat samen met Durood Sharif [begroeting aan de Heilige Profeet  (sa)] en Istighfar [vergiffenis zoeken], de volgende gebeden moeten worden gereciteerd:

“Onze Heer, laat ons hart niet afdwalen nadat Gij ons hebt geleid en schenk ons Uw barmhartigheid; waarlijk, Gij zijt de Milddadige.” (3:9)

“Onze Heer, vergeef ons onze zonden en de buitensporigheden in ons gedrag en maak ons standvastig en help ons tegen het ongelovige volk.” (3:148)

Begrafenisgebeden

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de Overlijdens-gebeden op afstand zou leiden van de volgende overleden leden:

Malik Farooq Ahmad Khokhar van Multan, overleden op 18 december. Hij was de zoon van Malik Umar Ali Khokhar Sahib, en zijn moeder was Syeda Nusrat Jahan Begum Sahiba, de dochter van Mir Muhammad Ishaaq Sahib. Hij diende de Gemeenschap in Multan in verschillende hoedanigheden. Hij laat zijn vrouw, een zoon en vijf dochters na. Hij was erg lief en zorgzaam. Hij was regelmatig in het verrichten van Tahajjud. Als er ooit iemand in nood was, stond hij altijd klaar om ze meteen te helpen. Hij was erg gastvrij en liefdevol. Hij werd gerespecteerd en geliefd door zijn hele familie. Zijn vader stierf toen hij jong was, waarna hij goed voor zijn hele gezin zorgde. Hij maakte deel uit van de groep tijdens de migratie van de vierde kalief (rh) van Pakistan naar Londen. Hij verleende financiële hulp aan familieleden, zelfs als ze geen Ahmadi waren. Hij hield veel van Khilafat. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem met vergeving en genade zou behandelen, en moge Hij zijn kinderen geduld schenken en hen in staat stellen te groeien in deugdzaamheid.

Rahmatullah Sahib van Indonesië. Vanaf het moment van zijn bekering tot aan zijn overlijden heeft hij grote diensten bewezen. Hij laat zijn vrouw, drie kinderen en zes kleinkinderen na. Hij zag eens de Beloofde Messias (as) in een droom, wat hem ertoe bracht Ahmadiyyat te accepteren. Ondanks bedreigingen van tegenstanders, verdedigde hij moedig Ahmadiyyat. Hij was erg gul, hij hield veel van Khilafat en was erg gehoorzaam. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem met vergeving en genade zou behandelen en zijn kinderen in staat zou stellen zijn deugden voort te zetten.

Al-Haaj Abdul Hameed Taak uit Kashmir, die op 24 december is overleden. Hij was een Musi. Hij was erg vroom, vriendelijk en geliefd bij iedereen. Hij diende de Gemeenschap in verschillende hoedanigheden. Hij speelde een cruciale rol bij de oprichting van scholen en moskeeën. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem met vergeving en genade zou behandelen en deugd in zijn nageslacht mocht vestigen.

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 24 December 2021 | gehouden in Masjid Mubarak, Islamabad, Tilford, VK

Feature image

Na het reciteren van Tashahhud, Ta`awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) dat hij zou doorgaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Abu Bakr(ra).

Zijne Heiligheid(aba) zei dat Hazrat Abu Bakr(ra) een van degenen was die de Heilige Profeet(sa) vergezelden naar Bai’at-e-Aqabah Thaniah(de tweede eed van trouw in Aqabah). Gedurende deze tijd werd Hazrat Abu Bakr(ra) samen met Hazrat Ali(ra) aangesteld om de wacht te houden.

De Heilige Profeet(sa) vergezellen tijdens de migratie.

Zijne Heiligheid(aba) zei dat Hazrat Abu Bakr(ra) ook de Heilige Profeet(sa) vergezelde tijdens zijn migratie naar Medina. De Mekkanen hadden de moslims ernstig vervolgd en in het licht hiervan moesten de moslims migreren. Op basis van een droom dacht de Heilige Profeet(sa) aanvankelijk dat de migratie richting Yamama zou zijn. Later werd echter duidelijk dat de migratie bedoeld was naar Yathrib, later bekend als Medina. Dus toen de inwoners van Medina de islam begonnen te accepteren, kregen de Mekkaanse moslims het advies om naar Medina te migreren. Uiteindelijk migreerde de meerderheid van de moslims van Mekka naar Medina, behalve degenen die in de Heilige Koran als volgt worden beschreven:

Met uitzondering van de zwakken onder de mannen en vrouwen en kinderen, die geen middelen tot en beschikking hebben, noch een weg kunnen vinden.” (4:99)

Zijne Heiligheid(aba) zei dat de Heilige Profeet(sa) wachtte op het bevel van God voordat hij zelf migreerde. Hazrat Abu Bakr(ra) vroeg toestemming om te migreren, waarop de Heilige Profeet(sa) antwoordde dat hij moest wachten, omdat ook hij spoedig het bevel zou kunnen ontvangen om te migreren.

Mekkaans complot om de Heilige Profeet(sa) te vermoorden.

Zijne Heiligheid(aba) zei dat tegelijkertijd de leiders van Mekka woedend waren over het feit dat moslims op de vlucht sloegen. Dus kwamen de stamhoofden bijeen om een ​​complot tegen de Heilige Profeet(sa) te maken, omdat ze niet wilden dat hij ook zou vertrekken. Ze bespraken verschillende plannen en complotten. Ten slotte werd besloten dat een man van elke stam van de Quraish een zwaard zou krijgen, en dat ze allemaal tegelijkertijd de Heilige Profeet(sa) moesten vermoorden. God informeerde de Heilige Profeet(sa) over dit complot, toen Hij zei:

“Toen smeedden de ongelovigen tegen u plannen, opdat zij u gevangen mochten nemen of doden of verbannen. En zij maakten plannen en Allah maakte plannen en Allah is het best in staat plannen te verijdelen.” (8:31)

Zijne Heiligheid(aba) zei dat na het ontvangen van goddelijke toestemming, de Heilige Profeet(sa) begon met de voorbereidingen om te migreren. De Heilige Profeet(sa) ging eerst naar het huis van Hazrat Abu Bakr(ra), en informeerde hem dat hij toestemming had gekregen om te migreren, en dat Hazrat Abu Bakr(ra) hem zou vergezellen. Hazrat Abu Bakr(ra) zei dat hij al twee kamelen voor dit doel had voorbereid, waarvan hij er één aan de Heilige Profeet(sa) zou geven. De Heilige Profeet(sa) zei dat hij de kameel alleen zou nemen nadat hij ervoor had betaald, en kocht hem dus van de Hazrat Abu Bakr(ra) voor 400 dirhams. Er werd besloten dat de eerste stop de Grot van Thaur zou zijn waar ze drie dagen zouden blijven. Ze besloten ook om iemand in dienst te nemen die een grondige kennis had van verschillende paden in de woestijnen van Arabië. Voor dit doel namen ze Abdullah bin Uraiqit in dienst, die hen over drie dagen zou ontmoeten in de Grot van Thaur.

Hazrat Ali(ra) Op de hoogte van de plannen van de Heilige Profeet(sa)

Zijne Heiligheid(aba) zei dat na het maken van dit plan en zijn terugkeer naar huis, de Heilige Profeet(sa) Hazrat Ali(ra) informeerde over zijn plan om te migreren. Hij vertrouwde Hazrat Ali(ra) de plicht toe om die nacht in zijn bed door te brengen, met dezelfde deken die hij gebruikte. De Heilige Profeet(sa) verzekerde hem dat de vijand hem geen kwaad zou doen. Hij instrueerde ook Hazrat Ali(ra) dat hij alle toevertrouwde spullen die aan de Heilige Profeet(sa) waren gegeven zou teruggeven, waarna hij zich bij hem zou aansluiten in Medina. Al die tijd waren de aanvallers in de buurt van het huis van de Heilige Profeet(sa) en wachtten op het vallen van de avond om hun aanval te beginnen. De Heilige Profeet(sa) kon Abu Jahl hem horen treiteren, en als reactie reciteerde de Heilige Profeet(sa):

“Jaa Sien. Bij de Koran, die vol van Wijsheid is, Gij zijt inderdaad één der boodschappers Op het rechte pad. Dit is een openbaring van de Almachtige, de Genadevolle. Opdat gij een volk moogt waarschuwen welks vaderen niet zijn gewaarschuwd en dat achteloos leeft. Het Woord heeft zich reeds bewaarheid ten opzichte van de meesten hunner, want zij geloven niet. Wij hebben om hun hals ijzeren banden gelegd die tot aan hun kin reiken, zodat hun hoofd omhoog geheven blijft, En Wij hebben een hinderpaal vóór hen en een hinderpaal achter hen geplaatst en Wij hebben hen gesluierd, zodat zij niet kunnen zien.” (36:2-10)

Zijne Heiligheid(aba) zei dat tegen het vallen van de avond, hoewel de aanvallers precies buiten waren en regelmatig in het huis van de Heilige Profeet(sa) keken, hij in staat was zijn huis onopgemerkt te verlaten, terwijl de ongelovigen dachten dat de man in bed de Heilige Profeet(sa) was, was het eigenlijk Hazrat Ali(ra). Toen de ochtend aanbrak, realiseerden de aanvallers zich dat hun doelwit door hun vingers was geglipt, en dat het eigenlijk Hazrat Ali(ra) was die in bed lag.

Zijne Heiligheid(aba) zei dat er verschillende overleveringen zijn met betrekking tot het tijdstip van de nacht waarop de Heilige Profeet(sa) zijn huis verliet. Sommige overleveringen zeggen dat het in het begin van de nacht was, sommigen zeggen dat het midden in de nacht was, terwijl anderen zeggen dat het in het laatste deel van de nacht was. Zijne Heiligheid(aba) zei dat volgens Hazrat Mirza Bashir Ahmad Sahib(ra), de Heilige Profeet(sa) zijn huis in het begin van de nacht verliet, omdat de ongelovigen die voor zijn huis stonden niet verwachtten dat hij zo vroeg naar buiten zou komen, daarom kon de Heilige Profeet(sa) onopgemerkt vertrekken. Zijne Heiligheid(aba) zei dat volgens de Beloofde Messias(as), de Heilige Profeet(sa) zijn huis in de zeer vroege ochtend verliet. In ieder geval was de Heilige Profeet(sa) in staat om onopgemerkt te vertrekken.

De Heilige Profeet(sa) neemt afscheid van Mekka

Zijne Heiligheid(aba) zei dat de Heilige Profeet(sa) na het verlaten van zijn huis rechtstreeks naar het huis van Hazrat Abu Bakr(ra) ging. Daar maakten de dochters van Hazrat Abu Bakr(ra) snel wat eten klaar voor hun reis. Waarna ze beiden vertrokken.

Zijne Heiligheid(aba) zei dat de Heilige Profeet(sa) tijdens deze reis van migratie het volgende bleef reciteren:

“O mijn Heer, laat mijn intrede een goede intrede en mijn uitgang een goede uitgang zijn. En schenk mij van U een gezag dat tot hulp zou kunnen strekken.” (17:81)

Zijne Heiligheid(aba) zei dat toen de Heilige Profeet(sa) de Ka’bah passeerde, hij naar Mekka keek en het aansprak, zeggende: “Bij God, van Gods land, Mekka, jij bent de liefste voor mij, en van Gods land, jij bent de liefste van God. Als uw inwoners me niet hadden gedwongen te vertrekken, zou ik nooit zijn vertrokken.”

Zijne Heiligheid(aba) zei dat terwijl ze naar de Grot van Thaur reisden, Hazrat Abu Bakr(ra) soms voor de Heilige Profeet(sa) liep, soms achter hem, soms aan zijn rechterzijde en soms aan zijn linkerzijde. De Heilige Profeet(sa) vroeg hem hierover, waarop Hazrat Abu Bakr(ra) antwoordde dat hij soms zou denken dat iemand van voren, van achteren of van een zijde zou kunnen komen, en dus zou hij proberen alle kanten te bedekken om de Heilige Profeet(sa) te beschermen.

De grot van Thaur bereiken

Zijne Heiligheid(aba) zei dat toen ze de grot bereikten, Hazrat Abu Bakr(ra) eerst naar binnen ging en het binnen gedeelte schoon te maken. Toen ging de Heilige Profeet(sa) naar binnen en ging liggen met zijn hoofd op het been van Hazrat Abu Bakr(ra) geplaatst. Er was een gat in de grot, die Hazrat Abu Bakr(ra) met zijn voet bedekte. De hele nacht bleef hem iets bijten, maar uit angst om de Heilige Profeet(sa) lastig te vallen, bewoog hij niet. Toen de Heilige Profeet(sa) wakker werd, zag hij dat de kleur van het gezicht van Hazrat Abu Bakr(ra) was veranderd, en vroeg wat er mis was. Toen Hazrat Abu Bakr(ra) het hem vertelde, bracht de Heilige Profeet(sa) zijn speeksel aan op de wond, die daarna genas.

Zijne Heiligheid(aba) zei dat toen de Mekkanen beseften dat de Heilige Profeet(sa) was vertrokken, ze naar hem begonnen te zoeken. Ze ondervroegen Hazrat Ali(ra) en sloegen hem. Toen gingen ze naar het huis van Hazrat Abu Bakr(ra) en vroegen zijn dochter Hazrat Asmaa’(ra) naar de verblijfplaats van haar vader. Ze antwoordde dat ze het niet wist, waarop Abu Jahl haar sloeg.

Zijne Heiligheid(aba) zei dat de Mekkanen een spoorzoeker inhuurden, die in staat was de voetstappen van de Heilige Profeet(sa) naar de Grot van Thaur te volgen. De Mekkanen stonden buiten de grot en Hazrat Abu Bakr(ra) zegt dat hij hun voeten kon zien. Als ze in de grot hadden gekeken, hadden ze ze gevonden. Maar ze waren niet alleen, Omdat God met hen was, die een boom deed groeien, een spin stuurde om een ​​web te spinnen bij de ingang van de grot, en een duif stuurde die een nest maakte en eieren legde.

Zijne Heiligheid(aba) zei dat hij het leven van Hazrat Abu Bakr(ra) in toekomstige preken zou blijven benadrukken.

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 17 December 2021

friday_sermon

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) vervolgde met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Abu Bakr (ra).

Bevrijding van slaven

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij had vermeld hoe Hazrat Abu Bakr (ra) slaven bevrijdde. Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Abu Bakr (ra) eens een slaaf van Banu Mo’mal passeerde. Ze werd geslagen en kreeg constant te horen dat ze de islam moest afzweren. Hazrat Abu Bakr (ra) betaalde voor haar vrijheid. In een andere overlevering wordt vermeld dat de vader van Hazrat Abu Bakr (ra) tegen hem zei, dat in plaats van de zwakken te bevrijden, hij de machtigen zou moeten bevrijden zodat zij hem kunnen beschermen. Hazrat Abu Bakr (ra) antwoordde door te zeggen dat hij alleen het genoegen van Allah wilde bereiken. Het is opgetekend dat de volgende verzen van de Heilige Koran werden geopenbaard in het licht van de acties van Hazrat Abu Bakr (ra):

“Wat hem betreft die geeft en God vreest en het goede aanvaardt, wij zullen zijn weg effenen tot welslagen. Maar hij die vrekkig en onverschillig is en het beste verwerpt, wij zullen hem naar moeilijkheden leiden. Wanneer hij te gronde gaat, zullen zijn rijkdommen hem niet baten. Voorwaar, het is aan ons om te leiden. En aan ons is het hiernamaals en ook deze wereld. Daarom waarschuw ik u voor het laaiend vuur; niemand zal er binnengaan dan de rampzaligste, die loochent en zich afwendt. Maar de rechtvaardige zal ver daarvan verwijderd worden. Die zijn rijkdommen weggeeft om zich te louteren. En niemand heeft hem een gunst bewezen waarvoor hij moet worden beloond. Maar hij die het welbehagen zoekt van zijn Heer, de Verhevene. Weldra zal hij tevreden zijn.” (92:6-22)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat een van de slaven die door Hazrat Abu Bakr (ra) werd bevrijd, Hazrat Khubaab bin Arad (ra) was. Iemand zag eens de huid van Hazrat Khubaabs rug en ontdekte dat deze hard en ruw was, en vroeg hoe lang hij deze huidaandoening had. Hazrat Khubaab (ra) lachte en zei dat dit geen voorwaarde was, maar dat zijn slavenmeester hem sloeg omdat hij de islam had aanvaard. De slavenmeester gebood hem de islam af te zweren, maar als reactie daarop reciteerde hij gewoon de islamitische geloofsbelijdenis. Dit maakte zijn meester boos en dus sloeg hij hem nog meer en sleepte hem ook over stenen. Hazrat Abu Bakr (ra) kon dit niet langer aanzien en betaalde een groot bedrag voor zijn vrijheid.

Hazrat Abu Bakr’s (ra) migratie naar Abessinië


Zijne Heiligheid (aba) zei dat er een tijd was dat Hazrat Abu Bakr (ra) van plan was naar Abessinië te migreren. Toen de islam was geopenbaard, brachten de Mekkanen de moslims grote schade toe om hen te dwingen de islam te verlaten. De Heilige Profeet (sa) adviseerde enkele van de vroege moslims om naar Abessinië te migreren. Zo migreerden 11 mannen en vier vrouwen naar Abessinië. Daarna moest Hazrat Abu Bakr (ra) ook grote ontberingen het hoofd bieden en dus vertrok hij naar Abessinië. Onderweg ontmoette hij iemand die zei dat Hazrat Abu Bakr (ra) zijn vaderland nooit alleen zou verlaten, en hij ook nooit gedwongen zou kunnen worden om te vertrekken, en toen somde hij de vele geweldige kwaliteiten van Hazrat Abu Bakr (ra) op. Toen zei hij dat hij zelf bescherming zou bieden aan Hazrat Abu Bakr (ra), en beiden keerden terug naar Mekka. Toen de Mekkanen dit hoorden, zeiden ze dat Hazrat Abu Bakr (ra) in zijn eigen huis moest bidden, zodat anderen niet door hem zouden worden beïnvloed. Daarom bad Hazrat Abu Bakr (ra) alleen in zijn huis. Later maakte hij een kleine moskee op zijn binnenplaats waar hij bad en de Heilige Koran reciteerde. Het zien en horen van het hardop reciteren van de Heilige Koran, had een diepgaand effect op de mensen om hem heen. De Mekkanen zeiden opnieuw tegen de persoon die zwoer om Hazrat Abu Bakr (ra) te beschermen, dat zijn acties anderen beïnvloedden en dat hij Hazrat Abu Bakr (ra) moest vertellen om te stoppen. Vervolgens zei Hazrat Abu Bakr (ra) dat hij niet langer bescherming nodig had, aangezien Allah zelf genoeg was als zijn Beschermer.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen pogingen om de islam te onderdrukken niet succesvol waren, de ongelovige Mekkanen de Banu Hashim en Banu Muttalib boycotten. Er werd besloten dat niemand van hen iets zou kopen of aan hen verkopen, en dat ze hen ook geen enkele vorm van hulp zouden verlenen. Ze waren ook beperkt tot Shi’b Abi Talib (Vallei van Abu Talib), waar ze werden geconfronteerd met extreem moeilijke omstandigheden. Maar hoe moeilijk de omstandigheden ook werden, Hazrat Abu Bakr (ra) week nooit van de zijde van de Heilige Profeet (sa).

’De Romeinen zijn verslagen’


Zijne Heiligheid (aba) zei dat er een profetie in de Heilige Koran staat die stelt: “De Romeinen zijn verslagen in het nabijzijnde land, maar zij zullen na hun nederlaag zeker overwinnen, binnen een negental jaren – van Allah is het gebod daarvóór en daarna – en op die dag zullen gelovigen zich verheugen.” (30:3-5). De ongelovigen wilden dat de Perzen de Romeinen zouden verslaan, aangezien de Perzen een afgodenaanbiddend volk waren. De moslims wilden echter dat de Romeinen de Perzen zouden verslaan, aangezien de Romeinen Mensen van het Boek waren. In die tijd waren de Perzen de Romeinen aan het verslaan, maar volgens de kennis die van God was ontvangen, voorspelde de Heilige Profeet (sa) dat de Romeinen uiteindelijk de Perzen zouden verslaan. Hazrat Abu Bakr (ra) begon deze profetie openlijk te verkondigen, en de ongelovigen vertelden Hazrat Abu Bakr (ra) dat als hij geloofde dat dit waar was, er een tijdsperiode zou moeten worden vastgesteld en dat voorwaarden zouden worden bepaald voor degene die als eerste overwon. Hazrat Abu Bakr (ra) stelde een periode van vijf jaar vast, maar de Heilige Profeet (sa) droeg hem op om een ​​periode van drie tot negen jaar vast te stellen in overeenstemming met wat in de Heilige Koran is vermeld. Dienovereenkomstig zegevierde Rome in die periode.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Abu Bakr (ra) de Heilige Profeet (sa) zou vergezellen wanneer hij de islam ging prediken tot verschillende stammen. Elk jaar ontmoette de Heilige Profeet (sa) de verschillende stammen die samenkwamen en predikte de islam aan hen, en Hazrat Abu Bakr (ra) stond aan de zijde van de Heilige Profeet (sa) in dit streven. Eens was de stam Bakr bin Wa’il gekomen voor de hadj, en de Heilige Profeet (sa) instrueerde Hazrat Abu Bakr (ra) om hem aan de stam voor te stellen.

Een oproep tot gebed voor Ahmadis in Afghanistan

Zijne Heiligheid (aba) deed een oproep om te bidden voor de Ahmadis die in Afghanistan wonen. Ze maken veel ontberingen door en sommigen zijn zelfs gearresteerd. Vrouwen en kinderen thuis maken zich grote zorgen en de mannen die nog niet zijn gearresteerd, leven in angst dat ze binnenkort zullen worden opgepakt of uit hun huizen worden gezet. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hen verlichting zou schenken en hun ontberingen zou verlichten.

Zijne Heiligheid (aba) deed ook een oproep om te bidden voor Ahmadis die in Pakistan wonen. Ook zij hebben te maken met moeilijke omstandigheden en er blijven zich nieuwe incidenten voordoen.

Zijne Heiligheid (aba) drong er bij hem op aan om voor de hele wereld te bidden, en dat zij in staat zullen zijn de Beloofde Messias (as) te herkennen en te accepteren. Moge Allah alle kwaad verwijderen en moge de wereld zijn Schepper erkennen.

Begrafenis gebeden

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij bij verstek de begrafenisgebeden zou verrichten van de volgende leden:

Al-Haaj Abdur Rahman Anin, de voormalige secretaris Umur-e-Amma en Afsar Jalsa Salana in Ghana. Hij behaalde zijn hogere opleiding in Egypte, waarna hij als manager werkte voor verschillende bedrijven in Ghana. Later startte hij ook zijn eigen bedrijf en was daar directeur. Hij was erg vroom en oprecht. Hij was voorbeeldig in zijn dienst aan de Gemeenschap en gaf de Gemeenschap voorrang boven zijn persoonlijk gewin. Hij was altijd aanwezig en klaar om te dienen in welke hoedanigheid dan ook. Op het moment van zijn overlijden was hij de National Trustee. Hij was erg gul, niet alleen voor zijn familie, maar ook voor alle mensen in nood. Hij was oprecht en loyaal aan de Gemeenschap en het Khilafat. Hij was regelmatig in het verrichten van Tahajjud [vrijwillige gebeden vóór ochtendgloren]. Hij laat zijn vrouw, vijf zonen en vijf dochters na.

Azyaab Muhammad Ali Al-Jibali uit Jordanië, die onlangs is overleden. Hij accepteerde Ahmadiyyat in 2010 en was de enige Ahmadi samen met zijn vrouw in het gebied. Ondanks tegenstand na het accepteren van Ahmadiyyat, bleef hij standvastig. Hij verdedigde Ahmadiyyat en Khilafat krachtig. Hij had een passie voor het leren en het verspreiden van de boodschap. Tijdens zijn ziekte vertelden enkele van zijn familieleden hem dat deze ziekte het gevolg was van het accepteren van Ahmadiyyat, en dat hij Ahmadiyyat moest verlaten. Hij zou bidden dat God hem deed sterven als een Ahmadi.

Deen Muhammad Sahib, een gepensioneerde missionaris die momenteel in Canada woonde. Toen hij 11 was, werd hij naar Qadian gebracht waar hij studeerde onder Mir Muhammad Ishaq Sahib (ra). Later trad hij toe tot Jamia Ahmadiyya, waarna hij in verschillende delen van Pakistan en vervolgens in Fiji diende. Hij diende ook als perssecretaris in Rabwah. Hij had een passie voor het uitdragen van de boodschap. Hij laat zijn vrouw, twee zonen en drie dochters na.

Mian Rafiq Ahmad, die een werknemer was in het kantoor van Jalsa Salana. Hij behaalde zijn BSc in Werktuigbouwkunde. Hij werkte in verschillende instellingen, waarna hij tien jaar in Tanzania verbleef, waar hij de secretaris van financiën was. Later begon hij vrijwilligerswerk te doen in het kantoor van Jalsa Salana en wijdde zijn leven aan de gemeenschap, en nam de verantwoordelijkheden van de technische aspecten van Jalsa Salana op zich. Hij laat drie drie zonen en een dochter achter. Sommige mensen vertelden hem dat de woning die hem werd aangeboden vrij klein was, maar hij antwoordde dat hij tevreden zou zijn, zelfs als hij in een tent moest wonen. Hij was regelmatig in zijn gebeden, hield van de Heilige Koran, was vriendelijk en bezat veel goede eigenschappen. Hij hield veel van Khilafat. Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij ook had gezien dat hij erg aardig, nederig en loyaal was aan zijn eed van trouw. Hij streefde er ook naar om de fondsen van de Gemeenschap te maximaliseren en ze op een optimale manier te besteden.

Qanita Zafar, echtgenote van Ahsanullah Zafar Sahib, voormalig Amir van de Amerikaanse Jama’at. Ze is omgekomen bij een auto-ongeluk. Ze bezat veel goede eigenschappen. Ze was erg loyaal aan het Khilafat en had veel liefde voor de Heilige Profeet (sa) en de Beloofde Messias (as). Ze wordt overleefd door haar man en twee dochters. Ondanks dat ze een doctoraat had, was ze buitengewoon nederig. Ze zorgde er altijd voor dat de moskee schoon bleef.

Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah alle overledenen met vergiffenis en genade zou behandelen en hun nakomelingen in staat zou stellen in hun voetsporen te treden.

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 10 December 2021

Feature image

Vrijdagpreek gehouden in Masjid Mubarak, Islamabad, Tilford, VK

Rechtgeleide kaliefen – Hazrat Abu Bakr(ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, Zijne Heiligheid, bleef Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) incidenten uit het leven van Hazrat Abu Bakr(ra) belichten.

Aanvaarding van de islam door Hazrat Abu Bakr(ra)

Zijne Heiligheid(aba) zei dat hij eerder de incidenten noemde rond de acceptatie van de Islam door Hazrat Abu Bakr(ra). Het is beschreven dat Hazrat Abu Bakr(ra) een keer, voor de komst van de Heilige Profeet(sa), naar Jemen reisde, waar hij een oudere geleerde ontmoette. Deze geleerde was in staat om nauwkeurig de achtergrond en familiegeschiedenis van Hazrat Abu Bakr(ra) te bepalen. De geleerde vertelde hem toen dat er een profeet zou verschijnen en dat hij zou worden bijgestaan ​​door een jonge en een oudere persoon. Een van de tekenen van de oudere persoon die die profeet zou helpen, was dat hij een teken op zijn buik zou hebben, en toen Hazrat Abu Bakr(ra) zijn kledingstuk verhief, zag de oudere geleerde een zwarte vlek op zijn buik. Hij zei dat hij zeker de oudste was die de komende profeet zou bijstaan. Hij adviseerde hem toen de waarheid nooit te verlaten. Hierna hoorde Hazrat Abu Bakr(ra) over de aanspraak van de Heilige Profeet(sa), en mensen kwamen naar hem toe om zijn mening te vragen. Hazrat Abu Bakr(ra) ging toen naar de Heilige Profeet(sa) en vroeg hem naar zijn aanspraak en welk bewijs hij had. De Heilige Profeet (sa) deelde hem mee dat hij de oudere man kende die hij in Jemen had ontmoet. Toen Hazrat Abu Bakr(ra) vroeg hoe hij hiervan afwist, zei de Heilige Profeet(sa) dat hij werd geïnformeerd door dezelfde engel die op profeten neerdaalde.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat in een andere overlevering is beschreven dat toen Hazrat Abu Bakr(ra) naar de Heilige Profeet(sa) ging en zijn aanspraak hoorde, Hazrat Abu Bakr(ra) zei dat hij de Heilige Profeet(sa) nog nooit een leugen had zien vertellen, hij deed goede daden en hij was aardig voor zijn familie. Daarna vroeg hij de Heilige Profeet(sa) om zijn hand uit te strekken zodat hij trouw aan hem kan zweren.

Zijne Heiligheid(aba) zei dat in een andere overlevering is beschreven dat Hazrat Abu Bakr(ra) de Heilige Profeet(sa) vroeg of hij beweerde dat engelen op hem neerdaalden. Als reactie daarop begon de Heilige Profeet(sa), uitleg te geven om te beschrijven wat hij had meegemaakt, om alle twijfels weg te nemen. Hazrat Abu Bakr(ra) verzocht om geen uitleg te geven, in plaats daarvan wilde hij een eenvoudig antwoord op de vraag of de Heilige Profeet(sa) beweerde dat engelen op hem neerdaalden. De Heilige Profeet(sa) antwoordde bevestigend, waarop Hazrat Abu Bakr(ra) hem accepteerde. Hazrat Abu Bakr(ra) zei dat hij geen verklaring wilde, want hij wilde accepteren op basis van wat hij zag, niet op enig bewijs.

Zijne Heiligheid(aba) citeerde Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad(ra), die schrijft dat Hazrat Abu Bakr(ra) de Heilige Profeet(sa) accepteerde op basis van één enkele stelling; dit was het feit dat hij de Heilige Profeet (sa) al sinds zijn kinderjaren kende, en hij nooit loog, was nooit ondeugend, noch uitte hij ooit iets gemeens. Dus, Hazrat Abu Bakr(ra) wist dat hij nooit zou liegen. Hazrat Abu Bakr(ra) zei dat als de Heilige Profeet(sa) nooit over mensen had gelogen, waarom zou hij dan over God liegen? Dit is in feite het bewijs van de waarheidsgetrouwheid van de Heilige Profeet(sa), hem gegeven door God, Die de Heilige Profeet(sa) instrueerde om te zeggen:

“Voorzeker, ik heb voordien een heel leven onder u doorgebracht. Wilt gij dan niet begrijpen?” (10:17)

De eigenschappen van Siddiq aannemen

Zijne Heiligheid(aba) citeerde de Beloofde Messias(as) die zei dat de Heilige Profeet(sa) Hazrat Abu Bakr(ra) Siddiq noemde vanwege wat hij in zijn hart bezat. Dus als iemand, in welk tijdperk dan ook, Siddiq wil worden, dan moet hij de kwaliteiten van Hazrat Abu Bakr(ra) overnemen. Een voorbeeld van deze eigenschappen is dat bij het horen van de aanspraak van de Heilige Profeet(sa) op de profeetschap, hij zei dat als dit zijn bewering is, dan moet hij waarachtig zijn. Het was niet nodig voor hem om een ​​of ander wonder te zien, want hij kende de kwaliteiten van de Heilige Profeet(sa), en eenvoudig op basis hiervan wist hij dat alles wat hij zegt waar moest zijn. Toen hij de Heilige Profeet(sa) ontmoette en naar zijn aanspraak informeerde, zei hij dat hij de eerste was die voor hem getuigde.

De eerste man die de Heilige Profeet(sa) accepteerde

Zijne Heiligheid(aba) zei dat er verschillende meningen zijn onder historici over wie de eerste man was die de Heilige Profeet(sa) accepteerde; Hazrat Abu Bakr(ra), Hazrat Ali(ra), of Hazrat Zaid bin Harithah(ra). Er wordt gezegd dat de eerste mannelijke volwassene die de Heilige Profeet(sa) accepteerde, Hazrat Abu Bakr(ra) was, het eerste kind was Hazrat Ali(ra), en de eerste vrijgelaten slaaf die accepteerde was Hazrat Zaid bin Haritha(ra). Zijne Heiligheid(aba) citeerde Hazrat Mirza Bashir Ahmad(ra) die zei dat de eenvoudige oplossing voor deze discussie het feit is dat zowel Hazrat Ali(ra) als Hazrat Zaid bin Harithah(ra) leden waren van het huishouden van de Heilige Profeet(sa) en leefden met hem als zijn eigen kinderen, en als zodanig zouden automatisch hebben aanvaard wat de Heilige Profeet(sa) zei. Dus Hazrat Abu Bakr(ra) was de eerste persoon die de Heilige Profeet(sa) op zichzelf accepteerde.

Predikking van Hazrat Abu Bakr(ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er velen waren die de islam accepteerden door de predikkinding van Hazrat Abu Bakr(ra), zoals Hazrat Uthman(ra), Hazrat Zubair bin al-Awwam(ra), Hazrat Abdur Rahman bin Auf(ra), Hazrat Sa’d bin Abi Waqas en Hazrat Talha bin Ubaidullah(ra). Dit waren metgezellen die zouden gaan behoren tot de tien metgezellen die de blijde tijding van het Paradijs kregen.

Verdediging van de Heilige Profeet(sa)

Zijne Heiligheid(aba) zei dat samen met de Heilige Profeet(sa), Hazrat Abu Bakr(ra) ook grote ontberingen moest doorstaan ​​vanwege zijn aanvaarding van de Islam. Het is beschreven dat eens, terwijl de Heilige Profeet(sa) aan het bidden was bij de Heilige Ka’bah, een ongelovige kwam en hem begon te verstikken. Toen Hazrat Abu Bakr(ra) dit zag, snelde hij naar voren en duwde de ongelovige weg van de Heilige Profeet(sa). Hazrat Abu Bakr(ra) vroeg hem, zou hij iemand doden alleen maar omdat hij zei dat zijn Heer Allah is? Bij een andere gelegenheid, toen de ongelovigen de Heilige Profeet(sa) hadden omsingeld, stelde Hazrat Abu Bakr(ra) hen dezelfde vraag; zouden ze iemand vermoorden alleen maar omdat hij zei dat zijn Heer Allah is? Hierop richtten de ongelovigen hun aandacht op Hazrat Abu Bakr(ra) en vielen hem aan.

Zijne Heiligheid(aba) zei dat Hazrat Ali(ra) eens aan de mensen vroeg wie de dapperste persoon was. De mensen antwoordden dat het Hazrat Ali(ra) was. Hazrat Ali(ra) zei dat in feite de moedigste persoon Hazrat Abu Bakr(ra) was, want hij verbleef bij de Heilige Profeet(sa) op de dag van de Slag bij Badr, en geen enkele ongelovige durfde in de buurt van de Heilige Profeet(sa) te komen, want zij zouden eerst door Hazrat Abu Bakr(ra) moeten gaan.

Bevrijding van slaven

Zijne Heiligheid(aba) zei dat toen Hazrat Abu Bakr(ra) de Islam accepteerde, hij 40.000 dirhams had, die hij gebruikte om zeven slaven te bevrijden. Dit was inclusief Hazrat Bilal(ra), die werd gemarteld nadat hij de Islam had aanvaard. Toen hij dit zag, kocht Hazrat Abu Bakr(ra) de vrijheid van Hazrat Bilal(ra).

Zijne Heiligheid(aba) zei dat hij in toekomstige preken door zou gaan met het belichten van de incidenten uit het leven van Hazrat Abu Bakr(ra).

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 3 december 2021

Feature image

Rechtgeleide kaliefen – Hazrat Abu Bakr (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta`awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij het leven van Hazrat Abu Bakr (ra) zou gaan belichten.

Familieachtergrond van Hazrat Abu Bakr (ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de naam van Hazrat Abu Bakr (ra) Abdullah was en de naam van zijn vader was Uthman bin Amir. Zijn algemene benaming was Abu Bakr, en hij was ook bekend onder de namen Ateeq en Siddiq. Er wordt gezegd dat hij werd geboren in 573. Hij was van de stam van de Quraish genaamd Taim bin Murrah. Vóór de Islam was zijn naam Abdul Ka’bah, die de Heilige Profeet (sa) later veranderde in Abdullah. Volgens overleveringen was de naam van zijn moeder Salamah bint Sakhr bint Aamir of Lailah bint Sakhr.

Hazrat Abu Bakr’s (ra) vader accepteerde de Islam

Zijne Heiligheid (aba) zei dat volgens de stamboom van Hazrat Abu Bakr (ra), die zeven generaties teruggaat, hij familie was van de Heilige Profeet (sa). Evenzo verbond de stamboom van zijn moeder hen als familieleden met de Heilige Profeet(sa). Beide ouders van Hazrat Abu Bakr (ra) accepteerden de Islam. Zijn vader had de Islam niet aanvaard tot de verovering van Mekka, toen hij zijn gezichtsvermogen had verloren. Tijdens de verovering van Mekka, nam Hazrat Abu Bakr (ra) zijn vader mee naar de Heilige Profeet (sa). Toen hij hem zag, zei de Heilige Profeet (sa) dat Hazrat Abu Bakr (ra) hem thuis had moeten laten en dat hij hem thuis zou hebben bezocht. Hazrat Abu Bakr (ra) zei dat het passender was voor hem om naar de Heilige Profeet (sa) te komen dan dat de Heilige Profeet (sa) naar hem toe ging. Toen legde de Heilige Profeet (sa) zijn hand op de borst bij de vader van Hazrat Abu Bakr (ra) en nodigde hem uit tot de Islam, waarop hij de Islam accepteerde.

Hazrat Abu Bakr’s (ra) moeder accepteerde de Islam

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de moeder van Hazrat Abu Bakr (ra) een van de meest vooraanstaande mensen was die de Islam accepteerde. Tijdens het tijdperk van Dar-e-Arqam, toen moslims nog in het geheim praktiseerden, stelde Hazrat Abu Bakr (ra) op een dag aan de Heilige Profeet (sa) voor om naar de Heilige Moskee te gaan. Daar hield Hazrat Abu Bakr (ra) in aanwezigheid van de Heilige Profeet (sa) een toespraak waarin hij mensen uitnodigde tot de Islam. Hazrat Abu Bakr (ra) was na de Heilige Profeet (sa) de eerste die in het openbaar sprak over de Islam en mensen uitnodigde tot de Islam. Hierop sloegen de ongelovigen Hazrat Abu Bakr (ra) zwaar, waardoor zijn gezicht zo opgezwollen was dat zijn neus niet meer te onderscheiden was. Nadat ze hem hadden meegenomen, was men er zeker van dat hij aan zijn verwondingen zou overlijden. Hij was (eerst) niet in staat om te spreken, maar uiteindelijk aan het einde van de dag, vroeg hij naar de Heilige Profeet (sa), maar niemand kon hem antwoorden. Hazrat Abu Bakr (ra) vroeg zijn moeder om naar Umm Jamil te gaan en haar te vragen naar de Heilige Profeet (sa), aangezien zij moslim was, maar dit niet openbaar had gemaakt. De moeder van Hazrat Abu Bakr (ra) ging naar Umm Jamil en bracht haar mee. Ze informeerde Hazrat Abu Bakr (ra) dat het goed ging met de Heilige Profeet (sa). Later werd Hazrat Abu Bakr (ra) met de hulp van zijn moeder meegenomen om de Heilige Profeet (sa) te zien. Toen hij in de aanwezigheid van de Heilige Profeet (sa) was, werd hij overmand door emotie, en de Heilige Profeet(sa) kuste Hazrat Abu Bakr (ra). Hazrat Abu Bakr (ra) vroeg de Heilige Profeet (sa) om voor zijn moeder te bidden, waarop hij haar uitnodigde om de Islam te accepteren. Ze accepteerde de uitnodiging van de Heilige Profeet (sa) en trad toe tot de Islam.

Titels van Hazrat Abu Bakr(ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Abu Bakr (ra) bekend stond onder de namen Ateeq en Siddiq. Hij werd Ateeq genoemd, omdat een keer de Heilige Profeet (sa) tegen hem zei dat hij gered was van het vuur. Zo werd hij bekend onder de titel Ateeq, iemand met uitstekende kwaliteiten. Ateeq betekent ook de oudste of grijsaard en sommigen zeggen dat hij bekend stond onder deze titel, omdat hij altijd uitstekende eigenschappen bezat en een van de eersten was om de Islam te accepteren.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Abu Bakr (ra) ook bekend stond als Siddiq. Het is opgetekend dat hij deze titel zelfs vóór de Islam kreeg, vanwege zijn hoge mate van eerlijkheid. Het is ook opgetekend dat wanneer de Heilige Profeet (sa) hem op de hoogte bracht van enig nieuws, hij dit onmiddellijk bevestigde, dus werd hij bekend onder deze titel. Toen de Heilige Profeet (sa) bijvoorbeeld het visioen kreeg van de nachtelijke reis waarin hij in een droom reisde naar Jeruzalem, dat ongeveer 1300 kilometer verderop lag, gingen mensen naar Hazrat Abu Bakr (ra) en vroegen hem of hij getuige kon zijn van deze bewering van de Heilige Profeet (sa). Hazrat Abu Bakr (ra) getuigde hier onmiddellijk van en werd zo bekend als Siddiq. Het is zelfs vermeld dat de engel Gabriël de Heilige Profeet (sa) informeerde dat Hazrat Abu Bakr (ra) zou getuigen van dit visioen, want hij is Siddiq.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Abu Bakr (ra) ook bekend stond als Khalifatu Rasulillah (opvolger van de Boodschapper van Allah). Dit was natuurlijk een titel die hem na het overlijden van de Heilige Profeet (sa) werd gegeven. Er wordt ook vermeld dat hij bekend stond als Awwahun, wat zachtmoedig betekent. Een andere titel die aan hem werd gegeven was Ameerush Shakirin (Leider van de dankbaren). Deze titel werd hem gegeven omdat hij zo dankbaar was. Een andere titel werd hem door God gegeven, namelijk Thani Ithnain (één van de twee). Dit was een verwijzing naar de tijd dat Hazrat Abu Bakr (ra) bij de Heilige Profeet(sa) in de grot van Hira was. Een andere titel is Sahibur Rasul (Metgezel van de Boodschapper). Dit verwijst ook naar het moment waarop de Heilige Profeet (sa) zijn metgezel in de grot van Hira vertelde zich geen zorgen te maken. Toen deze verzen werden gereciteerd, begon Hazrat Abu Bakr (ra) te huilen en zei dat hij die metgezel was waarnaar verwezen werd. Hij stond ook bekend als Adam-e-Thani (de Tweede Adam), een titel die hem door de Beloofde Messias (as) is gegeven. Hazrat Abu Bakr (ra) wordt ook in geschiedenisboeken vermeld als Khalilur Rasul (Vriend van de Boodschapper). Het is opgetekend dat de Heilige Profeet (sa) zei dat als hij een Khalil (hechte vriend) zou hebben, het Hazrat Abu Bakr (ra) zou zijn. De Beloofde Messias (as) verduidelijkte deze verklaring. Hij zei dat Hazrat Abu Bakr (ra) natuurlijk al een vriend van de Heilige Profeet (sa) was, maar Khalil verwijst naar het (figuurlijk) één worden met iemand, of iemand die zich in de ander verdiept. Dit is de nabijheid die gereserveerd is voor iemands relatie met God en dit kan met niemand worden gedeeld. Dus, de Heilige Profeet (sa) zei dat indien dit mogelijk was geweest voor andere mensen, dan zou het voor Hazrat Abu Bakr (ra) zijn geweest.

Zijne Heiligheid (aba) zei met betrekking tot zijn titel van Abu Bakr, dat Bakr kan verwijzen naar een jonge kameel. Omdat hij een passie had en bedreven was in het hoeden van kamelen, werd hij bekend als Abu Bakr. Bakara verwijst ook naar snel zijn en hij werd zo bekend omdat hij de eerste was die de Islam accepteerde. Hij was een van de voornaamste voorbeelden van uitstekende kwaliteiten.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Abu Bakr (ra) een lichte huidskleur had en een licht postuur. Zijn rug was licht gebogen, zijn ogen iets ingevallen en hij had een hoog voorhoofd.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat zelfs voordat hij de Islam accepteerde, hij als een eervol persoon werd beschouwd. Hij was een zakenman en had een uitstekende moraal. Mensen kwamen vaak naar hem toe voor advies over verschillende zaken. Hij werd bekend als een van de meest succesvolle zakenlieden van Arabië. Hij behoorde tot de meest vrome mensen en was buitengewoon vrijgevig. Hij was bij iedereen geliefd en hield goed gezelschap. Het is opgetekend dat hij buitengewoon goed geïnformeerd was in de interpretatie van dromen. Ibn Sirin zegt dat na de Heilige Profeet (sa), Hazrat Abu Bakr (ra) het meest bedreven was in dit opzicht.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Mekkanen Hazrat Abu Bakr (ra) als de beste onder hen beschouwden en met hem hebben overlegd over verschillende zaken. Hij maakte ook deel uit van Hilful Fudhul, een groep die was gevormd om de onderdrukten te helpen en om altijd gerechtigheid te handhaven. Dit was dezelfde groep waar de Heilige Profeet (sa) ook deel van uitmaakte.

Deugden van Hazrat Abu Bakr (ra) voorafgaand aan de komst van de Islam

Zijne Heiligheid (aba) zei dat zelfs vóór de Islam, Hazrat Abu Bakr (ra) niet deed aan afgodenaanbidding en boog zich nooit neer voor een afgod. Hij was ook afkerig van het gebruik van alcohol en gebruikte het zelfs vóór de tijd van de Islam nooit. Toen hem werd gevraagd waarom hij nooit alcohol dronk, zei hij dat het was omdat hij zich bewust was van zijn eer en vroomheid, die niet kunnen worden gehandhaafd door iemand die alcohol drinkt.

Zijne Heiligheid (aba) zei met betrekking tot de aanvaarding van de Islam door Hazrat Abu Bakr (ra) het volgende. Hazrat Abu Bakr (ra) hoorde dat de echtgenoot van Khadijah beweerde een profeet te zijn zoals Mozes (as). Hazrat Abu Bakr (ra) ging naar de Heilige Profeet (sa) en accepteerde hem. Het is ook opgetekend dat vóór de komst van de Heilige Profeet (sa), Hazrat Abu Bakr (ra) in een droom zag dat de maan was neergedaald in Mekka, waarop deze uiteenspatte en zijn stukken verspreid raakten in elk huis. Vervolgens vielen alle stukken in zijn schoot. Toen hij vroeg naar de interpretatie ervan, werd hem verteld dat de boodschapper die werd verwacht, spoedig zou komen en Hazrat Abu Bakr (ra) zou zijn belangrijkste volgeling zijn.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij het leven van Hazrat Abu Bakr(ra) in toekomstige preken zou blijven belichten.

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 26 november 2021

Feature image

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) dat Hazrat Umar(ra) veel respect had voor degenen die kennis hadden van de Heilige Koran, ongeacht of ze jong of oud.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er een keer iemand naar Hazrat Umar (ra) kwam en klaagde dat hij mensen niet genoeg welvaart gaf, noch dat hij rechtvaardig besliste in zaken die de welvaart aangaan. Dit bracht Hazrat Umar (ra) van streek. Een van zijn adviseurs, Hurr bin Qais, zei dat het volgende aan de Heilige Profeet (sa) werd opgedragen in de Heilige Koran:

“Neig u tot vergiffenis en spoor tot vriendelijkheid aan en wend u van de onwetenden af.” (Heilige Koran, 7:200) 

Hurr bin Qais zei dat deze persoon zeker onwetend was. Toen hij aan deze verzen werd herinnerd, ondernam Hazrat Umar(ra) geen actie tegen die persoon.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er een keer een leider naar Hazrat Umar (ra) kwam en hij aangaf dat hij het niet leuk vond dat een tienjarig kind ook in zo’n hoogwaardig gezelschap zat. Later diende zich een moment aan waarop Hazrat Umar (ra) ontevreden werd over iets dat deze leider deed. Datzelfde tienjarige kind las het volgende:

“en zij, die toorn onderdrukken” (Heilige Koran,3:135)

Het kind las toen ook:

“en wend u van de onwetenden af.” (Heilige Koran, 7:200) 

Het kind zei dat deze persoon zeker onwetend was. Bij het horen van de woorden van de Heilige Koran, bleef Hazrat Umar(ra) stil. Toen kreeg de bewuste leider te horen dat dezelfde tienjarige jongen op wie hij neerkeek degene was die hem had gered.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat wanneer zaken aan Hazrat Umar (ra) zouden worden voorgelegd, hij ook kinderen zou raadplegen om hun geest in scherpte te ontwikkelen.

Voorzichtigheid in zaken die betrekking hebben op de staatskas

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) uiterst voorzichtig was als het ging om de middelen van de staatskas. Eens kreeg Hazrat Umar(ra) wat melk te drinken, wat hij erg lekker vond. Hij vroeg zich af waar deze melk vandaan kwam. De persoon vertelde hem dat dit melk betrof van de kamelen die als Zakat waren gegeven. Toen Hazrat Umar(ra) dit hoorde, braakte Hazrat Umar(ra) de melk uit en zei dat hij de middelen van Zakat niet kon consumeren.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) ooit ziek was en hem werd voorgeschreven om honing te gebruiken. Er zat wat honing in de staatskas. Hazrat Umar (ra) stond bij de preekstoel en zei tegen de mensen dat hij die honing alleen zou gebruiken als zij dat toestonden. Dit dezen zij en pas daarna gebruikte hij de honing uit de staatskas.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het ooit extreem heet was buiten, zo erg dat het moeilijk zou zijn om op te staan ​​en zelfs de deur te openen. In deze hitte werd Hazrat Uthman(ra) geïnformeerd dat er iemand buiten liep. Toen die persoon dichterbij kwam, zag Hazrat Uthman(ra) dat het Hazrat Umar(ra) was. Toen hij informeerde wat hij buiten aan het doen was in zo’n extreme hitte, zei Hazrat Umar(ra) dat een kameel uit de schatkamer was losgeraakt en dat hij ernaar aan het zoeken was.

Eerlijk omgaan met mensen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) altijd rechtvaardig zou zijn. Eens kwamen een Joods persoon en een Moslim persoon die ruzie hadden naar Hazrat Umar(ra). Hazrat Umar(ra) hoorde hun zaak aan en vond dat de Joodse man gelijk had, en dus besloot hij in zijn voordeel. Bij een andere gelegenheid ging een Egyptische man naar Hazrat Umar(ra) en zei dat hij met de zoon van Hazrat Amr bin ‘Aas(ra) had gereden en hem in de race had verslagen. Hierop begon hij hem te slaan en zei dat hij de zoon was van een gerespecteerd persoon. Toen hij dit hoorde, riep Hazrat Umar (ra) Hazrat Amr bin ‘Aas en zijn zoon op, en toen vertelde Hazrat Umar (ra) de Egyptenaar dat hij nu de zoon van Hazrat Amr bin ‘Aas in ruil daarvoor kon slaan.

Hoog niveau van verdraagzaamheid

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) erg verdraagzaam was. Eens zei hij in een preek dat als iemand enige tekortkomingen in hem zag, ze het moesten rechtzetten. Een persoon stond op en zei dat als hij enige tekortkoming in hem zou vinden, hij het zou rechtzetten met zijn zwaard. Hazrat Umar (ra) dankte God dat er iemand was die hem zou corrigeren met zijn zwaard.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat eens een persoon naar Hazrat Umar(ra) ging en voor een menigte tegen Hazrat Umar(ra) zei dat hij God moest vrezen. De aanwezigen wilden hem het zwijgen opleggen, maar Hazrat Umar (ra) zei dat als hij iets wilde zeggen, hij dan openlijk moest spreken.

Godsdienstvrijheid handhaven

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) zeer bewust was van religieuze vrijheid. Eens ging een oudere Christelijke vrouw naar Hazrat Umar(ra) toe. Hazrat Umar(ra) spoorde haar aan om de islam te accepteren omdat ze beschermd zou worden. Ze antwoordde dat ze bejaard was en haar overlijden naderde. Dus vervulde Hazrat Umar(ra) haar behoefte, en kreeg later berouw, uit angst dat ze wellicht zou hebben opgevat dat hij misbruik maakte van de behoefte en haar dwong om de islam te accepteren. Hij bad tot God en zei dat hij haar alleen het rechte pad wees, maar haar niet wilde dwingen. Dit was de mate waarin hij zich bewust was van de godsdienstvrijheid.

Zorg voor dieren

Zijne Heiligheid(aba) zei dat Hazrat Umar(ra) ook om dieren gaf. Eens inspecteerde Hazrat Umar(ra) enkele kamelen die waren vastgebonden. Hij vroeg de eigenaren of ze echt om hun dieren gaven? Indien zo, dan hadden ze hen beter los moeten laten zodat ze vrij konden  grazen.

Een dag van twee Eid’s

Zijne Heiligheid (aba) zei dat eens een Joodse man naar Hazrat Umar (ra) ging en zei dat er een vers in de Koran was dat, als het aan het Joodse volk was geopenbaard, ze heel blij zouden zijn en het herdacht zouden hebben als een dag van Eid. Het vers luidde:

“Vandaag heb Ik uw religie voor u vervolmaakt en Mijn gunst aan u voltooid en voor u de islam als religie gekozen. Maar wie door honger wordt gedwongen, zonder moedwillig geneigd te zijn tot zonde, voorzeker, Allah is Vergevensgezind en Genadevol.” (5:4)

Nu heb Ik uw godsdienst voor u vervolmaakt, Mijn gunst aan u voltooid en de Islam voor u als godsdienst gekozen. Maar wie door honger wordt gedwongen zonder dat hij tot de zonde is geneigd, voorzeker, Allah is Vergevensgezind, Genadevol. (Heilige Koran, 5:4)

Hazrat Umar (ra) antwoordde hem door te zeggen dat dit vers werd geopenbaard op een dag van twee Eids; op een vrijdag en op de Dag van Arafah.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat mensen zouden zeggen dat Satan tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra) geketend was, en na het martelaarschap van Hazrat Umar (ra) werd Satan losgelaten en ongebreideld.

Liefde voor poëzie

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het in de geschiedenis is vastgelegd dat Hazrat Umar (ra) een speciale affiniteit had met poëzie. Wanneer zaken aan Hazrat Umar(ra) werden voorgelegd, terwijl hij uitleg gaf, citeerde Hazrat Umar(ra) relevante gedichten. Hij citeerde poëzie die in overeenstemming was met de islamitische leer en de islamitische manier van leven. Hij zou ook anderen aanmoedigen om ook poëtische coupletten uit het hoofd te leren. Hazrat Umar(ra) verfijnde ook de Arabische poëzie. Het was bijvoorbeeld gebruikelijk om vrouwen in gedichten te noemen en de liefde voor hen te verklaren. Hazrat Umar (ra) heeft deze praktijk uitgeroeid en hierop een straf bepaald.

Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias(a) die de gewaardeerde rang van Hazrat Umar(ra) samen met de andere Rechtsgeleide Kaliefen benadrukte.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de reeks vrijdagpreken over het leven van Hazrat Umar (ra) nu voltooid was. Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij met Gods genade in de toekomst zal beginnen met de reeks preken over het leven van Hazrat Abu Bakr(ra).

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 10 september 2021 | ‘Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar ibn al-Khaṭṭāb’

Feature image

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar ibn al-Khaṭṭāb (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij zou doorgaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

De verovering van Damascus

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Damascus gedurende enkele maanden werd belegerd tijdens de tijd van Hazrat Abu Bakr(ra), en uiteindelijk, kort na de ondergang van Hazrat Abu Bakr(ra), behaalden de moslims de overwinning in Damascus. Zijne Heiligheid (aba) heeft enkele incidenten beschreven die plaatsvonden na de overwinning van Damascus, zoals plaatsgevonden tijdens de tijd van Hazrat Umar (ra).

De slag bij Fahl

Zijne Heiligheid (aba) zei dat een plaats genaamd Fahl, een plaats in Syrië, ook werd veroverd tijdens de tijd van Hazrat Umar (ra). Hazrat Umar(ra) had geïnstrueerd dat de moslims zich eerst moesten concentreren op de verovering van Damascus, en als ze daarin slaagden, dan moesten ze naar Fahl gaan. Toen deze landen eenmaal waren veroverd en de moslims zegevierden over de Romeinen, instrueerde Hazrat Umar(ra) dat de gronden onder de hoede van hun eigenaren moesten worden gelaten. Slechts een deel van de grond zou worden gebruikt voor het bouwen van moskeeën, maar anders dan dat zouden de eigenaren hun land behouden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Besan ook werd veroverd tijdens de tijd van Hazrat Umar (ra). Na de overwinning van Fahl vestigden de moslims hun kamp buiten Besan. Tegen die tijd had het nieuws over de verliezen die de Romeinen leden tegen de moslims zich verspreid. De moslims belegerden Besan een paar dagen, waarna een paar mensen kwamen vechten en werden verslagen. De rest van de bevolking van Besan stemde in met de voorwaarden van een verdrag.

De verovering van Tabariyyah

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Tabariyyah ook werd veroverd tijdens de tijd van Hazrat Umar (ra). Toen Tabariyyah was veroverd, verzochten ze om voor Shurahbil te worden gebracht, dezelfde persoon die de veroveringen van Fehl en Besan leidde, om tot overeenstemming te komen. Ze kwamen dezelfde voorwaarden overeen die werden afgesproken met de mensen van Damascus, samen met de voorwaarde dat de helft van de huizen in de steden en dorpen zou worden leeggemaakt zodat moslims ze konden bewonen.

De verovering van Homs

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Homs ook werd veroverd tijdens de tijd van Hazrat Umar (ra). Dit was een bekende plaats in Syrië en had een grote betekenis. De mensen van Homs kwamen zelf voorwaarts om de moslims te bevechten, wat uiteindelijk resulteerde in hun nederlaag. Het weer was in die tijd koud en de Romeinen geloofden dat de moslims niet lang in een open gebied zouden kunnen strijden. Het is opgetekend dat de Romeinen leren schoenen hadden, maar hun voeten zouden bevriezen, terwijl de moslims alleen normale schoenen zouden hebben. Ondanks de kou bleven de moslims echter resoluut, en toen de kou voorbij was en de Romeinen beseften dat de moslims niet verslagen konden worden, verzochten de mensen van Homs om een verdrag.

De slag bij Marj-ur-Rum

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Marj-ur-Rum ook werd veroverd tijdens de tijd van Hazrat Umar (ra). De moslims vochten ondanks het koude weer en velen van hen verzorgden wonden. Er volgde een strijd waarin de moslims zegevierden en de enige mensen die overbleven waren degenen die vluchtten. Als buit ontvingen moslims rijdieren, harnassen en kleding.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat na de overwinning van Marj-ur-Rum, Hamat ook werd veroverd door de moslims. De mensen van Hamat stemden in met de voorwaarden van een verdrag. Toen gingen de moslims verder met het veroveren van Salamiya.

De verovering van Lazica

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de moslims vervolgens Lazica gingen veroveren. Toen de mensen van Lazica de moslims zagen naderen, sloten ze elke toegang tot hun stad af en begonnen voorbereidingen te treffen om te vechten. De moslims belegerden de stad. Hazrat Abu Ubaidah (ra) bepaalde dat het leggen van een beleg erg lang zou duren, en zelfs dan zou de overwinning niet gegarandeerd zijn. Daarom bedacht Hazrat Abu Ubaidah (ra) een plan, waarbij verschillende greppels werden gegraven, die zowel een paard als zijn berijder konden verbergen. De volgende ochtend, toen de mensen van Lazica de moslims niet langer konden zien, werden ze blij en kwamen naar buiten, waarna de moslims de stad konden binnengaan en haar konden veroveren. Zo sloten de mensen van Lazica een verdrag met de moslims. Ze konden het eigendom van hun kasteel behouden, waarna de moslims er een moskee naast zouden bouwen.

De verovering van Qinnasrin

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de moslims vervolgens Qinnasrin gingen veroveren. De mensen van Qinnasrin hadden hun kamp buiten hun stad gelegerd om tegen de moslims te vechten. Uiteindelijk bleken de moslims over hen te zegevieren en werd er een verdrag gesloten. Sommigen gingen de stad binnen en sloten zichzelf op. Hazrat Khalid bin Walid (ra) vertelde hen dat God de moslims in staat zou stellen hen te bereiken of dat God hen naar de moslims zou brengen, en dat hun snode plannen zinloos waren. Uiteindelijk zagen ze hun schuld in en gaven zich over. Vanwege wat er gebeurd was, werd bepaald dat het alleen maar rechtvaardig zou zijn om hun kastelen af te breken. Vervolgens kregen de inwoners van Qinnasrin de verzekering van veiligheid, konden zij hun landen behouden en werd slechts een deel van de grond door de moslims gebruikt om moskeeën te bouwen.

De verovering in Caesarea

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er toen de verovering in Caesarea was. Hazrat Umar(ra) stuurde Yazid bin Abi Sufyan met 17,000 Moslims die ook Caesarea belegerden, wat in die tijd een grote stad was en werd bewaakt door een groot Romeins leger. De Romeinen vielen de Moslims aan maar hadden geen succes en het resultaat was dat 80.000 van hun soldaten in de strijd werden gedood, en met inbegrip van degenen die vluchtten, liep dit aantal op tot 100.000. Hazrat Ubadah bin Samit(ra), een Metgezel die deelnam aan de Slag van Badr, nam ook deel aan deze slag. Hij handelde met grote dapperheid en moedigde de moslims aan en vertelde hen dat telkens wanneer hij moslims in de strijd leidde, zij altijd overwinnaars waren. Hij zei dat hij in de voorhoede zou blijven, bereid om zijn leven op te geven indien nodig. Het resultaat was dat de moslims op inspirerende wijze vochten tegen de Romeinen en zegevierend bleken.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij in toekomstige preken door zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar(ra).

Gebed voor oveledenen

Huzoor (aba) zei dat hij de begrafenisgebeden van de volgende overleden leden zou leiden.

Khadijah Sahiba echtgenote van Molvi K. Muhammad Alvi Sahib, voormalig missionaris van Kerala. Ze is enkele dagen geleden overleden. Ze bezat veel goede eigenschappen. Ze wordt overleefd door twee zonen en vijf dochters. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah haar met vergeving en genade zou behandelen.

Malik Sultan Rashid Khan Sahib is in de nacht van 22 op 23 augustus overleden. Zijn vader accepteerde Ahmadiyyat van de Tweede Khalifa (ra). Malik Sultan Rashid Khan Sahib diende als de Amir van het Attak-district. Hij gaf voorrang aan zijn geloof ten opzichte van de hele wereld. Hij stond altijd klaar en stond in de voorhoede van de gemeenschap. Hij had een diepe liefde voor het Khilafat en was gevorderd in spiritualiteit en zijn verbinding met God, maar hij zei nooit zulke dingen tegen anderen. Er waren verschillende huishoudens die financieel werden ondersteund door Malik Sultan Rashid Khan. Hij had een passie voor het verspreiden van de boodschap en door zijn inspanningen werden veel mensen naar de waarheid geleid. Hij bracht veel tijd in afzondering door om te bidden en te smeken tot zijn Heer. Hij bezat veel kennis en had de boeken van de Beloofde Messias(a) gelezen. Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij vele grote en deugdzame kwaliteiten bezat. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem met genade en vergiffenis zou behandelen.

Abdul Quyyum Sahib uit Indonesië die enkele dagn geleden is is overleden. Hij was de zoon van Abdul Wahid Samatri Sahib, de eerste niet-Indiase en niet-Pakistaanse missionaris. Hij behaalde een Master in Petroleum Economics en zou later in verschillende hoedanigheden in zijn vakgebied werken. Na zijn pensioneren behaalde hij een PhD in Chemical Engineering. Hij diende zijn land op vele manieren. Hij stelde de regering een formule voor vloeibaar aardgas voor, die de regering zou helpen een winst van $ 110 miljard te maken. Zijne Heiligheid (aba) zei dat op deze manier, zelfs in landen waar Ahmadi’s worden vervolgd, Ahmadi’s hun land op het hoogste niveau blijven dienen. Hij ontving diverse onderscheidingen van de overheid en kreeg vanwege zijn grote verdiensten een militaire begrafenis. Hij was erg zorgzaam en respectvol voor zowel zijn familie als de missionarissen van de Gemeenschap. Hij was ook erg aardig voor degenen die onder hem werkten. In feite was het te danken aan zijn vriendelijke behandeling dat één persoon ertoe werd gebracht de boeken van de Beloofde Messias(a) te lezen en later Ahmadiyyat accepteerde. Hij hield veel van de gemeenschap en van het Khilafat. Hij liep voorop bij het brengen van elk offer of hulp die nodig was. Toen de Vierde Khalifa (r) naar Indonesië reisde, verbleef hij in zijn huis. Hij verborg nooit het feit dat hij een Ahmadi was en bleef hier altijd trots op. Hij heeft grote diensten bewezen en financiële offers gebracht bij de bouw van moskeeën, pensions en andere gebouwen van de Gemeenschap. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem met genade en vergiffenis zou behandelen.

Daud Razzaq Yunus Sahib van Benin die op 27 augustus is overleden. Hij was een van de vroege Ahmadi’s in Benin. Zijn familie is nog geen Ahmadi, Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hen in staat zou stellen om Ahmadiyyat te accepteren. Hij was een geleerd lid van de Gemeenschap en had een MA-diploma behaald in Frankrijk. Hij was een rechtvaardig persoon die regelmatig was in zijn gebeden. Hij hield van de Beloofde Messias(a) en zijn opvolgers en bestudeerde hun boeken. Hij was ook enige tijd voorzitter van Humanity First in Benin. Hij bood de Gemeenschap verschillende financiële offers en land aan. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem met genade en vergiffenis zou behandelen.

Samengesteld door Afdeling Isha’at van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya Nederland

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 3 september 2021 | ‘Syed Taalay Ahmed: Een man die recht deed aan zijn gelofte – een voorbeeldige levenstoegewijde’

Feature image

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba), dat onlangs een zeer dierbare toegewijde, Syed Talay Ahmed, de martelaarsdood stierf in Ghana, Afrika. Wij behoren tot Allah en tot Hem keren wij terug.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat in de nacht van 23 op 24 augustus het MTA-team, dat een documentaire aan het filmen was, op reis was toen ze werden aangevallen door overvallers die hen vervolgens beschoten met vuurwapens, waarbij twee mensen gewond raakten, Umar Farooq en Syed Talay Ahmed. Op weg naar het ziekenhuis overleed Syed Taalay Ahmed. Zijne Heiligheid (aba) zei dat hoewel er eerdere martelaren van werknemers van MTA International uit andere delen van de wereld zijn geweest, dit de eerste uit het Verenigd Koninkrijk was. Zijne Heiligheid (aba) zei ook dat dit allicht het eerste martelaarschap van Waqfe Nau Verenigd Koninkrijk was. Zijne Heiligheid (aba) verzocht ook om gebed voor Umar Farooq die tijdens het incident gewond raakte en nog steeds aan het herstellen is.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de achterkleinzoon was van Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra) en Mir Muhammad Ismail (ra). Via hen was hij familie van zowel de Beloofde Messias(as) als zijn vrouw Hazrat Nusrat Jahan Begum Sahiba. Hij was ook de schoonzoon van Ghulam Qadir Shaheed.

Syed Talay Ahmed’s diensten aan de Ahmadiyya Gemeenschap

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Syed Taalay Ahmed actief was in het dienen van de Ahmadiyya Muslim Youth Association UK in verschillende hoedanigheden, zowel in Majlis Atfalul Ahmadiyya als in Majlis Khuddamul Ahmadiyya. Hij diende ook de gemeenschap in zijn plaatselijke Jama’at van Hartlepool, Verenigd Koninkrijk. Hij werd in 2016 fulltime aangesteld bij het MTA News Team, en daarvoor diende hij The Review of Religions als hoofd van de afdeling indexering en tagging. Hij kreeg de kans om verschillende documentaires te maken voor MTA. Hij was ook degene die het zeer populaire This Week With Huzoor-programma initieerde dat op MTA te zien is.

Incident dat heeft geleid tot zijn martelaarschap

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Syed Taalay Ahmed erg gepassioneerd was over zijn werk en het afmaken ervan, ongeacht de ontberingen die hij onderweg kon tegenkomen. Zijn belangrijkste focus was altijd om ervoor te zorgen dat het werk werd uitgevoerd. Dit bleek ook uit het incident van zijn martelaarschap, omdat hij zijn reis begon in een tijd waarin een verhoogd gevaar heerste. Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen Syed Taalay Ahmed op weg was na enkele opnames, hij zich zorgen maakte over de videobestanden die hij had opgenomen en ervoor wilde zorgen dat de bestanden niet beschadigd/onbruikbaar zouden raken, dus begon hij op zijn laptop al te werken terwijl hij nog aan het reizen was.

Zijne Heiligheid (aba) heeft de incidenten beschreven die leidden tot het martelaarschap van Syed Taalay Ahmed. De overvallers begonnen op het voertuig te schieten, waarna ze het voertuig naderden en alle waardevolle spullen meenamen. Syed Taalay Ahmed was in de rug geraakt en had veel bloed verloren. Terwijl de overval plaatsvond, verborg hij snel de laptop en andere apparatuur onder de stoelen zodat de overvallers het niet zouden kunnen vinden. Terwijl ze naar een nabijgelegen kliniek reden, vroeg Syed Talay Ahmed of Zijne Heiligheid (aba) op de hoogte was gesteld van dit incident. Vanuit de kliniek werd besloten dat hij naar een ziekenhuis moest worden gebracht. Onderweg zei hij: ‘Vertel Huzoor dat ik van hem hou en vertel mijn familie dat ik van hen hou.’

Een juweel dat ons heeft verlaten

Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit een prachtig juweel was dat ons heeft verlaten. Dit verlies heeft iedereen geschokt. Hij begreep zijn eed van levenstoewijding en vervulde die tot in de hoogste mate. Zijne Heiligheid (aba) zei dat Syed Taalay Ahmed hem altijd verraste, en hij zich afvroeg hoe een jongere die was opgegroeid in een wereldse omgeving in staat was zijn belofte van toewijding te begrijpen en na te komen. Zijn niveau van liefde en toewijding voor het Khilafat was zo groot dat zelfs sommigen met een diepgewortelde geloofskennis die niet bezitten. Zijn toewijding aan het Khilafat was zo groot dat hij zelfs in zijn laatste momenten voortdurend zijn liefde voor het Khilafat uitte.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Syed Taalay Ahmed een paar jaar geleden een gedicht schreef waarin hij zijn liefde voor het Khilafat uitdrukte. Hij begon het gedicht door te zeggen dat hij het meest van Zijne Heiligheid (aba) hield, en hij eindigde door te zeggen dat Zijne Heiligheid (aba) misschien nooit zou beseffen hoeveel hij van hem hield. Zijne Heiligheid (aba) zei echter dat hij dit zelfs vóór de laatste woorden van Syed Taalay Ahmed wist – hij wist hoeveel Syed Taalay Ahmed van hem hield toen hij aan het filmen was met zijn camera, en toen hij hem ontmoette zonder zijn camera. Hij kon zien aan de fonkeling in zijn ogen en het licht op zijn gezicht, eigenlijk aan al zijn handelingen. Zijne Heiligheid (aba) was zich bewust van de liefde die Syed Taalay Ahmed voor hem had.

Zijn overvloedige liefde voor Khilafat

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er onder de jongeren van de familie van de Beloofde Messias (as) niemand was die zoveel van Khilafat hield als Syed Taalay Ahmed, er zijn zelfs maar weinig ouderen die zoveel van Khilafat houden als hij. Hij zou proberen zijn liefde te verbergen, maar op de een of andere manier zou Allah de Almachtige die liefde manifesteren. Hij zou zich zorgen maken over hoe hij de wereld over het Khilafat kon informeren en hoe hij Khilafat het beste kon dienen, zelfs tot het punt dat hij zijn leven moest opofferen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat op het moment van de begrafenis van de vierde Kalief (rh), terwijl hij bij het graf stond voordat de begrafenis begon, een jonge Syed Taalay Ahmed naast hem kwam staan. Destijds wist Zijne Heiligheid (aba) niet wie hij was, maar nu hij de foto ziet, realiseert hij zich dat het zelfs al in die tijd was alsof hij beloofde altijd het Khilafat dienstbaar te zijn.

Buitengewone gehoorzaamheid aan de Khalifa van die tijd

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij zelf getuigt van het feit dat Syed Taalay Ahmed zijn eed van levenstoewijding heeft vervuld. Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij tijdens een bijeenkomst tegen missionarissen had gezegd dat ze minstens één uur per dag Tahajjud (vrijwillige gebeden vóór zonsopgang) moesten bidden. Ook al was hij geen missionaris, Syed Taalay Ahmed wist dat hij een toegewijde voor het leven was, en dus deed hij ook zijn best om deze instructie uit te voeren. Soms leek hij overdag moe, omdat hij vroeg wakker was geworden om deze instructie van Zijne Heiligheid(aba), die niet eens rechtstreeks aan hem was gericht, te vervullen. Toch was dit het niveau waarop hij zijn eed van levenstoewijding vervulde.

Zijne Heiligheid (aba) richtte zich tot leden van de familie van de Beloofde Messias (as) om te leren van het voorbeeld van Syed Talay Ahmed en hun toewijding te vergroten. Er rust geen eer in het onderdeel uitmaken van het nageslacht van een gerespecteerd persoon, tenzij de eigen daden eer waardig zijn.

Getuigenis van de hoogwaardige eigenschappen van Syed Taalay Ahmed

Zijne Heiligheid (aba) zei dat veel mensen hem hebben geschreven over zijn uitstekende kwaliteiten en hiermee nog meer licht werpen op zijn niveau van toewijding. Zijne Heiligheid (aba) zei dat het enkel goed zou zijn om enkele van de gevoelens die hij heeft ontvangen te delen.

Zijne Heiligheid (aba) deelde de gevoelens van Amer Safir, de redacteur van The Review of Religions, die zei dat Syed Taalay Ahmed hoofd was van het indexerings- en taggingteam dat bijna 100 jaar aan materiaal uit The Review of Religions organiseerde, wat een grote taak was. Alles wat hij deed draaide om het Khilafat. Als hij ooit een instructie van Zijne Heiligheid (aba) voor hem te horen kreeg, lichtten zijn ogen op als een kind dat snoep ziet. Zijn werkhouding was geweldig, want er waren tijden dat hij aan twee documentaires tegelijk werkte.

Zijne Heiligheid (aba) verklaarde dat Abdul Quddoos Arif, Sadr Khuddamul Ahmadiyya VK, zei dat Taalay Ahmed op jonge leeftijd het vijfdelige commentaar van de Heilige Koran zeer gedetailleerd had gelezen, waarbij hij overal aantekeningen en markeringen had achtergelaten, en hij voltooide het volledige commentaar binnen een paar maanden. Hij zei dat wanneer hij Taalay Ahmed prees voor een documentaire waaraan hij werkte, zijn reactie altijd was om gebeden te vragen, en aan te geven dat dit allemaal te danken was aan de genade van Allah de Almachtige.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat iemand ooit bezwaar had gemaakt op sociale media tegen de titel van een van zijn documentaires, waarop hij reageerde. Hij zei dat hij de titel alleen verdedigde omdat deze was goedgekeurd door Zijne Heiligheid (aba). Als de titel van hemzelf of van iemand anders was geweest, zou hij gezwegen hebben.

Zijne Heiligheid (aba) deelde de gevoelens van zijn vrouw Satwat Sahiba, die zei dat Syed Taalay erg aardig, zorgzaam en liefdevol was. Hij was altijd erg dankbaar en steunend, zelfs als ze zich zorgen maakte vanwege het martelaarschap van haar eigen vader. Ze merkte zijn liefde voor de Beloofde Messias (as) al heel vroeg in hun relatie op. Hij vertelde verhalen over het Khilafat aan zijn zoon en huilde zelf. Wanneer ze een familie-mulaqaat hadden met Zijne Heiligheid (aba), trakteerde hij zijn zoontje naderhand omdat hij zich goed had gedragen. Zijne Heiligheid (aba) zei dat ogenschijnlijk kleine dingen het niveau van iemands oprechtheid en toewijding aangeven. Als hij ooit voelde dat Zijne Heiligheid (aba) niet tevreden over hem was (Zijne Heiligheid (aba) merkte op dat hij zich geen enkel moment kon herinneren waarin dat het geval was), dan zou hij overvloedig het Tahajjudgebed verrichten. Wanneer hij een geschenk ontving, was hij altijd dankbaar. Hij vertrouwde er altijd op dat Allah hem in zijn behoeften zou voorzien, en in feite is bij verschillende gelegenheden, op de een of andere manier, aan zijn behoeften voldaan en heeft God op de een of andere manier voor hem gezorgd. Hij was erg aardig, vergevingsgezind en koesterde nooit enig vijandschap jegens iemand.

Zijne Heiligheid (aba) deelde de gevoelens van Syed Taalay Ahmed’s vader, Syed Hashim Akbar. Hij zei dat hij een droom had gezien over zijn eigen martelaarschap en later hoorde dat zijn zoon Syed Taalay Ahmed dezelfde droom had gezien over het martelaarschap van zijn vader. Hij moet echter gebeden hebben dat hij de marteldood zou sterven in plaats van zijn vader. Toen hij zijn uitstekende eigenschappen zag, aanvaardde God de Almachtige zijn gebed en verleende hem de rang van martelaarschap. Zijn ziel was toegewijd aan de Heilige Profeet (sa), en hij leefde en ademde ter wille van het Khilafat. Syed Taalay Ahmed’s moeder, Amatul Shakoor Sahiba, zei dat hij al op jonge leeftijd geneigd was tot religie. Hij was erg goed in zijn studie en haalde goede cijfers.

Zijne Heiligheid (aba) vertelde dat de zus van Syed Talay Ahmed, Nudrat Sahiba, zei dat hij vaak laat thuiskwam van zijn werk. Hij keek vaak naar verschillende programma’s en documentaires om zijn eigen vaardigheden in het maken van documentaires te verbeteren. Hij bestudeerde vaak Ahadith (uitspraken van de Heilige Profeet (sa)) en was welbespraakt. Hij was vaak in staat om Koranverzen over een bepaalde kwestie te citeren, en hij had ook Arabisch gestudeerd en Arabische grammatica geleerd. Nudrat Sahiba deelde ook twee dromen die een aanwijzing lijken te zijn voor zijn martelaarschap.

Zijne Heiligheid (aba) deelde de gevoelens van de jongste zus van Syed Taalay Ahmed, die zei dat hij een uitstekend rolmodel was en dat ze veel van hem heeft geleerd. Hij vertelde haar dat hij op weg van en naar het werk luisterde naar lessen over de Heilige Koran, gegeven door de Vierde Kalief (rh). Hij leerde haar dat je, zelfs als je grappen maakt, geen grappen mag maken over welke religie dan ook.

Zijne Heiligheid (aba) deelde de gevoelens van Abid Khan, perssecretaris van de Ahmadiyya Gemeenschap en oom van moederszijde van Syed Talay Ahmed. Hij zei dat Syed Taalay Ahmed een diepe liefde voor de Beloofde Messias (as) bezat, hoewel hij er buitengewoon trots op was uit het nageslacht van de Beloofde Messias (as) te komen, deelde hij dit feit nooit openlijk en hij gebruikte het ook nooit om bevoordeeld te worden. Voordat hij vertrok op zijn reis naar Afrika, op instructies van Zijne Heiligheid (aba), maakte hij een gedetailleerd schema van zijn dagelijkse werk. Hij zei dat als hij er achter zou komen dat de instructie van Zijne Heiligheid (aba) ook maar een klein beetje afweek van zijn eigen mening, hij het van harte zou accepteren. Hij zei dat Syed Taalay Ahmed het tot zijn missie had gemaakt om van MTA News een sterke afdeling binnen MTA te maken, en door vastberadenheid en hard werken was hij in staat om dit te bereiken.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat een aspect dat Adam Walker Sahib opmerkte bij Syed Taalay Ahmed was dat hij zeer nauwgezet werkte en altijd nieuwe manieren zou bedenken om de boodschap van de Beloofde Messias (as) over te brengen. Hij zei dat hij altijd eerlijk en oprecht was in alles wat hij zei.

Zijne Heiligheid (aba) zei vervolgens dat Naseem Bajwa vertelde dat terwijl hij de missionaris in Bradford was, hij merkte dat de jonge Syed Taalay Ahmed altijd gehoorzaam was, respectvol naar zijn ouderlingen, verantwoordelijk, altijd bezig in het gedenken van God, en gepassioneerd over het prediken van de boodschap van de Islam en Ahmadiyyat. Zijne Heiligheid (aba) presenteerde vervolgens de gevoelens van Nosherwan Rasheed, een missionaris en collega van Taalay Ahmed. Hij zei dat Syed Taalay Ahmed de afgelopen drie jaar als een broer voor hem was. Hij was regelmatig in het verrichten van gebeden, vasten en het geven van aalmoezen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Syed Taalay Ahmed zijn plicht vervulde als het spirituele en fysieke nageslacht te van de Heilige Profeet (sa) evenals de Beloofde Messias (as). Zijne Heiligheid (aba) zei dat het daarom passend is dat Allah de Almachtige de Islamitische maand Muharram koos voor Syed Taalay Ahmed om dit offer te kunnen brengen.

Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah de Almachtige de status van Syed Taalay Ahmed mag blijven verhogen. Hij heeft vast een plaats in het Paradijs gekregen in de buurt van de Heilige Profeet (sa). Sterker nog, iemand heeft een droom gehad waarin hij naar de Heilige Profeet (sa) rende die hem verwelkomde. Zijne Heiligheid (aba) bad dat zijn familie dit verlies met geduld mag dragen. Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij na het vrijdaggebed het begrafenisgebed van Syed Taalay Ahmed zou leiden.

Samengesteld door Afdeling Isha’at van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya Nederland

Vrijdagpreek Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V(aba) | 20 augustus 2021 | ‘Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar ibn al-Khaṭṭāb’

Feature image

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar ibn al-Khaṭṭāb (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij zou doorgaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

De slag bij Gundeshapur

Huzoor (aba) zei dat een van de veldslagen die in de tijd van Hazrat Umar (ra) werd gevochten, de Slag bij Gundeshapur was. Deze vond plaats in de stad Khuzestan. De strijd duurde enige tijd en beide partijen waren volhardend. Tijdens deze strijd besloot een moslim een teken van vrede te presenteren. Toen de vijand dit zag, opende deze de poorten van het fort. Meteen renden de mensen naar buiten omdat ze dachten dat de strijd over was en zeiden dat ze de Jizyah [belasting] zouden betalen en in ruil daarvoor de vrede zouden krijgen. Nadat Hazrat Umar (ra) op de hoogte werd gebracht dat dit teken in feite niet van de moslims was, zei hij dat Allah de Almachtige veel belang heeft gehecht aan het nakomen van iemands beloften en deze overeenkomst daarom na moest worden gekomen. Op deze manier kwam er een einde aan deze strijd en keerde het moslimleger terug.

De verovering van Iran

Met betrekking tot de verovering van Iran en de motieven erachter, zei Huzoor (aba) dat het de wens van Hazrat Umar (ra) was om een einde te maken aan de strijd tussen Irak en Ahwaz, een plaats in Iran. Vaak sprak hij zijn wens uit voor een soort barrière tussen de twee om zo beweging in beide richtingen te voorkomen. Dit was echter niet mogelijk door de regelmatige aanvallen vanuit de Perzische kant. In 17 AH kwam een moslimdelegatie van het leger naar Hazrat Umar (ra). Hij vroeg de delegatie waarom de afspraken in veroverde landen nog steeds werden geschonden. Hij zei dit met de gedachte dat de moslims misschien problemen voor de mensen daar aan het veroorzaken waren. De delegatie antwoordde dat dit niet het geval was en dat de moslims zich aan hun eed hielden. Een lid van de delegatie, Ahnaf bin Qais, zei toen: ‘U heeft ons verboden om verdere militaire stappen te zetten en hier te blijven. De koning van Iran leeft echter nog en de Iraniërs blijven ons aanvallen. Het kan niet zo zijn dat er op één plek tegelijkertijd twee regeringen zijn’. Dit toont aan dat de moslims nooit gebieden hebben veroverd om gewoonweg oorlog te voeren. Ze reageerden slechts op de aanvallen van de tegenstanders door defensief terug te vechten. Op die manier werden er dus wel eens gebieden veroverd.

De slag bij Nahavand

Pas in 21 AH besloot Hazrat Umar (ra) om actie te ondernemen toen een groot leger van de Iraniërs zich had verzameld. Dit was tevens het moment waarop de Slag bij Nahavand, ook bekend als de overwinning der overwinningen plaatsvond. Na twee verschrikkelijke nederlagen te hebben geleden, deden de Iraniërs een laatste poging om te overwinnen. Nahavand was een stad omringd door bergen. Hazrat Sa’d (ra) informeerde Hazrat Umar (ra) over het grote leger dat werd verzameld. Vervolgens werd Hazrat Ammar bin Yasir (ra) aangesteld om de zaak te leiden. Hazrat Umar (ra) hield een krachtige toespraak waardoor moslims zeiden bereid te zijn te doen wat Hazrat Umar (ra) ook maar besloot; of het nu in Medina blijven was of dat het ten strijde trekken was. Hazrat Uthman (ra) stelde voor dat hij ook naar de frontlinie zou gaan om te vechten. Hazrat Umar (ra) won verder advies in. Hazrat Ali (ra) zei dat het moslimleger in drieën verdeeld moest worden, zodat Medina ook beschermd was. Uiteindelijk besloot Hazrat Umar (ra) dat het gepast was om iemand anders te sturen en stelde hij Hazrat Nu’man bin Muqarrin (ra) aan voor deze grote taak.

Nadat Hazrat Nu’man bin Muqarrin(ra) was vertrokken, ontving hij een brief van Hazrat Umar(ra) om met de moslims op te rukken. In deze brief vermeldde Hazrat Umar (ra) ook wie hem zou vervangen als Hazrat Nu’man bin Muqarrin(ra) zou sneuvelen Met betrekking tot het Iraanse leger zeggen historici dat het 60.000 man sterk was. Sommige bronnen vermelden zelfs dat het 100.000 man sterk was. Echter, volgens Sahih Bukhari waren het 40.000 manschappen. Toen beide legers oog in oog kwamen te staan, zeiden Iraniërs grove woorden tegen de moslims en dreigden ze hen volledig te vernietigen, waarop beide partijen zich gereed maakten voor de strijd. De Iraniërs vochten vanuit hun fort en loopgraven. Ze kwamen alleen op bepaalde momenten naar buiten op het slagveld om zich vervolgens weer terug te trekken. De moslims bevonden zich echter wel in het open slagveld. Een metgezel suggereerde een tactiek waardoor de Iraniërs zouden denken dat de moslims zich terugtrokken en daardoor hun poorten zouden openen zodat ze de in hun ogen terugtrekkende moslims konden najagen. Dit is precies wat er gebeurde en Hazrat Nu’man bin Muqarrin(ra) hield zo’n krachtige toespraak dat het de moslims in tranen achterliet, voordat ze de vijand aanvielen. Er werd zoveel bloed vergoten in deze strijd dat zelfs de paarden uitgleden. Hazrat Nu’man bin Muqarrin(ra) viel ook van zijn paard en sneuvelde. De strijd duurde de hele dag en toen het nacht werd hadden de moslims de overwinning behaald en de stad veroverd.

Toen Hazrat Umar (ra) het nieuws hiervan ontving, sprak hij zijn dankbaarheid uit aan Allah de Almachtige. Toen hem verteld werd over de moslims gesneuveld waren, huilde en bad hij voor elk van hen, waarna hij zei dat Allah de Almachtige aan deze mensen de eer van het martelaarschap had geschonken.

Huzoor (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) werd verteld dat zolang de Iraniërs aan de macht zouden zijn in bepaalde gebieden, zij dezelfde problemen zouden blijven veroorzaken. Dus gaf Hazrat Umar (ra) toestemming aan de moslims om ten strijde naar deze gebieden te trekken om voor eens altijd een einde te maken aan de problemen.

De veroveringen van Isfahan en Hamedan

Hazrat Umar (ra) stelde Hazrat Abdullah bin Abdillah (ra) aan voor de verovering van Isfahan. Hij kreeg de opdracht om naar Isfahan te trekken, waar een leger op hem wachtte. Na een hevig gevecht trok de vijand zich terug. De moslims rukten op en omsingelden de stad, die zich vervolgens aan de moslims overgaf.

Huzoor (aba) vermeldde dat Hamedan ook werd veroverd na de slag bij Nahavand. Maar het pact werd verbroken door de Iraniërs en er was een leger samengesteld om de moslims te bestrijden. Hazrat Umar (ra) gaf opdracht om een moslimleger samen te stellen om de Iraniërs te bestrijden. Na tegen de Iraniërs te hebben gevochten herwonnen de moslims de stad Hamedan.

Huzoor (aba) zei dat hij verdere veldslagen zal blijven aanhalen in toekomstige preken insha’Allah.

Gebed voor overledenen

Huzoor (aba) zei dat hij de overlijdensgebeden van de volgende overleden leden zou leiden.

Muhammad Diyantono Sahib uit Indonesië, die op 15 juli op 47-jarige leeftijd is overleden. ‘Voorwaar, tot Allah behoren wij en tot Hem zullen wij terugkeren.’ Hij werd niet als moslim geboren, maar vond het interessant om naar de moskee te gaan en over de islam te leren. Nadat hij Ahmadiyyat had aanvaard, studeerde hij in Jamia en studeerde af in 2002. Door zijn prediking hadden veel mensen Ahmadiyyat aanvaard. Tijdens zijn tijd als missionaris kreeg hij veel tegenstand te verduren. Huzoor (aba) bad dat Allah hem in zijn rang verheft en zijn kinderen in staat stelt zijn goede daden voort te zetten.

Sahibzada Farhan Latif Sahib uit Chicago, die de achterkleinzoon was van Hazrat Sahibzada Abdul Latif Shaheed Sahib (ra). Hij stond altijd klaar om te dienen. Hij laat drie kinderen en zijn ouders na. Hij was 45 jaar oud op het moment van zijn overlijden. Huzoor (aba) bad dat moge Allah de Almachtige hem genade en vergeving schenken en zijn kinderen in staat stellen stevig aan de Gemeenschap gehecht te blijven.

Malik Mubasher Ahmad Sahib uit Lahore, die op 21 november is overleden. Hij was de zoon van Malik Ghulam Fareed Sahib. Hij heeft de Jamaat in verschillende hoedanigheden gediend. Huzoor (aba) bad dat moge Allah de Almachtige hem genade en vergeving schenken.

Samengesteld door Afdeling Isha’at van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya Nederland